Interview

Het kind centraal? Dat hoor je al 250 jaar

Lesprogramma's op de tablet kunnen goed aansluiten op de belevingswereld van kinderen. Beeld anp

iPad-onderwijs modern? Volgens de Vlaamse onderwijsexpert Pedro de Bruyckere is het juist vernieuwend om níet aan te sluiten op de leefwereld van kinderen. De school mag een plek op zichzelf zijn.

Hij is een 'mythekiller' in het onderwijs: de Vlaamse pedagoog Pedro de Bruyckere, vanavond spreker in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. In zijn boeken probeert hij docenten eenvoudig uit te leggen welke onderwijstrends wel wetenschappelijk bewezen resultaten opleveren, en welke niet.

Kunnen jongens beter speciaal jongensonderwijs krijgen? Onbewezen. Worden jonge kinderen slimmer van klassieke muziek? Echt niet. De nieuwste trend is een grote: gepersonaliseerd leren, waarbij scholen claimen 'het kind centraal' te stellen. Hierbij doemt meteen het beeld op van de Steve Jobsschool, waar leerlingen aan de hand van de iPad door de lesstof geloodst worden. Vrijwel alle scholen gebruiken inmiddels ICT in hun onderwijs, ook vaak met programma's die leerlingen 'oefeningen op maat' laten maken. Is gepersonaliseerd leren de zoveelste mythe?

"Laat ik voorop stellen: ik ben niet voor of tegen Steve Jobs-scholen", zegt De Bruyckere. Hij is net klaar met zijn proefschrift, maar is al jaren een veelgevraagd spreker over pedagogie en jongerencultuur in Vlaanderen en Nederland. Hij is op de dag dat het gesprek plaatsvindt op het onderwijscongres Researched op het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Een beetje moe is hij wel, en thuis wachten deze zaterdag ook nog drie jonge zoons op hem.

Zoals een webshop

Terug naar het thema waar veel leraren en schoolbestuurders het tijdens het congres over hebben: hoe en waarom geef je onderwijs op maat?

"Ik heb geen glazen bol en het meeste onderzoek naar gepersonaliseerd leren is nog niet gedaan", zegt De Bruyckere. "Je ziet wel dat er steeds meer momentum ontstaat voor digitaal lesmateriaal waarmee je op elk moment, op elke plek les kunt krijgen. Ook zijn er allerlei scholen die leraren als coaches door de klas laten lopen om groepjes leerlingen van hetzelfde niveau aparte lesstof en uitleg te geven.

"Tot nu toe is niet bewezen dat kinderen hierdoor betere leerresultaten halen of dat zij er zelfs meer gemotiveerd door raken. Er zijn wel elementen van gepersonaliseerd leren die bewezen goed werken. Zo zijn er computeralgoritmes die kunnen afleiden wat een leerling die een fout maakt nog meer moeilijk zal vinden. De leerling kan op zijn eigen niveau opdrachten krijgen en de lesstof optimaal repeteren. Het werkt een beetje zoals bij webshops: wie dit koopt, vindt ook dat mooi."

"Volgens hetzelfde principe kun je voor leerlingen ook boekenlijsten laten samenstellen. Houd je van die auteur, probeer die dan ook eens. Zwakke leerlingen gingen zo meer lezen, en kregen er meer plezier in, sterkere leerlingen hadden er weer geen baat bij. Maar alleen al om dit weinige wetenschappelijke bewijs van positieve opbrengsten van gepersonaliseerd leren, kun je het niet helemaal een mythe noemen."

Gepersonaliseerd leren wordt vaak gezien als 'leren met de iPad' of 'Steve Jobs-onderwijs', maar dat klopt volgens De Bruyckere helemaal niet. "Technologie maskeert hier de pedagogische visie van dergelijke onderwijsexperimenten. De onderwijsvisie op deze scholen is geïnspireerd op Slimfit, een onderwijsexperiment voor basisonderwijs, waarbij de klassen worden opgeheven en ingedeeld in 'units' van zo'n 90 leerlingen."

Pedro de Bruyckere Beeld TR Beeld

Pure geest

In een artikel dat vorig jaar in het tijdschrift Pedagogische Studiën verscheen, bepleit De Bruyckere dat het onderwijs op iPadscholen trekken vertoont van de romantische, pedagogische visie van Jean-Jacques Rousseau, die kinderen hun natuurlijke genie wilde laten ontdekken. Belangrijk voor Rousseau is dat de pure geest van de kinderen niet gecorrumpeerd wordt door de cultuur van de school.

Zo is het ook in de Slimfit-methode, waarin de leraar rondloopt als mentor of coach en het kind begeleidt door zijn intuïtieve leerproces. De iPad zou volgens O4NT, de organisatie achter de Steve Jobs-scholen de tablet zijn die daaraan het beste vorm geeft. "De tablet vormt in de visie van O4NT een leeromgeving die 'natuurlijk leren' makkelijk moet maken", zegt De Bruyckere. "Lesprogramma's op de tablet kunnen goed aansluiten op de belevingswereld van kinderen."

Wat De Bruyckere zo grappig vindt, is dat gepersonaliseerd leren nu misschien gezien wordt als een hypermoderne trend, maar dat 'het kind centraal' een frase is die je al zo'n 250 jaar in de pedagogie tegenkomt. "De meeste discussies in het onderwijs gaan niet waarover mensen denken dat ze gaan. We vinden telkens het warm water opnieuw uit, omdat we het verleden te weinig meenemen." Wie zijn kinderen naar de iPadschool wil sturen, heeft volgens De Bruyckere juist een weinig nieuwe, en zelfs 'klassiek-moderne opvatting' van onderwijs. Niet dat daarmee iets mis.

"De voorbije eeuwen hebben we onder andere onderwijs gebaseerd op Freinet, Montessori en andere moderne onderwijsdenkers gezien. Hun invloed leeft nog steeds verder, in bijvoorbeeld het ervaringsgerichte onderwijs van iemand als Ferre Laevers. Maar er zijn ondertussen ook benaderingen verdwenen, zoals het mutueel onderwijs waarbij oudere kinderen les gaven aan jongere kinderen in grote groepen."

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld anp

Coach of vakman

Veel moderner dan gepersonaliseerd leren is volgens De Bruyckere de pedagogie van filosofen en pedagogen als Gert Biesta, Wilma Meijer en Frank Furedi. Zij willen het kind en zijn belevingswereld niet per se centraal stellen, maar het kind met behulp van intensief onderwijs binnenvoeren in een wereld die het nog niet kent. Het is een vorm van verheffing door middel van onderwijs. Deze visie wordt in de tabletonderwijswereld meestal voor conservatief versleten. "Het tegenovergestelde is het geval", zegt De Bruyckere.

"In dat kader vind ik de theorie van Jan Masschelein en Maarten Simons erg sympathiek: zij verdedigen de school zelf weer volop. School is dan geen plek die aansluit bij de belevingswereld van leerlingen, maar een plek buiten de werkelijkheid, met een eigen tijd en ruimte. De school heeft daarmee een waarde op zich."

Ook leraren krijgen zo een compleet andere rol dan de 'coach' die je in veel hedendaagse visies op onderwijs tegenkomt. "De leraar moet iemand zijn die vanuit vakkundigheid en liefde voor zijn vak letterlijk en figuurlijk iets te vertellen heeft en zijn leerlingen kan inspireren. Een amateur, oftewel liefhebber. De eigen leefwereld van de leerling kan daarbij een vertrekpunt zijn, maar daar mag het in het onderwijs zeker niet bij blijven. Het is vooral de wereld van het kind opentrekken."

Wat werkt en wat niet

De Bruyckere voelt wel wat voor de visie van deze onderwijsdenkers, "al is dat voorlopig meer emotioneel dan doordacht". Want is die overtuiging van de school als plek buiten de werkelijkheid en de bevlogen leraar die zijn leerlingen inspireert niet evengoed een mythe?

Volgens filosoof Gert Biesta is dat juist ook 'het prachtige risico van onderwijs': dat je niet precies weet wat het oplevert in een kind. Hij gaat ervan uit dat onderwijs in ieder kind een uniek vuur zou moeten ontsteken, waarvan je bij voorbaat niet weet hoe dat kind die lessen gaat gebruiken. Het is de leraar die hen moet helpen richting en invulling te geven aan de lesstof en de leerling klaar te stomen voor zijn rol in de samenleving.

Maar De Bruyckere kan daar niet helemaal in meegaan: "Ik vind effectiviteitsonderzoek in het onderwijs namelijk geen vies woord. Het is goed om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over wat wel werkt en wat niet."

Hoe verwacht De Bruyckere dat het gepersonaliseerd onderwijs zich de komende tijd gaat ontwikkelen? "Als iemand als Bill Gates gepersonaliseerd onderwijs naar voren schuift als de belangrijkste weg voor het onderwijs, dan weet je twee dingen: het zal nog een tijd een hot item blijven, maar net daardoor zullen er wellicht ook weer te veel eieren in deze mand gelegd worden. Scholen moeten nu niet hun heil alleen gaan zoeken bij gepersonaliseerd leren. Onderwijs draait nu eenmaal vaak om evenwichten tussen doelen en om variatie in benaderingen en werkvormen. Er bestaat niet een aanpak die elk doel bij elke leerling in elke context kan bereiken."

Wie is Pedro De Bruyckere?

Behalve begenadigd spreken over onderwijs, pedagogie en jongerencultuur, is Pedro De Bruyckere (1974) docent aan de lerarenopleiding van de Arteveldehogeschool in Gent. Hij promoveert deze zomer op een onderzoek naar de vraag: wat maakt een leraar authentiek? Samen met zijn promotor, Paul Kirschner en Casper Hulshof schreef De Bruyckere vorig jaar het populaire boek ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes: 35 mythes over leren en onderwijs’, dat vooral bedoeld is om leraren een handvat te bieden in het kiezen van de juiste didactische en pedagogische methoden.

Samen met Bert Smits publiceerde hij in 2015 ‘Ik was 10 in 2015: Kinderen vandaag opvoeden voor de toekomst’. Vanavond spreekt De Bruyckere in het Amsterdamse debatcentrum De Balie om 20.15 uur in de lezingenreeks ‘Mijn idee voor onderwijs’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden