Het kleingeestige van hippies

In Australische romans treffen we vaak zoekende pioniers aan in ruige landschappen, schrijft Rob Schouten. Zo ook in de nieuwe Peter

Peter Carey: Zijn verborgen bestaan. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9 789023 428909; 304 blz. euro19,90

De Australische literatuur valt natuurlijk onder de Engelstalige letterkunde, maar ze neemt daarin beslist een eigen, wat afzonderlijke plaats in. Zoals je overigens ook de Britse en de Amerikaanse literatuur niet snel met elkaar zult verwarren.

De Australische literatuur dunkt me grof gezegd wat ongeciseleerder, ruiger en landelijker maar ook organischer dan die van haar taalverwanten. Je proeft er meer de geest van William Faulkner en D.H. Lawrence in dan die van James Joyce of John Updike.

Wie bijvoorbeeld het werk leest van de grootste Australische schrijver van de twintigste eeuw, Patrick White (tevens enig winnaar uit Australië van de Nobelprijs voor literatuur), komt terecht in een typisch Australische wereld, niet alleen qua landschappen maar ook qua mentaliteit; zijn verhalen zijn vervuld van een zoekende pioniersgeest.

En hoewel bij Australische schrijvers van jonger datum de globalisering natuurlijk heeft toegeslagen, voel je ook in hun werk nog vaak iets van die enerzijds insulaire, anderzijds woestijnachtige kant van het Australische leven.

Het is dan ook bijna karakteristiek dat de Australische schrijver Peter Carey, in zijn jongste boek ’Zijn verborgen bestaan’, zijn hoofdpersonen de grote Amerikaanse stad laat ontvluchten om in de Australische jungle onder te duiken.

’Zijn verborgen bestaan’, gebaseerd op Carey’s eigen ervaringen in een hippiecommune, gaat over de jaren zeventig. Che Selkirk, de zevenjarige zoon van twee ultralinkse Amerikaanse studenten, politiek geëngageerde kinderen van de hippiegeneratie, wordt door zijn steenrijke bourgeois-grootmoeder opgevoed, tot op een dag een vriendin van zijn moeder, Dial geheten, hem kidnapt en naar Australië ontvoert.

Che, die zijn ouders nooit heeft gekend, houdt Dial voor zijn bloedeigen moeder, en verwacht dat ze hem nu ook bij zijn verdwenen vader brengt. Maar zijn biologische ouders zijn allang uit de maatschappij en van de aardbodem verdwenen.

Over dit wonderlijke tweetal Che en Dial gaat ’Zijn verborgen bestaan’. Een gevoelig jongetje, hunkerend naar warmte, liefde en erkenning, en een ontwortelde jonge vrouw, die haar academische carrière heeft opgegeven voor even vage als onbevredigde idealen. Het grootste deel van het boek speelt zich af in de Australische woestenij, ergens in Queensland, waar de twee terecht zijn gekomen in een hippiekolonie.

Een erg harmonieuze omgeving is dat overigens niet. De twee nieuwkomers worden door de geharde Australische hippies maar met moeite getolereerd, en als ze ook nog een onderweg opgepikte kat blijken te hebben meegenomen, ontstaat er een conflict. Want katten zijn slecht voor vogels en worden in de kolonie niet getolereerd.

Kortom: de zogenaamd ideale samenleving van de hippies wordt evenzeer beheerst door egocentrisme en regelgeving als de rest van de wereld. Als Dial haar plaats in de hippiecommune wil innemen gaat dat als volgt:

„De advocaat rolde een dunne rechte sigaret. We gaan Adams aandelen overschrijven op jouw naam, zei hij tegen Dial. Daarom zijn we hier bij elkaar.

En dat kan dus niet, zei Dial. Nu glimlachte ze naar hem.

O? Hij drukte de uiteinden met een rode lucifer aan en stak hem aan; hij hield de rook te lang binnen.

Er is een regel die katten verbiedt.

Er is geen regel, zei de advocaat. Jeetje, het zijn hippies.

Ik heb eerder in communes gezeten, meneer Warriner. Die stikken altijd van de regels. Neemt u dat maar van mij aan.

Phil, zei de advocaat.

Wij zijn Austrálische hippies, voerde Adam aan. Hier is het anders.”

Maar zo anders is het niet; ook deze alternatievelingen voeren een haast xenofoob huishouden. Als het Carey erom te doen is de idealen van de jaren zestig en zeventig te nuanceren, is hij daarin geslaagd. De Australische hippiewereld wordt vooral als een benauwd en kleingeestig wereldje voorgesteld.

Maar ’Zijn verborgen bestaan’ gaat toch in feite over individuen die hun weg in de wereld zoeken. De Australische wildernis en haar zelfverkozen wilden is het decor voor de ontwortelden Dial en Che, wier innerlijke ervaringen op een knappe en intrigerende wijze verweven zijn: soms weet je als lezer nauwelijks in wiens gedachtenwereld je je bevindt, een effect dat behalve door snelle perspectiefwisselingen ook wordt bewerkstelligd door het ontbreken van aanhalingstekens. Het kind en de volwassene zoeken beiden naar houvast en naar zichzelf. Eigenlijk wordt de alternatieve wereld van de jaren zeventig als een tijdelijk en vreemd nest ervaren, waar ze allebei per ongeluk in terecht zijn gekomen:

„Niemand heeft enig idee wie ik eigenlijk ben. Dat kleine rotjoch niet, dat haar hart gestolen had en ervandoor ging. Trevor niet, Chook niet, Roger niet, die schriele schijterd van een Adam niet. Hoe konden deze tweederangs hippies snappen dat Dial een SDS-heldin was [de SDS is een Amerikaanse links-radicale beweging – RS]. Wie had dat door? Zijzelf begreep het nauwelijks.

In Cambridge had ze zich in folkloristische jurken gehuld, met spiegeltjes, laarzen met schapenwol, alsof ze een pseudo-Nepalese prinses was. Die Harvard-schatjes zagen de ongerijmdheid niet.”

Zo wordt de overgang van de oude, autoritaire wereld naar onze hedendaagse nieuwe, vrije en geëmancipeerde wereld neergezet als een moeizame, paradoxale epoche, waarin schone idealen makkelijk overwoekerd raakten door uiterlijkheden. Dat proces heeft Peter Carey organisch en tegelijk scherp in beeld gebracht. De clou van de gebeurtenissen rond Dial en Che is dat niemand ongeschonden uit het verleden komt. Dat lezen we in de indrukwekkende laatste regels van het boek, als een volwassen Che terugblikt:

„Zelfs als volwassene dacht hij dat iets tastbaars in hem was achtergebleven – klein, glad, geen parel, glanzender, lichter, een zaadje waarvan hij uiteindelijk dacht dat het een simpele herinnering was, niets meer, dat hij mee zou dragen over dat rommelige pad dat zijn eigen komedie en bij tijd en wijle rampzalige leven zou zijn.”

Er is weinig fantasie voor nodig om te bevroeden dat iets soortgelijks ook voor Peter Carey zelf geldt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden