Het kan nog aardig spoken op de Beulaker Wiede

Wind, wolken, water, rietlanden, lichte glooiingen en houtwallen. Nederlandser kan het niet dan in de Wieden, gelegen in de kop van Overijssel. Een prachtig gebied, waar de horizon niet is vervuild en de sloten er veelbelovend helder uitzien. De wind had die dag iets minder mogen zijn.

We beginnen de tocht, die ongeveer 45 kilometer zal zijn, in St. Jansklooster, gelegen op het Hoge Land van Vollenhove, een stuwwal uit de op een na laatste IJstijd. Bij het 'Wapen van Utrecht', waar parkeerruimte is, kijk je al uit over het door te trekken gebied, het water van de Beulaker Wiede glinstert onder jagende wolken. Er zijn schuimkoppen te zien. Het kan daar nog aardig spoken, zeggen zeilers dan. Nog nooit van een water gehoord waar het niet kan spoken.

We rijden de Kloosterweg uit (met de rug naar het 'Wapen' is dat naar links) en steken bij de gereformeerde kerk de Flevo-weg over. Je kan ook het fietstunneltje, dat wat verder naar links ligt, nemen. We rijden op de Leeuwte en zien rechts het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten 'De Wieden' dat hier ook wel 'De Foeke' heet. Je kan even gaan kijken, ze hebben er goede koffie en natuurlijk informatie over de Wieden.

Oorspronkelijk bestonden grote delen van Noordwest-Overijssel uit veenmoerassen, waaruit vanaf de Middeleeuwen tot ongeveer honderd jaar geleden turf werd gestoken. De veenwerkers groeven daartoe lange sloten (pet- of trekgaten) waaruit het veen werd opgebaggerd en dat werd te drogen gelegd op smalle stroken overblijvende grond, de legakkers, waarvan uiteindelijk de turf werd gestoken. Maar de trekgaten werden te breed en de legakkers te smal en bij een stevig storm verdwenen de legakkers en ontstonden er grote open stukken water. Zelfs dorpjes verdwenen in het water. Beulake werd in 1776 weggespoeld, het lag dicht bij waar nu het bezoekerscentrum is.

We rijden verder de Leeuwte af, langs de kaasboerderij van Evert van Benthem. Links en rechts staan prachtige boerderijen, sommige met een zogenaamd kameeldak, een rieten dak dat van voren naar achter omhoog welft. Het zijn oude kleine vervenershuisjes, die werden uitgebreid met een grote en hoge stal, nadat de klad in de turf was gekomen en de veenarbeiders gingen boeren. Op lang niet alle boerderijen wordt nog geboerd.

We komen in Moespot en het is verplicht café 'De Moespot' te bezoeken. Het is een oude halte voor postkoetsen op de weg van Zwolle naar Blokzijl (er waren er vroeger twee en één is café geworden). Het café ziet er van binnen uit alsof het sinds de tijd van de postkoetsen niet is veranderd en de koffie en Berenburger smaken er goed.

Rechtsaf de dijk op naar Blokzijl, rechts liggen uitgestrekte weiden waar het in de lente barst van weidevogels, links kijk je uit over het Vollenhover Meer. Een rondgang rond de havenkolk in Blokzijl, een schitterend stadje dat in de Gouden Eeuw zijn bloeitijd had, is eveneens verplicht. In Blokzijl even terug naar de ophaalbrug bij 'Kaatje aan de Sluis' en dan het (fiets)bordje 'Jonen' en de 'Wiedenroute' volgen.

Je komt vanzef buiten de stad op de Duiningermeerweg, die je volgt tot de Hevenweg, waar je rechtsaf slaat. Mooi gebied met links en rechts rietlanden en waterpartijen. Bij het bordje 'Bij Mariet' linksaf naar Jonen, waar de dochter van Mariet je voor een gulden over de Walengracht zet. (Van november tot april moet je het zelf doen.) Jonen, bestaande uit een tiental boerderijen, is een oase van rust. Dat geldt ook voor Mariets theetuin.

Van Jonen gaat het naar Dwarsgracht, Giethoorn in het klein, maar dan rustig. Even het gehucht rondfietsen kan geen kwaad, maar uiteindelijk toch het hoge bruggetje over richting Giethoorn, waar we het kanaal Beukers-Steenwijk oversteken, rechtsaf slaan en op het fietspad aan de linkerkant van de weg richting Zwartsluis rijden. (Je kan even door Giethoorn rijden om later op diezelfde weg terecht te komen.)

Bij de 'Blauwe Hand' gaat het linksaf richting Wanneperveen, in Westerbuurt rechtsaf de Veldweg op en na een paar kilometer rechtsaf op de Lozedijk. Moerasbos, waterpartijen en rietlanden alom. Bij Doosje rechtsaf op de Zomerdijk, richting Zwartsluis, tot de Beukersluis en ophaalbrug. De weg oversteken en op het fietspad rechtsaf, richting Giethoorn. Daarna de eerste weg links, de Belterweg, naar Belt-Schutsloot. Je kan deze Belterweg tot het einde volgen, maar je kan ook bij het eerste bruggetje rechtsaf slaan en via het Schutsloterpad dwars door het dorp fietsen. Het is een uiterst smal fietspad en je hebt het gevoel bij de mensen door de voortuin te rijden.

Uiteindelijk kom je bij café 'De Waterlelie' en daar ga je linksaf, om weer op de Belterweg te komen. Rechtsaf de brug over en na de brug meteen linksaf, langs de Arembergergracht. Met de bocht mee, over de Woldweg, richting Barsbeek. Rechts liggen rietlanden waar tegen de avond vaak reeën te zien zijn. Bij Barsbeek linksaf en na een kilometer rechtsaf, richting Heetveld. Een gebied met mooie houtwallen, rechts ligt even later het Geologisch Monument 'De Zândkoele', waar de ontstaansgeschiedenis van deze contreien wordt uitgelegd.

We rijden rechtdoor tot aan het bezinestation en even verder rijden we linksaf de Bergkampen op en steken even later de Kadoelen over. Links in het veld ligt de achttiende-eeuwse boerderij Oud Schuilenburg, maar daar wordt ook niet geboerd. We rijden door tot de 'Monnikenmolen', waarvan al in 1597 sprake was. Die er nu staat is van 1857 en hij is vorig jaar netjes gerestaureerd. Bij de molen rechtsaf, St. Jansklooster weer in en doorijden tot de Kloosterweg. Daar weer rechts tot aan het 'Wapen van Utrecht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden