Onderzoek

Het komt er eindelijk: een breed onderzoek naar geweld tijdens de dekolonisatie

Foto's van een executie in voormalig Nederlands-Indië, in een fotoboek dat in 2012 werd gevonden in een vuilcontainer. De foto's komen uit het privé-album van een soldaat uit Enschede die in 1947 werd uitgezonden. Beeld ANP

Het kabinet stelt geld beschikbaar voor een breed en diepgaand onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië in de jaren 1945-1949. Tot nu toe zijn met name over de geweldsexcessen van Nederlandse soldaten in die jaren veel boeken verschenen.

Het is vooral minister Koenders (PvdA) van Buitenlandse Zaken die grondig onderzoek wil naar wat hij een 'zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis' noemde. Nederlandse historici dringen al enige tijd aan op een brede geschiedschrijving van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en de reactie hierop van Nederland.

De burgeroorlog die ontstond, eiste van beide zijden vele slachtoffers. Vanaf de jaren zestig kwamen van Indië-veteranen met vast regelmaat meldingen over geweldexcessen. Telkens ontstond hierover hoogoplopende maatschappelijke discussies, zonder dat dit leidde tot een besluit om deze voor Nederland traumatische periode tot de bodem uit te zoeken.

Structureel en extreem geweld

Waarschijnlijk hebben recente publicaties de doorslag gegeven. Zo verscheen in september 'De brandende kampong van generaal Spoor' van historicus Rémy Limpach. Hij concludeerde dat het Nederlandse leger in die vier jaar zich structureel schuldig maakte aan extreem geweld. Hij toonde aan dat leidinggevenden dit geweld niet alleen toestonden, maar ook aanmoedigden. Tegelijkertijd constateerde hij dat het merendeel van de 160.000 naar Indië gestuurde militairen zich afzijdig hielden van geweldsdelicten.

Vorig jaar schreef Gert Oostindie 'Soldaat in Indonesië', waarin hij aan de hand van dagboeken en brieven van militairen concludeerde dat het aantal gepleegde misdaden aldaar in de tienduizenden moest lopen. Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Hij riep in 2012 samen met het Niod en het Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH) de regering op geld voor een onderzoek beschikbaar te stellen. De Nederlandse regering reageerde daar toen negatief op. Betrokken ministers stelden dat de instituten over een eigen onderzoeksbudget beschikten dat zij aan bestudering van de dekolonisatie konden uitgeven.

Daarnaast speelde mee dat het kabinet niet de goede verhoudingen met Indonesië op het spel wilde zetten. Tot slot was defensie bang dat Indië-veteranen, van wie er naar schatting nog zo'n 18.000 in leven zijn, hiertegen te hoop zou lopen.

Veteranen

Vorige week polste inspecteur-generaal Hoitink bij een groep veteranen hoe zij dachten over een eventueel onderzoek. Volgens Leen Noordzij, voorzitter van de Vereniging Oud-Indië Veteranen (Vomi), was de reactie niet afwijzend. "Ze zaten er niet op te wachten, maar ze voelden ook aan dat het niet meer tegen te houden was. Enkelen maakten de kanttekening dat het onderzoek objectief moest worden. Dat wil zeggen, dat ook de misdaden van de Indonesische zijde aan bod moest komen."

Oostindie wil nog niet vooruitlopen op de vraag hoe het onderzoek er precies gaat uitzien. Maar dat het een breed onderzoek wordt, staat voor hem vast. Naast de vragen over de misdaden door Nederlanders gepleegd, gaat er gekeken worden naar de politieke context van de oorlog in dat land.

Indonesisch geweld

Dat er aandacht komt voor het geweld aan Indonesische kant ligt voor de hand. Het gaat dan om de zogeheten Bersiap die zich afspeelde vlak nadat Japan in augustus 1945 capituleerde. Jonge revolutionairen gebruikten grof geweld tegen Nederlanders, indo's, Chinezen en andere bevolkingsgroepen van wie zij dachten dat zij met Nederlanders samenwerkten. In korte tijd vielen er duizenden doden, maar door gebrekkig onderzoek is bijvoorbeeld nooit vast komen te staan hoeveel slachtoffers er precies vielen en wie de daders waren.

Onlangs was premier Rutte met een Nederlandse handelsmissie in Indonesië. Hij sprak toen met de Indonesische president Widodo onder meer over de plannen voor het onderzoek. Naar verluidt maakte Widodo daartegen geen bezwaar.

Toezeggingen om ook volledige toegang tot de Indonesische archieven te geven, bleven echter ook achterwege. Volgens Oostindie hoeft dat laatste geen bezwaar te zijn. Er zijn de laatste jaren al veel archieven opengegaan. "Daarnaast gaan we zelf veldonderzoek doen en met mensen praten die die tijd hebben meegemaakt", zegt Oostindie.

Tot slot is er een omslag onder Indonesische historici gekomen, die objectiever tegenover de zaak staan en informatie kunnen verschaffen. Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld, die namens Indonesische nabestaanden de Nederlandse staat met succes aansprakelijk stelde voor het geweld, noemt het besluit een 'omslag'. Zij hoopt dat onderzoekers niet stoppen bij beleid en het bestuur, maar ook kijken naar de slachtoffers. De consequenties voor de mensen zijn volgens haar altijd buiten beeld gebleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden