Het kapitalisme belooft net zoveel onzinbanen als het communisme

Beeld COLOURBOX

Het kapitalisme maakt net zoveel onzinbanen als het communisme, betoogt antropoloog en anarchist David Graeber. 

Stel je voor dat we op een ochtend wakker worden en dat alle verpleegkundigen, vuilnismannen, brandweerlieden en monteurs van de aardbodem zijn verdwenen. Een ramp! Maar wat als we het rijtje beroepen vervangen door pr-medewerkers, consultants en marketinggoeroes? In dat geval is er één persoon die zich rustig in zijn bed omdraait.

David Graeber (New York, 1961) is zijn naam. De antropoloog is in Nederland vooral bekend door zijn in 2012 verschenen boek ‘Schuld. De eerste 5000 jaar’, zijn leidende rol in de Occupybeweging en doordat hij drie jaar later in Amsterdam de Maagdenhuisbezetters bemoedigend toesprak. In zijn nieuwe boek ‘Bullshit jobs’ noemt hij zichzelf een anarchist, maar evengoed is hij als utopist te kwalificeren.

‘Bullshit jobs’ is een oorlogsverklaring aan de onzinbaan: betaalde functies die geen bestaansrecht hebben en bestaan uit zinloze, overbodige of zelfs schadelijke taken. Graeber becijfert dat maar liefst 40 procent van de werkende Nederlanders zo’n onzinbaan heeft.

Hij onderscheidt verschillende soorten onzinbanen. Allereerst de ‘wachters’, zoals receptionisten die de hele dag niets om handen hebben, maar zonder hen maakt het bedrijf een amateuristische indruk. De tweede categorie bestaat uit de ‘bullebakken’: bedrijfsjuristen, lobbyisten, telefonisch verkopers - manipulators die de boel naar hun hand proberen te zetten. Het derde cluster, de ‘afvinkers’, zijn de controleurs en de schrijvers van ongelezen rapporten. Dan zijn daar de ‘opzichters’, die toezien of de door hen gegeven opdracht wordt uitgevoerd (en die de ondergeschikte eenvoudig zelf had kunnen bedenken).

Een voorbeeld uit de vijfde groep, de ‘oplapwerkers’, doet in ‘Bullshit jobs’ zijn verhaal. Eric heet hij. Als interface-administrateur voor een groot designbedrijf moest hij het intranet verbeteren om de interne communicatie te bevorderen. Al snel kwam hij erachter dat hij amper iets te doen had en alleen was aangenomen omdat de partners weigerden de telefoon te pakken om met elkaar te overleggen.

Het gevolg is lachwekkend: Eric arriveerde ’s ochtends steeds later op kantoor en ging almaar vroeger naar huis; de middagpauze duurde een uur of drie; hij las stapels boeken achter zijn bureau; en met een collega die in hetzelfde schuitje zat, belegde hij nepzakenreisjes annex kroegentochten. Zoals die keer dat hij op de beroemde golfbaan van Gleneagles op geleende, twee maten te grote schoenen, ‘met een golfclub in de grond stond te hakken’.

Een paar maal diende Eric zijn ontslag in. Zijn chef stond dat niet toe en gaf hem, hoewel hij al uitstekend verdiende, een fikse opslag. Eric werd depressief van de zinloosheid van zijn baan. Hij is niet de enige: Graebers boek staat vol met kluchtige en tegelijk treurige gevallen. Opvallend vaak raken de uitvoerders van onzinfuncties in hoge mate gestrest door de verveling, net zoals het brein van gedetineerden letterlijk beschadigd raakt door het eentonige gevangenisleven.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Antropoloog en anarchist David GraeberBeeld rv

Eric was de eerste van zijn familie die had mogen studeren. Hij veronderstelde dat de wereld na zijn afstuderen aan zijn voeten zou liggen, dat hij niet alleen een goedbetaalde baan zou krijgen, maar ook een waarmee hij iets kon betekenen. Graeber stelt dat dit enigszins naïef was. Iemand uit een arbeidersmilieu die zich wil opwerken heeft de keus: een zinnige baan die weinig verdient of een onzinbaan met een uitstekend salaris. De combinatie van een goedbetaalde, zinnige baan is alleen weggelegd voor de culturele elite. Daarvoor moet je naar een dure universiteit en dat kunnen alleen rijke ouders zich veroorloven.

Of die stelling klopt, valt te betwijfelen. Met een moeder die in een naaiatelier werkte en een vader die arbeider was in een drukkerij is Graeber zelf afkomstig uit de lagere sociale klasse. Desondanks was de Amerikaan hard op weg om het te maken aan Yale University, waar het jaarsalaris van een gemiddelde hoogleraar rond de 200.000 dollar ligt.

Misvatting 

Graebers contract werd in 2005 echter niet verlengd. Niet vanwege zijn afkomst, maar naar verluidt omdat zijn maatschappelijk engagement en politieke stellingname wrevel wekten. Na lezing van ‘Bullshit jobs’ is daar wel iets bij voor te stellen. De auteur is niet van de afdeling diplomatie en dat versterkt zijn betoog niet. Zo zijn hooggeplaatste bedrijfsjuristen en managers van hedgefondsen mensen ‘die in wezen niets meer zijn dan egoïstische klootzakken en zich niet anders voordoen’.

Medelijden hoeven we niet met Graeber te hebben. Hoewel er minder wordt betaald zal hij aardig kunnen rondkomen van het salaris dat hij sinds 2013 verdient als hoogleraar aan de London School of Economics, net als Yale een elite-universiteit.

Volgens Graeber is het een misvatting om te denken dat binnen de overheid in vergelijking met de private sector relatief meer onzinfuncties bestaan. Hij denkt dat dit hardnekkige beeld terugvoert op de praktijk in communistische staten. Kocht je in de Sovjet-Unie een brood, dan kwamen daar drie winkelmedewerkers aan te pas. In een vrije markt, waar ondernemingen de concurrentie met elkaar moeten aangaan, zijn zulke toestanden toch onmogelijk? Niet dus, beweert Graeber. Zoals socialistische regimes miljoenen holle proletarische banen creëerden, zo schept het kapitalisme evenzoveel holle witteboordenbanen.

Al sinds de jaren dertig klinken waarschuwingen dat door techniek dat miljoenen mensen hun baan kwijtraken. Het tegenovergestelde is het geval, aldus Graeber. “Automatisering leidde inderdaad tot massale werkloosheid. We hebben het gat simpelweg gedicht door verzonnen nepbanen toe te voegen.” Terwijl er beknibbeld werd op productiemedewerkers, postbezorgers en handen aan het bed, kwamen er een treetje hoger op de ladder allerhande management- en administratieve functies bij. De top van de piramide had daar belang bij: zo bleef de massa rustig en werd er niet getornd aan hun status, die rechtstreeks verband hield met het aantal mensen dat onder hen werkte.

Als we Graeber mogen geloven zouden we het dankzij de technologie met gemak afkunnen met een 15-urige werkweek. Het salaris wordt aangevuld met een basisinkomen. De tijd die overblijft mogen we van Graeber dan vullen met ‘truien breien’ en ‘roddelen over het ingewikkelde meervoudige liefdesleven van vrienden en vriendinnen’.

Het is een wat bevreemdende redenering. Alsof dat niet op den duur voor evenzoveel verveling zorgt als zijn onzinbanen. Wat ontbreekt in Graebers betoog is dat hij niet ingaat op een nuttige tijdsbesteding van de uren die vrijkomen met zulke korte werkweken. Zorgen voor kinderen, ouderen, zieken is er niet bij, al is hij wel een fervent pleitbezorger van hogere salarissen voor mensen met zorgende beroepen .

‘Bullshit jobs’ is een boek over een idealistisch droombeeld. Maar zoals dat gaat met dromen zal het nog wel even duren voordat we ontwaken in de door Graeber gewenste werkelijkheid.

David Graeber
Bullshit jobs
Vert. Tracey Drost-Plegt. Business Contact; 336 blz. €24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden