HET KNSM-EILAND IS INGENOMEN EN METEEN VOL

Door de week sjokken hoofdzakelijk moeders met kinderen en boodschappentassen door de KNSM-laan; de rest van de eilanders is op de wal aan het werk. In de weekeinden stromen de dagjesmensen uit binnen- en buitenland toe om te zien wat ze daar op het KNSM-eiland in het IJ toch allemaal aan het bouwen zijn. Ooit meerden hier de pakketboten van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij af, nu woont sloeber naast yup en pitbull naast kanarie in 'de nieuwe thuishaven van Amsterdam'. De tentoonstelling 'Havens vol woningen' is t/m 16 april en van 13 tot 17 uur te zien in de Arcamgalerie, Waterlooplein 211 in Amsterdam. In de Zuiderkerk, Zuiderkerkhof 72 in Amsterdam, is een permanente tentoonstelling over het Oostelijk Havengebied te zien. Ma-vr van 12 tot 17, do van 12 tot 20 uur.

Het duurt nog wel een paar jaar voordat de rust op het KNSM-eiland in het IJ is weergekeerd. Ooit meerden de vracht- en passagierschepen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij hier af, uit de windstreken waar nu de straatnamen naar verwijzen: Sumatrakade, Borneokade, Levantplein, Piraeusplein, Surinamekade, Barcelonaplein. Na de nautische neergang van eind jaren zeventig namen gestrande zwervers, klassieke krakers, uitwaaierende kunstenaars, weggepeste bootbewoners bezit van het eiland. Die wezen, zoals dat al eeuwen gebeurt, gemeentebestuur en projektontwikkelaars onbedoeld en ongewild de weg: wacht even, als zij daar op die tochtige nebbishzandplaat kunnen wonen dan kunnen wij het ook en nog veel beter bovendien want wij hebben geld.

In het gedicht 'KNSM' bezingt Jacob Groot de dagen der stadsnomaden aldus:

Godgans de dag zo'n hoofd sloeg in

doekloze

vlag, marmeren wappering, waai ga

de stervende

havens langs de pakhuizen, onbruik-

baar, op, braak,

zelden gebroken caravans, steunend

in hun zure wind.

Boven de vuren, terwijl de zon klapte

weg achter

de Shell-toren, diep in haar ogen,

zwaar roetzwart

blonk het om de randen als de motor

glansde, kwamen

de banden scherven strelen, m'n le-

ren jongen, pop.

Van pek op de brullende chromen

vloog, echo, ze

vlammetje achter je op, onder de

sterrenstromen razend

water, los van de kade, in een kracht

die kon nooit

doven meer, hun aureool hoog bo-

ven, toen in nevels.

Praalde onze moedere, overkant, de

nacht, waardoor

de olien uit de loods Brazilie trokken

hun sporen

tot in de porien als van Argentinie de

ranzige vellen der dieren spreidden zo

'n donsdekbed des doods.

Langs de voormalige loodsen 'Argentinie' en 'Brazilie' bereik je de verbindingsdam naar het KNSM-eiland. Dierenhuiden worden hier niet meer geprepareerd, maar de door vrachtwagenbanden verpletterde en rottende cacaobonen stellen de reukzin nog dagelijks en danig op de proef. Vanaf de dam openbaart zich 'de nieuwe thuishaven van Amsterdam' in al haar fiere uitgestrektheid. Een oogopslag leert al dat we hier niet in het nieuwe centrum van Winterswijk zijn.

De westelijke helft van de zandbank, het Java-eiland, ligt nog braak op het oude douanekantoor 'Het einde van de wereld' na. Maar vergis je niet: daar staat al weer een heimachine te zwoegen, en ginds graven grijpmachines grachten dwars door het eiland. Grachten! Het Java-eiland is aan stedebouwkundige Sjoerd Soeters toebedeeld, en die achtte het gepast om naar de Amsterdamse grachtengordel te knipogen. Grachten in een eiland, dat nou eenmaal per definitie door water wordt omklotst - hebben we dan echt helemaal niets van Almere geleerd?

Het oostelijke eilanddeel, het KNSM-eiland, is van architect en stedebouwkundige Jo Coenen. Hij deelde het eiland stedebouwkundig in, zocht daar toepasselijke architecten voor uit, en bouwt ondertussen z'n eigen gebouw op het alleroostelijkste puntje; het finisterre van het KNSM-eiland.

Coenen's makelaar windt in kranteadvertenties geen doekjes om zijn cirkelvormige gebouw, Emerald EmpirE geheten: “De bekroning van het KNSM-eiland te Amsterdam:206 vorstelijke appartementen en 18 penthouse-maisonnettes. Koopsommen van 235.000 tot 555.000 gulden. Op lokatie is een zeer complete verkoopbrochure verkrijgbaar.”

De arena van Coenen rondt het KNSM-eiland letterlijk, maar mag desalniettemin 'geen laatste punt van het eiland worden'. Coenen draait zich er taalkundig onvoorstelbaar knap uit wanneer hij uitlegt dat zijn finisterre eigenlijk het Begin van de Wereld is: “Het eind van een dergelijk eiland is haast privaat van karakter. Dit wetend maar anderzijds realiserend dat deze bijzondere karakteristiek ook als een extreem nadeel van cul de sac en goudkust zou kunnen uitpakken, hebben wij een nieuw 'einde' voorgesteld waarin alle bewegingen van het verkeer dat van het begin van het eiland naar hier leiden, geen abrupt einde kennen, maar via een vanzelfsprekende joyeuze zwaai teruggeleid worden.'

Cul de sac, 'moment van ommekeer', eindhalte van bus 28, rotonde, een vanzelfsprekende joyeuze zwaai - als dat geen verrukkelijke eufemismen voor Het Einde Van De Wereld zijn!

Wonen in een socialistische stad levert soms ook z'n voordelen op: aanvankelijk wilden de projektontwikkelaars alleen op het KNSM-eiland bouwen als daar louter koopwoningen zouden verrijzen. Dat vond Amsterdam geen goed idee, er moesten mensen van allerlei slag en inkomen op het eiland kunnen wonen. De projektontwikkelaars spartelden tegen, Amsterdam hield voet bij stuk - 'integratie' is niet voor niets Het Begrip Van De Eeuwwisseling geworden. Door de vastberaden houding van het Amsterdamse gemeentebestuur woont inmiddels autochtoon naast allochtoon op het KNSM-eiland, sloeber tegenover yup, pitbull naast kanarie, en staat Volvo achter snollenbak geparkeerd - het eiland met z'n 1300 woningen lijkt warempel een heuse stad te worden.

Dat weerspiegelt zich in reclameborden langs de weg en folders in de brievenbus. Verhuiswagens, meubel- en markiezenfabrikanten rijden af en aan, billboards verkondigen waar het beste en goedkoopste tapijt of marmoleum te koop is - geschilderde betonvloeren leveren in sommige gebouwen jammerlijk een irritante akoestiek op. Bewonersverenigingen haalden 'de paashaas op het KNSM-eiland!', de lokale Groenen willen 'meer groen in het Oostelijk Havengebied', de liberalen zijn tegen 'de verbanning van verarming en verpaupering in Zeeburg', D66 wil meer 'homo-emancipatie' op het eiland en minder betonplaten op het Piraeusplein, de 'Anti-fascisten Zeeburg' verspreidden huis-aanhuis een namen- en adressenlijst van CP'86-kandidaten voor de stadsdeelraad om zo 'hun anonimiteit te doorbreken, geef fascisten geen kans! Isoleer ze!', de Akzo-fabriek aan de overkant van het IJ 'streeft er naar een acceptabele buurman te zijn' en zal op een open dag uitleggen dat 'bijna dertig procent van alle investeringen in de zwavelzuurfabriek gericht zijn op het verder verminderen van mogelijke overlast voor de omgeving en belasting van het milieu'. Op weer een andere dag is er met vermelding van een telefoonnummer een briefje op de PTT-brievenbussen geplakt: 'Bij mij is aangevlogen en gestorven / valkparkiet / op 2 april'.

Ook onderling komen de eilanders elkaars nieuwe huizen bekijken. Vorige week hielden bewoners van de koopwoningen pal aan het IJ open huis, en gingen met koffie met cake rond. Wildvreemden in camelkleurige architectenjassen besnuffelden hun huizen, de onverschrokkenste had zelfs een meetlat meegenomen om er ter plekke de breedte van een vensterbank mee in kaart te brengen. Complimenteerde je de bewoners met het permanente uitzicht op het water, dan maakte je een pijnlijke vergissing: de plannen voor een schiereiland pal voor hun huis zijn immers nog steeds niet van tafel. En kijk 'ns even naar de kade, wat heeft de gemeente daar voor gaten laten graven? Daar moeten bomen komen! Bomen op een kade! “Dan zijn we ons uitzicht kwijt en kunnen we de ramen niet eens meer open doen.” Die bomen gaan er niet komen, daar is nu al een aktiegroep voor opgericht. Een beetje eilander is nou eenmaal wat opstandig van aard.

Het begrip uitzicht op het water ligt overigens tamelijk gevoelig op het eiland. Want niet iedere eilander, om het maar onderkoeld te zeggen, ziet op water uit. In de roodbakstenen arena die de Vlaamse architect Bruno Albert als het Barcelonaplein bouwde, kijkt de meerderheid van de bewoners op elkaar uit. Het IJ is daar maar vanuit eenderde arenadeel en vanaf de zesde en zevende verdieping te zien. In mindere mate geldt dat ook voor het gespierde woningen/ateliersblok van de Berlijnse architecten Hans Kollhoff en Christian Rapp. Hun gebouw - met elegante knieval naar het in/uit-klaringskantoortje dat van Amsterdam per se moest blijven staan - is van een adembenemende kloekheid, ontegenzeggelijk Duits en tegen het kazerneske van de jaren dertig aan, maar als je even geslikt hebt en de klassicistische galerijen binnen ziet, in een handomdraai de verbunkerde ramen opent zoals een boeg het water klieft, middenin de geknikte ruimtelijkheid van een flat staat (eindelijk eens geen schoenendoos!), dan heradem je: de aarde is hier typisch niet met een theelepel omgespit. Dan mekker je niet meer over de schietgaten die balkonnen heten, over gordijnrails die het openen van ramen blokkeren of over de haaks weglopende brievenbussen in de roomhouten pui die door een zaterdagkrant al verstopt raken.

Er wacht de stedelijke eilanders, de bewoners van de Duitse Knieval in het bijzonder, een heel ander gevaar, dat van de onafwendbare heimachine tegenover hen. Als voltooiing van het KNSM-eiland verschijnt daar straks de zestig meter hoge woontoren 'Skydome' van Wiel Arets. “De hoogste woontoren van Amsterdam bepaalt niet alleen de toekomstige skyline, maar biedt haar toekomstige bewoners vanuit de hoger gelegen appartementen ook een ongeevenaard en onbelemmerd uitzicht. Van IJsselmeer tot Noordzee met een weidse blik over mooi Amsterdam.” Mooi Amsterdam, mooi Amsterdam - het is te zeggen. Het ligt er maar aan of je bovenop 'Skydome' of op de Westertoren staat. De toren gaat een overdonderde en blijvende schaduw over het eiland leggen, ook al heet het in bouwerstaal dat 'de zorgvuldige horizontale insneden in de gevels en de perforaties in de kopgevels, mede door de bijzondere structuur van de antracietkleurige betonnen gevelelementen voor een uitgekiend licht- en schaduwspel gaan zorgen'.

De toren komt op een sokkel te staan, 'zodat je er vanaf de grond onderdoor en naar het water kunt kijken'. ('Anderhalve meter boven straatniveau' - er is aan alles en iedereen gedacht; kleuter en pygmee zijn op het KNSM-eiland saam tevree.) Dat neemt niet weg dat die ene, allerlaatste hijskraan, waar de Vrienden van het Open Haven Museum zo terecht voor gevochten hebben ('had geen havenfunctie meer') zich straks als een lullig wigwampje naast 'Skydome' moet zien te blijven verheffen. Wat dat uitgekiende licht- en schaduwspel betreft is het dubbel vooruitziend dat Kollhoff en Rapp hun Duitse Knieval zo fier in de KNSM-skyline neerplantten; zo weerklinkt het gekerm en hoongelach in hun gebouw over die allesoverschaduwende buurman 'Skydome' tenminste op gewenste symfoniesterkte.

Een mens - eilander, maritiem of stedelijk zwervend - kan niet alles sturen of besturen. Nog voordat hij de bewoners van de Olympus had geraadpleegd, beklaagde een wethouder van Almere (of was het Lelystad? ) er zich onlangs over dat jan en alleman maar over die eeuwige polderwind bleven murmureren. Z'n stad moest nu maar eens voorgoed 'van dat winderige imago af'. Het KNSM-eiland kniesoort niet over de eigen wind; het orgaan van de Bewonersvereniging Bruno Albert heet ronduit 'Windkracht 10'.

De wind is van alle tijden en richtingen, en kan vergieten vol water vervoeren, maar in Wolvega noch in Montferlant zwenkt en zwiept hij bronstiger dan op het KNSM-eiland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden