Het kind van de dominee / 'De meisjes in het dorp vonden het interessant'

De pastorie heeft haar sporen nagelaten. In de aanloop naar de Dag van het domineeskind, 26 oktober in de Nieuwe Kerk, portretten van min of meer bekende pastoriekinderen. Vandaag: filmjournalist René Mioch.

,,Ik ben pas domineeskind geworden op mijn veertiende. Mijn vader was ondernemer en tegelijk heel actief in de kerk. Hij was ouderling, viel in als er geen predikant was. Op zeker moment heeft hij z'n werk aan de kant gedaan en is theologie gaan studeren. Hij werd godsdienstleraar, ging werken in verpleeghuizen en werd daarnaast pastor in de kleine hervormde gemeente Jisp.

Mijn vader deed van alles: van banken sjouwen tot klokkenluiden en kerstboom optuigen, en als het nodig was speelde hij voor koster. En hij viel in waar ze hem maar vroegen. Mijn broer en ik gingen vaak met hem mee op tournee - zo voelden we dat. Meestal zat er een weekendje aan vast, als hij elders moest preken. Een prachtige tijd. We werden niet onder druk gezet om mee te gaan naar de kerk, ik mocht ook gerust uitslapen als ik zaterdagavond was wezen stappen. Ik vond het wel vermakelijk dat me soms werd gevraagd: 'En, was het nog druk afgelopen zondag?' en dat ik dan kon zeggen: 'Weet ik niet, ik ben niet geweest.'

Ik ging nooit met tegenzin. Zelfs toen ik al op kamers zat, kwam ik een paar keer per jaar luisteren hoe hij zich ontwikkelde. Hij was altijd met jongeren bezig, begon in Jisp een jeugdhuis. Daar zat hij niet te evangeliseren maar de jeugd kwam wel in de kerstnacht bij hem in de kerk kwam luisteren. Ik mocht graag zien hoe hij jongeren aan zich wist te binden, en echt niet met de Bijbel in de aanslag.

Ik vond mijn vader heel gewoon, thuis en op de preekstoel. Wel lastig was bijvoorbeeld op catechisatieweekenden waar een hoop flauwekul werd gedaan zoals dansen en droppings - dat mijn vader dan kwam praten over seksualiteit. Als je puber bent, is het heel gek om je vader in zo'n rol te zien. Ik stond er versteld van hoe goed hij dat deed, maar gek genoeg werd dat onderwerp bij ons thuis nooit aangeroerd. Maar ja, je kunt psycholoog zijn en gek tegelijk, dat sluit elkaar niet uit.

Het idee dat je de koninklijke familie van het dorp was, sprak me minder aan: bij binnenkomst in de kerk werd je zo bekeken. Maar traumatisch was het niet. De meisjes in het dorp vonden zo'n domineeszoon wel interessant, het had dus ook z'n voordelen. Bovendien, ik mocht graag iets doen in de kerk, een gedicht voorlezen bijvoorbeeld. Als kind stond ik graag op de preekstoel om m'n eigen preek te houden, op zaterdagmiddag in een lege kerk. Ik heb er veel van geleerd voor wat ik uiteindelijk ben gaan doen. Ik was anders nooit zo vrij geworden in het openbaar en in het kijken hoe andere mensen iets doen. Ik praat nu over film alsof het mijn geloof is. Zo voel ik het ook.

Tegelijk heb ik van thuis ook geleerd om discreet te zijn. We hoorden aan tafel natuurlijk van alles, je wist wat er in de gemeente gebeurde, maar je praatte er tegen anderen niet over. Ik had ook geen kritiek op mijn vader. Dat preken was zíjn vak. Trouwens, hij wás ook goed, hij kón het ook goed brengen, hij verstónd de kunst om geld bij elkaar te praten. Als ik nu Mel Gibson in de film 'Signs' een dominee zie spelen, die twijfelt aan het geloof na de dood van zijn vrouw en niets meer van God begrijpt, dan heb ik van mijn vader een heel ander beeld. Soms vond ik dat zijn verhaal wat aan de oppervlakte bleef. Hij had het ook harder kunnen zeggen, zei ik dan. Maar hij preekte voor oudere mensen die even om een uurtje aandacht of geruststelling kwamen. Hij stond er niet voor mij!

Die discretie heb ik nog steeds, ook in mijn werk. Ik ontmoet zoveel filmsterren en iedereen wil altijd weten 'hoe ze zijn'. Ik vind het heel moeilijk om daar dan belangrijk te gaan zitten doen. Om dezelfde reden kan ik ook niet zo gauw een anekdote uit de pastorie ophalen: ik bescherm die wereld waarin ik opgegroeid ben. Wat ik wel heel vervelend vind is dat het calvinisme zo in mij zit. Dat eeuwige verantwoordelijkheidsgevoel. Altijd maar rekening houden met anderen, klaarstaan voor iedereen, bereid zijn om naar iedereen te luisteren en weinig aan jezelf toekomen - dat kan ik maar niet uitbannen. Ik vind het heerlijk om te zien hoe mijn kinderen als ze bij een ander zijn zonder vragen een koekje pakken, terwijl ik altijd geleerd heb dat zoiets niet hoort. Ik moest me altijd zo gedragen! Het kost me veel tijd om dat patroon te doorbreken.''

René Mioch (1959) is filmjournalist bij Yorin. Zijn vader was hervormd pastor in onder meer Jisp en Wapserveen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden