Het kleine Brusselse potje droomt van grootse daden

Jean-Claude Juncker presenteert zijn plan in Straatsburg. Beeld afp
Jean-Claude Juncker presenteert zijn plan in Straatsburg.Beeld afp

Roepnaam: Efsi. Het jongste product van de beproefde Brusselse afkortingenmachine, geboren op 26 november 2014, moet een wonderkind worden, niet het zoveelste bureaucratische gedrocht.

Dat is de ambitie achter het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (Efsi), dat de Europese Commissie gisteren met veel tamtam presenteerde in Straatsburg. Van dit plan wordt veel verwacht. Het moet het vertrouwen in de langdurig kwakkelende economie van de Europese Unie terugbrengen. "Wij bieden hoop aan miljoenen Europeanen die gedesillusioneerd zijn na jaren van stagnatie", zei commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.

Zijn toespraak voor het Europees Parlement was misschien wel de belangrijkste in zijn lange politieke leven. "Ik heb een visioen van schoolkinderen in Thessaloniki die een spiksplinternieuw klaslokaal binnenlopen, vol met computers. Ik heb een visioen van een Franse forens die zijn elektrische auto oplaadt langs de snelweg op dezelfde manier waarop we vandaag benzine tanken."

Investeringsniveau
Grote woorden, waar in beginsel maar een klein Efsi'tje tegenover staat. Met 21 miljard euro valt het fonds, dat in juni volgend jaar klaar zou moeten staan, in het niet bij het streefbedrag van ruim 300 miljard aan beoogde investeringen in drie jaar tijd. Het huidige investeringsniveau in de EU is 15 procent lager dan in 2007, het begin van de crisis.

Het gaat volgens Juncker vooral om de politieke keuzes achter het project. De belastingbetaler wordt ontzien. Het investeringsplan is het laatste been van een driehoek die verder bestaat uit begrotingsdiscipline en structurele hervormingen, legde hij uit. De Luxemburger sprak van een omslag in de manier waarop de EU met geld omgaat. "We gaan van subsidies naar garanties en leningen."

Efsi wordt vooral gevuld met geld uit de bestaande EU-begroting. Met dit garantiefonds kan de Europese Investeringsbank (EIB), die een hoofdrol speelt in de uitvoering, een drievoud aan leningen verstrekken: 63 miljard. En via een hefboomeffect moet dan 315 miljard euro los komen bij marktpartijen die investeren in Europa nu nog niet zien zitten. Ziedaar de eerste van in totaal drie Efsi-pijlers: geld. Dat moet niet uit nationale of Europese schatkisten komen, maar uit de markt, waar het in overvloed ligt te slapen.

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

'Versimpelingsmachine'
Pijler twee is een onafhankelijk bureau dat bepaalt welke investeringsprojecten voor de EIB-leningen of -garanties in aanmerking komen. Nationale belangen mogen daarin geen rol spelen. De nadruk ligt op de sectoren waar de EU de grootste inhaalslag te maken heeft, zoals de digitale economie, energie en een grensoverschrijdende dienstensector. De EIB zal borg staan voor het meest riskante investeringsdeel.

Derde onderdeel is wat Juncker de 'versimpelingsmachine' noemt: het wegnemen van bureaucratische barrières die investeerders nu nog doen terugdeinzen voor Europa. Het laat zich raden dat Frans Timmermans, Eurocommissaris voor betere regelgeving, hierin een sleutelrol speelt.

Juncker riep de lidstaten op het fonds te spekken met extra garanties, zodat het beginbedrag de 21 miljard kan overstijgen. Als lokkertje beloofde hij dat deze inspanningen niet zullen meetellen bij de weging van begrotingstekorten volgens die strenge EU-normen.

Efsi moet nog door de hele EU-besluitvormingsmachine. De regeringsleiders bespreken het plan op hun Europese top van 18 en 19 december.

Abonnees en losse kopers lezen vandaag in Trouw waarom economen niet erg enthousiast zijn over Efsi.

Nederland heeft investeringen nodig in onderwijs, onderzoek & ontwikkeling, en duurzame energie

Elke EU-lidstaat heeft zijn pijnpunten op het gebied van investeringen, en vooral het gebrek daaraan. Het investeringsplan van de Europese Commissie bevat 28 landenprofielen, die gelezen kunnen worden als reclamefolders voor investeerders. Waar valt winst te boeken?

In Nederland is dat in onderwijs, onderzoek & ontwikkeling en duurzame energie. Vooral op dat laatste punt ligt Nederland ver achter op andere EU-landen. Volgens de commissie moet dat gat gedicht met substantiële investeringen.

De terugval in private investeringen is in Nederland 'relatief scherp' geweest: dit jaar wordt ongeveer 16 procent minder geïnvesteerd dan in 2008. Die daling is groter dan in landen als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Met name de crisis in de bouwsector, die Nederland veel zwaarder heeft getroffen dan omringende landen, is daar debet aan.

Daar staat tegenover dat de Nederlandse overheidsinvesteringen redelijk stabiel zijn gebleven en al twintig jaar boven het EU-gemiddelde liggen.

De commissie raadt investeerders vooral aan geld te steken in onderzoek & ontwikkeling in Nederland, vanwege de achterstand en dus de groeimogelijkheden. Ook investeringen in energiebesparing en duurzame energie leveren waarschijnlijk iets op. 'De Nederlandse groeivooruitzichten kunnen verbeteren door de onderwijskwaliteit te verhogen, en door aanvullende fondsen te steken in elementair onderzoek.'

De aandachtspunten per lidstaat zijn divers. In Duitsland valt veel op te knappen aan de infrastructuur, in België moet veel gebeuren aan energiezekerheid en schoolgebouwen, terwijl Italië nodig moet timmeren aan zijn kenniseconomie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden