Het kind van de dominee / Gedragen door dezelfde traditie

Al zes generaties lang levert het geslacht Douwes predikanten aan de Nederlandse hervormde kerk. Van vader op zoon, en toen het mocht, op dochter: in elke generatie wilden er wel weer een of twee dominee worden. Zulke geslachten zijn -het predikantschap is nogal erfelijk- niet uniek. Maar zes generaties onafgebroken dominees produceren, en vooral: tot op de dag van vandaag -dat is tamelijk bijzonder.

Twee vrouwen aan een tafel in Hoogkerk: moeder en dochter, beiden domineeskind, beiden dominee in de Nederlandse hervormde kerk. Familiepapieren, een getekende stamboom én het blauwe boekje van het Nederlandse Patriciaat liggen onder handbereik.

In oktober 2001 werd Klaske Olde Scheper-Van der Weide (1970) in Hoogkerk bevestigd tot predikant. In haar familie van moederskant -Douwes- gingen vijf generaties haar voor in het ambt. Zij is de eerste van de zesde generatie. Ernstig: ,,Ik voel me er letterlijk voor in de wieg gelegd. Mijn afkomst geeft me het idee dat ik nóg meer gedragen word.''

In het geslacht Douwes wemelt het, kort samengevat, van de dominees. Begin negentiende eeuw voelde de eerste zoon uit een lange reeks zich geroepen tot het ambt. Hij heette Jan, en hij had volgens de familieoverlevering wél hersens, maar geen zin in het koopmanschap, het beroep waarin de Douwesen van oudsher sterk waren. De jonge kandidaat nam rond 1815 een beroep aan naar Gandersum, een kleine plaats in Oost-Friesland.

Een jaar later werd zoon Jan jr. geboren, volgens zijn verre nazaten de 'studiebol van de familie'. Hij zou het tot vice-preses van de hervormde synode brengen. Jan jr. trouwde met een Hugenholz, telg uit een deftig predikantengeslacht. (Dat leverde overigens 250 jaar lang dienaren des Woords, maar in 1974 was het afgelopen.)

In 1871 lag er weer een dominee in spe in de wieg: P.A.C. Douwes. Hij trouwde met een 'zeer vrijgevochten dame', samen kregen ze acht kinderen. Eén dochter huwde een dominee, een andere ging het klooster in, twee zonen werden ook predikant. Een van de twee, Jan, was de vader van Mechteld van der Weide-Douwes (1939), de moeder van Klaske.

,,Ik heb een heel rustige dorpsjeugd gehad'', zegt ze aan de tafel van haar dochter. ,,Zonder verhuizingen. Ik was de zevende van negen kinderen. Dan probeer je zo onopvallend mogelijk te zijn. Ik had geen behoefte om te rebelleren. Het was geen strenge opvoeding. Ik sliep regelmatig uit op zondagmorgen, dan wilde ik niet naar de kerk. Mijn ouders legden zich daarbij neer.''

Twee van haar broers gingen, jawel, theologie studeren. ,,Voor mijn vader was het gewoon roeping'', zegt Mechteld. ,,Voor mijn broers lag het in de lijn. Als je gelovig bent, en je hebt het in je, waarom niet?'' Zelf wilde ze na een jaartje aarzelen óók theologie gaan doen, al kon ze daarmee destijds geen predikant worden. ,,Ik dacht: ik zie wel waar het schip strandt. Ik wilde theologie als basis in mijn leven.''

Ze meldde zich aan in Groningen, natúúrlijk in Groningen, 'de faculteit van mijn familie'. ,,In mijn jaar zaten twee meisjes. Ongelooflijk naïef ben ik aan die studie begonnen. Ik had me niet gerealiseerd hoezeer het een mannenwereld was. Ik ben iemand die zegt wat ze denkt, en dan was je meteen een ka.''

In 1967 besloot de hervormde synode vrouwen toe te laten tot het ambt. ,,Ik weet nog dat een hoogleraar tegen ons zei: het is erdoor! Dat maakte indruk. Met enige aarzeling ging ik naar het seminarie. Daar zei een jongen uit de Gereformeerde bond tegen me: ik hoop niet dat ik met jou in één ring kom.''

In die tijd moesten vrouwen die trouwden meteen het ambt verlaten. Merkwaardig genoeg stond er niks in de kerkorde over gehuwde vrouwen die dominee werden. ,,Dus toen ben ik eerst getrouwd. Met een medestudent theologie.'' Zo werd Mechteld de eerste gehuwde vrouwelijke predikant in de hervormde kerk. In maart 1969 deed ze intrede in Boyl. ,,Daar waren ze heel blij met een vrouw.''

Het werk in de gemeente viel haar niettemin zwaar. ,,Ik voelde een enorme druk om te bewijzen dat ik het kon. Ik wilde het als vrouw te goed doen. Voor mij was het predikantschap vanzelfsprekend. Voor anderen niet.'' Al snel raakte ze zwanger. ,,Mijn dochter, zeg ik altijd, stond al op de kansel voor ze werd geboren. Die toga verborg alles. Er waren geen gehuwde vrouwelijke predikanten, dus bestond er ook niet zoiets als zwangerschapsverlof. Zes weken na de bevalling begon ik weer met werken.'' Maar er kwamen 'spanningen' in de gemeente, en ze verzeilde in een postnatale depressie, 'in die tijd nog niet herkend en erkend'. Mechteld: ,,Toen was het over en uit. Ik werd door de dokter ziek verklaard. Hoorde je mensen denken: ook makkelijk, zit het even tegen, wordt ze ziek.''

Ze kreeg de bevoegdheid 'als van een emeritus'. Haar man, inmiddels ook afgestudeerd, stelde zich beroepbaar. Er kwamen nog twee zoons, en een adoptiedochter, er volgden nog enkele verhuizingen. Haar echtgenoot, blind vanaf zijn geboorte, kon haar steun goed gebruiken bij het gemeentewerk. Maar gaandeweg begon het te 'kriebelen'. ,,Ik wilde meer dan achter de kinderen aanlopen en het hulpje zijn van mijn man. Toen heb ik voorgesteld om samen een beroep aan te nemen. Dat werd Erica, in Drenthe. Hij twee derde, ik een derde van de tijd.''

Hun oudste dochter vond het leven in de pastorie niet onverdeeld aangenaam. Klaske: ,,Iedereen wist altijd wie ik was, had een mening over mij. In de puberteit had ik het daar moeilijk mee. Mensen zeiden: jij zal wel niet naar dat schoolfeestje mogen. Ze vonden dat ik me perfect moest gedragen. Maar ik speelde er ook mee. De ene keer vertelde ik eerst dat mijn vader blind was, de andere keer dat hij predikant was. Dat gaf altijd leuke reacties.''

Verzet heeft ze zich nooit. ,,Ik zocht naar wat religie voor mij betekende. Voerde heel pittige discussies. Ik wilde 'ik' zijn, geen kopie van mijn vader. En dat mijn moeder ook dominee is, was ik me altijd wel bewust. Het maakte het voor mij uiteindelijk vanzelfsprekend om predikant te worden.''

Ook Klaske studeerde in Groningen. ,,In mijn moeders jaar waren er twee meisjes op zestien studenten, in mijn jaar van elf zat één jongen.'' Niettemin voerde ze op het seminarie 'dezelfde discussies' met orthodoxere medestudenten als haar moeder dertig jaar daarvoor. ,,Bonders aanvaarden de vrouw in het ambt nog steeds niet. Ze zijn in feite tegen mijn persoon.''

In 1996 werd het gezin Van der Weide-Douwes zwaar getroffen. Mechteld: ,,Onze oudste zoon is uit het leven weggewandeld.'' Met zijn allen verzorgden ze de rouwdienst. ,,Mijn man zei: als het geloof me nu niet draagt, wat is het dan waard? Wij hebben toen ervaren wat een steun het is om te staan in een geloofstraditie. Toen alles ons uit handen was geslagen, lag daaronder die basis. Het is er gewoon, en het is meer dan jijzelf. Dat was ook de verwondering toen Klaske vorig jaar bevestigd werd. Die twee eeuwen zijn echt gebleken.''

Volgens de kersverse dominee biedt opgroeien in een pastorie onmiskenbaar voordelen. Klaske: ,,Een studiegenote van mij voelt een enorme druk nu ze in de pastorie zit. Ze ervaart het als een glazen huis. Daar heb ik mijn hele leven al in gewoond. Natuurlijk hebben mensen altijd een mening over je. Mijn houding is: zolang het niet op papier is gezet, trek ik het me niet aan.''

Haar moeder is inmiddels afgekeurd en met 'invaliditeitsemeritaat'. Haar vader gaat deze maand met de vut. Haar jongste broer vertrok na zijn eindexamen voor een jaar naar de Verenigde Staten. Klaske Olde Scheper: ,,Hij zou daar eerst kunstmatige intelligentie gaan studeren. Maar halverwege dat jaar kreeg ik een brief. Vertel het nog maar niet tegen pa en ma, schreef hij. Ik heb me óók opgegeven voor theologie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden