Het kan soms wat eenzijdig worden

Waarom eten we peultjes uit Afrika en vlees uit Zuid-Amerika? Steeds meer mensen verzetten zich tegen dit gesleep en eten alleen voedsel uit de buurt.

Eet alleen maar wat je grootmoeder nog als eten herkent, is het dringende advies van de Amerikaanse voedselexpert Michael Pollan. In zijn boeken over voeding legt hij uit dat eten tegenwoordig louter het verzamelen van ingrediënten is. We eten geen tomaten meer, of aardappels, maar koolhydraten en vetten, vitaminen en mineralen. Plastic bakje eronder, folie er omheen, smaakje uit de reageerbuis, wat extra calcium of omega-3-vetzuur erbij en je hebt alles wat nodig is voor gezonde lijf en leden. Eten wat je moeder en je oma je geleerd hebben te eten, telt niet meer. We hebben inmiddels wetenschappers nodig om onszelf goed te voeden. Natuur en traditie zijn door hen verslagen. De industrie vaart er wel bij, maar is het ook goed voor de consument?, zo vraagt Pollan zich af.

Die grootschalige, ingewikkelde en voor velen vervreemdende aanpak van onze voedselvoorziening roept regelmatig tegengeluiden op. De laatste daarin passende trend is de hang naar lokaal voedsel. De aversie tegen het gesleep met eten de hele wereld over, groeit. Het is zeer milieuvervuilend en slecht voor het dierenwelzijn. Boerenmarkten en winkels met vele of alleen maar lokale producten zijn hot. De mensen die hierin meegaan worden ’locavoren’ genoemd.

Lokaal je eten verzamelen is nog best een probleem, zeker als je streng in de leer bent. Uit verzet tegen de 1500 mijl die ingrediënten van een doorsnee Amerikaans menu afleggen voordat de maaltijd bij de consument op het bord ligt, probeerden de Canadezen Alisa Smith en James MacKinnon in 2005 een jaar lang binnen een straal van 100 mijl (160 kilometer) rond Vancouver hun kostje bij elkaar te zoeken. Het duurde bijvoorbeeld zeven maanden voordat ze een boer hadden gevonden die tarwe verbouwde voor het bakken van hun brood. Al met al kwamen ze uit op een tamelijk eenzijdig voedingspatroon. Ze zijn inmiddels gestopt met hun 100-milesdieet omdat ze uiteindelijk toch te veel misten, zoals olijven, koffie en chocola.

„Als je in oude kookboeken kijkt, bijvoorbeeld dat van de Haagse huishoudschool, dan zie je met name in de winter en aan het begin van de lente een probleem”, zegt dr. Jeanne de Vries, docent humane voeding aan de Wageningen Universiteit en van huis uit diëtiste. „Wat kool, appels en stoofperen. Dan heb je het wel gehad. Het verschil met het huidige aanbod is groot.”

Hoe verhoudt lokaal eten zich tot gezondheid? Eeuwenlang hebben grote delen van de bevolking hun menu lokaal moeten verzamelen. Als er al iets van ver kwam was dat alleen bereikbaar voor de rijken. De Vries: „Wat groenten en fruit betreft mis je veel. De nadruk ligt steeds meer op variatie. Anderzijds weten we ook niet echt wat het effect is als je al die levensmiddelen van ver weg niet op je bord hebt liggen. Uit onderzoek weten we wel dat het traditionele menu van aardappelen, groente en vlees zo gek nog niet was. Overgewicht kwam veel minder voor dan nu het geval is. Maar dat is natuurlijk niet te wijten aan de grote variatie, maar aan de enorme beschikbaarheid van voedsel.”

Waarmee De Vries zegt dat die beschikbaarheid lang niet altijd parallel loopt aan gezondheid en zeker niet aan duurzaamheid. ,,De trend naar lokaal eten vind ik goed, omdat naast gezondheid ook de duurzaamheid wordt benadrukt. Waarom moeten wij met de Kerst peultjes uit Afrika eten of vlees uit Zuid-Amerika? Als er goede alternatieven voor handen zijn, haal het dan uit de buurt.”

„Soms is het wel beter zaken uit Afrika of Zuid-Amerika te halen”, zegt dr. Sanderine Nonhebel, werkzaam bij het instituut voor energie en milieukunde (Ivem) van de RU Groningen. „Spinazie uit een Westlandse kas verbruikt 18 maal zo veel energie als spinazie van de volle grond. Voor tomaten bijvoorbeeld geldt dat ook. Dan is het voor het milieu beter om ze in te vliegen vanuit Spanje of per boot over te laten komen uit Zuid-Amerika, ook al zijn producten lokaal beschikbaar.”

Nonhebel gelooft niet zo in een puur lokaal menu. „Dat is ’s winters wel erg schraal. Hoe kom je trouwens zo aan je 2 ons groenten en 2 stuks fruit per dag? Met alleen kool en wortels kom je niet ver. Bij het Ivem hebben we in 2000 een Groen Kookboek samengesteld, louter op basis van wat gedurende het seizoen lokaal beschikbaar is en met energiebesparing in het achterhoofd. Het is gewoon niet lekker. Er bleek ook geen markt voor. Het liep met name vast op recepten die veel tijd kosten. Bietjes bijvoorbeeld moeten uren koken.”

Dr. Han Wiskerke, hoogleraar rurale sociologie aan de Wageningen Universiteit, is wel enthousiast over de trend naar lokale voeding. „Het is economisch voordeliger om producten uit de buurt te betrekken. Kleinschalige productie is efficiënter, heeft een hogere opbrengst per hectare. De ketens zijn korter en daarmee goedkoper. Ik zie allerlei initiatieven die daaraan bijdragen. Je kunt rechtstreeks bij de boer kopen, er is een landelijke keten van landwinkels die via internet te bereiken zijn, er zijn winkels die hun waren betrekken bij boeren uit de buurt, er zijn supermarkten die schappen inruimen voor streekproducten. Je ziet organisaties vooral in de publieke sector – ziekenhuizen en scholen – steeds meer overgaan tot het gebruik van streekproducten. Zo ontstaat er een veelheid van afzetkanalen die bijdragen aan de lokale economie. Het is echt opvallend dat stedelijke overheden zich daarbij steeds meer roeren. Zij voelen de voedsel-gerelateerde problemen aan den lijve: de opstoppingen vanwege de winkelbevoorrading en anderzijds het toenemende overgewicht en dus gezondheidsproblemen van de bewoners. En het is echt onzin dat deze lokale aanpak niet grootschalig toepasbaar is. Die grote industriële voedingsketens zijn veel minder efficiënt dan het lijkt. Ze kunnen goedkoop werken omdat ze veel kosten, onder meer voor het milieu, afwentelen op anderen. Iemand heeft eens uitgerekend dat voor een hamburger wel 50 dollar moet worden betaald als alle kosten ook werkelijk worden berekend.”

Wiskerke beseft dat het soms niet anders kan dan producten ver weg te gaan halen. „Maar als er goede Nederlandse alternatieven zijn moet je dat niet doen. Soms is het ook lucratief om maar beperkt beschikbaar te zijn. Denk aan Zeeuwse mosselen of Opperdoezers. Worden we er nu echt ongelukkig van dat die maar een paar maanden per jaar beschikbaar zijn? Misschien moeten we juist schaarste creëren om producten aantrekkelijk te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden