'Het klinkt misschien gek, maar ik genoot ervan'

De Zuidafrikaanse ambassade in Den Haag noemde haar plan 'bloedgevaarlijk'. Wist ze wel hoe gewelddadig het in Soweto was? Er waren veel mooiere plekken, zou ze daar niet liever naar toe gaan? Had ze wel begrepen dat de busverbinding slecht was. "Wees maar niet bang, ik kom er wel. Ik ga niet op vakantie" , zei de Amsterdamse oudwethouder Tineke van den Klinkenberg. "Ik wil alleen mijn kinderen zien."

Toen begrepen ze er aan de Haagse Wassenaarseweg, waar de Zuidafrikaanse vertegenwoordiging zetelt, helemaal niets meer van. En moest ze het zelf maar weten.

Vrij toevallig kreeg Tineke van den Klinkenberg 'haar' twee kinderen. "In december 1987 leerde ik hun ouders, Jonas en Violet, kennen. Ze leefden al jaren in ballingschap. Hij is musicus, heeft onder meer de filmmuziek voor Cry

edom gemaakt, reist rond met Amandla, het culturele ensemble van het ANC. Violet was manager van een reisbureau. Ze namen toen, met driehonderd andere Zuidafrikanen deel aan het CASA-festival. De anti-apartheidsbeweging had me gebeld en gevraagd of een paar van de deelnemers bij me konden logeren. We werden vrienden. Ik heb ze snel na het festival in Londen opgezocht. Sinds CASA heeft Zuid-Afrika me niet meer losgelaten. Natuurlijk wist ik wel van de apartheid en had ik in demonstraties meegelopen. Maar met Jonas en Violet haalde ik Zuid-Afrika in mijn huis, sindsdien had ik er iets mee."

Paar weken

"Violet zat in de Verenigde Staten, had er een baan gevonden. Ze probeerde een verblijfsvergunning voor de kinderen te regelen, maar dat liet maar op zich wachten. En Jonas, die met de kinderen in Londen zat, moest op toernee. Ik belde naar Londen om te vragen hoe het er mee stond, en hoe het met ze was en hoorde toen dat ze onderweg waren naar Amsterdam. Een kwartier later stonden ze voor mijn neus. Jonas dacht dat het maar een paar weken zou duren, hij zou de kinderen later komen ophalen en naar Amerika brengen. Na een paar maanden werd duidelijk dat de kinderen er niet welkom waren, alle pogingen om een verblijfsvergunning te krijgen, liepen op niets uit. Uiteindelijk zijn ze tweeeneenhalf jaar gebleven."

"Het was een heerlijke tijd. Opeens had ik kinderen! Vrienden en vriendinnen hielpen met de opvang, ik had een drukke baan. We regelden een school voor ze. Keitu van acht sprak binnen drie maanden Nederlands, Malose van elf deed er een jaar over. We belden iedere week met Violet in New York. Elk televisieprogramma over Zuid-Afrika, elk nieuwsbericht volgden we met zijn drieen. Ze vertelden me zoveel over het land, en over Botswana, dat in het noorden aan Zuid-Afrika grenst, waar ze woonden totdat apartheidscommando's in 1985 hun huis bombardeerden."

Keitu is heel creatief, schilderde hier, boetseerde, speelde piano. Ze kon eindeloos in haar kinderbijbel lezen. Malose was dol op sport, voetbalde, zat op judo. We hadden het zo gezellig met elkaar, en apartheid had ons samengebracht."

"In oktober vorig jaar kwam Violet de kinderen opzoeken. Net in die weken deed het ANC een oproep aan alle ballingen om terug te keren. Daar worstelde ze vreselijk mee. Ze had een huis in New York, en net een verblijfsvergunning voor de kinderen gekregen. Bovendien beschouwde ze Botswana meer als haar thuis dan Zuid-Afrika. Ze hadden er tien jaar gewoond, veel van hun vrienden wonen daar. We hebben er, als twee moeders, hele dagen en nachten over gepraat. Uiteindelijk denk ik dat ik haar over de streep getrokken heb. De kinderen moeten hun roots leren kennen, hun taal leren, vond ik. Tegelijkertijd pleitte ik ontzettend tegen mijn ziel in, want het liefst had ik ze bij me gehouden."

"Tenslotte hebben we de knoop doorgehakt en het de kinderen verteld. We hebben ze in de gelegenheid gesteld om er hun mening over te geven, maar het besluit stond vast. Malose heeft vre-se-lijk gehuild, maar Keitu was het er helemaal mee eens. Een vriendinnetje vond dat ze hier moest blijven. 'Het is hier veel veiliger en beter. En veel mooier', zei ze. Daar was ze heel kwaad over."

"Een dag na het besluit hebben we van haar verjaardagspartijtje een afscheidsfeest gemaakt. Toen Jonas uit de Verenigde Staten terug was, zijn ze met zijn vieren vertrokken."

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Van den Klinkenberg in juli naar Soweto zou gaan om het gezin op te zoeken. "Ik hield het niet uit. Ik belde wel steeds, maar het verlangen om te zien waar ze woonden en iedereen te ontmoeten die ik alleen maar uit de verhalen kende, daar kon ik geen weerstand meer aan bieden. Toen heb ik een visum aangevraagd en een ticket besteld."

"De vliegreis duurde zo lang, ik had steeds de neiging op te staan en te roepen: 'Ik ga naar Johannesburg'. Maar iedereen ging natuurlijk naar Johannesburg. Toen ik de aankomsthal binnenliep, steeg er een gegil en geschreeuw op. Ze waren met een volle minibus gekomen: Violet, de kinderen, en al die anderen die ik alleen maar uit verhalen kende. De blanken in die hal wisten niet wat ze zagen: een blanke die wordt binnengehaald door een groep zwarten, dat is nog zeer ongebruikelijk. Maar ik had het gevoel dat ik thuiskwam. Toen zijn we naar Orlando gegaan, de buurt in Soweto waar ze nu wonen."

"Wat moet ik in godsnaam van Soweto zeggen? Natuurlijk was het er stoffig en armoedig. De Squattercamps. Geen wasmachine. Geen kraan in de keuken maar buiten. Daar waren ze soms gegeneerd over, maar zo was het vroeger bij ons thuis ook. Het klinkt gek, maar ik genoot ervan. Vroeg op, buiten de was doen, eeuwig blaffende honden, kippen plukken, met zijn allen op de grond slapen. En weer eindeloos met Violet praten, of met haar moeder en de tantes. Ik heb geen moment de behoefte gevoeld om naar de stad te gaan."

Onuitstaanbaar

"Het is zo moeilijk er een evenwichtig oordeel over te vellen, als dat al mogelijk is na drie weken in zo'n township. Want natuurlijk is er ook geweld. Ik heb er zelf niks van gemerkt, maar elke dag hoor je wel een verhaal over een beroving, of een auto-ongeluk. En natuurlijk zijn die blanke smerissen onuitstaanbaar. Ze scholden me uit. Als ik voorbijliep, hingen ze met zijn vieren uit het raam, gingen langzamer rijden: 'Wat doe je hier', riepen ze. 'Fuck off', riep ik dan, of 'go to hell'. Dat hielp wel. . ."

"De zwarten lachten zich een ongeluk. Ze vonden het prachtig dat ik daar rondliep, groetten onophoudelijk, knoopten om de haverklap een gesprek aan. 'Woman, we are makin' history', zei iemand toen we samen door Soweto sjokten. Er is een dankbaarheid over het feit dat je er geen moeite mee hebt om de kleurgrens over te steken, die bijna overdreven aandoet."

"Maar over het algemeen is er een vergevingsgezindheid die ik tamelijk onbegrijpelijk vind. Toen Violet, Jonas en ik een paar dagen naar Botswana gingen om het gebombardeerde en nu weer opgetrokken huis op te zoeken, reden we urenlang door de blanke rijkdom van de noordelijke Transvaal. Ik voelde zoveel woede opkomen. Het is een luxe die onvoorstelbaar is, dat kom je in Nederland niet tegen. Waarom moet iemand twee zwembaden hebben? Waaraan ontleen je het recht mensen zo uit te buiten als je zelf nog niet in staat bent om een ei te bakken?"

"Het is zo onbeschaafd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden