Het koelschip

De bundel 'Gezellige verhalen' van Marente de Moor verscheen vorige week. Een van de verhalen heet: 'De Frigorifique'. Het schetst op basis van historische gegevens het leven van de Franse ingenieur Charles Tellier. "Een genie noemde men hem, heeft nog als ingenieur voor Haussmann gewerkt; een klaploper, zeiden anderen; een gek, zeiden de meesten en eentje zei zelfs dat hij van de duivel was bezeten."

Deze duivelse gek maakte in 1858 zijn eerste koelmachine, kocht in 1876 een schip en bouwde het om tot een koelschip: de Frigorifique. Hij wilde het hongerige Frankrijk overtuigen dat het mogelijk was goedkope biefstukken uit Zuid-Amerika te importeren. Om dit te bewijzen, ging hij vanuit de haven van Rouen op pad met twintig geslachte schapen, vier runderen, vijftig stuks pluimvee en een varken, richting Buenos Aires. "Om het vlees koel te houden was het ruim geïsoleerd met gepoederde kurk en tarwestro, terwijl drie machines zorgden voor de aanvoer van koude lucht van zo'n nul graden."

Na een stormachtige tocht van 105 dagen komt de Frigorifique, na een tussenstop in Montevideo, op 23 december 1876 in Buenos Aires aan. Hoera, jubelden de kranten, "duizendmaal hoera voor de revolutie van wetenschap en kapitaal, onze welvaart is aangemeerd". Maar het vlees was niet te verteren. Er kwam niets terecht van de handelsplannen.

Tellier stierf in 1913, hongerig en berooid, in een koude kamer in Parijs.

De vorig jaar verschenen historische roman 'De reis van de Gazelle' van Gerrit Barendrecht beschrijft de pionierstijd van de koelschepen. Het is 2 januari 1877, de haven van Marseille.

"Het is met de beste wil van de wereld geen mooi schip te noemen. Twee korte zeilmasten ter weerszijden van een schurftig afgebladderde schoorsteen. De hele opbouw zwartberoet, de voorsteven stomp, het koper aangetast."

Dit schip zal het eerste koelschip worden dat vers vlees over de oceaan vervoert zonder dat het bederft. Het is het SS Paraquay. 150 voet, 1120 ton, 200 pk stoomaandrijving. De koelmachine is ontworpen door de fysicus Ferdinand Carré, die al in 1858 is begonnen met zijn experimenten met ijs- en ammoniakcompressie. "Bijna twintig jaar noeste arbeid. En dit is het resultaat. Een machine die de wereld gaat veroveren. Niet door koelen, maar door invriezen. Met vlees, monsieur, als marmer zo hard."

De honger in Europa, na mislukte aardappeloogsten en vijf cholera-epidemieën, werd verdreven door Noord-Amerikaans graan en door het vlees dat de nieuwe koelschepen transporteerden vanuit de verre graslanden van Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

In de schappen van mijn buurtsuper ligt nu 'biefstuk uit Zuid-Amerika'. En dit is de route van de koe: de runderen grazen op de pampa's van Uruguay; op een goed moment worden ze vervoerd naar een slachterij en vervolgens gaat de bief in stukken van drie à vier kilo met koelwagens naar de haven van Montevideo, in koelcontainers op het schip - niet ingevroren maar gekoeld - en dan in achtentwintig dagen naar de haven van Rotterdam, vervolgens met de koelwagen naar de fabriek en daar worden de hompen in behapbare biefstukken gesneden en verpakt - 'biefstuk uit Zuid-Amerika'.

Het vlees wordt beter tijdens het transport. Het rijpt. En het gerijpte vlees komt in de schappen: 'Te consumeren tot 20 oktober, mits gekoeld bewaard'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden