Het kan niet dat Tom Boonen ooit bestond

België heeft gedroomd. Echt waar. Vijftien jaar lang heeft het landje in een roes verkeerd. In een schitterende roes, dat wel. In een Tom Boonen-roes. Die roes komt nu tot een eind. Hij ijlt de komende dagen, misschien weken, nog wat na. Maar dan is het afgelopen. Uit.


Dan is Tom Boonen echt verdwenen. De man die stiekem nooit bestond. Want zeg nu zelf. Het kan toch niet, eigenlijk. Iemand die zo mooi op zijn fiets zit, katachtig, de rug krachtig gekromd. Zoals gisteren. "In zijn majestueuze Roubaix-houding, die hem onderscheidt van de rest", bezong de Vlaamse commentator Michel Wuyts die fietspositie.


Als hij aanzet, zo in het zadel op de kasseien, zie je zijn rugspieren om beurten bollen, in de flanken, als bij een luipaard in volle jacht. Half mens, half dier. Dat bestaat niet. En toch is het wat ik elk jaar met eigen ogen zag. Zijn aanvallen op de Taaienberg. Altijd weer de Taaienberg. Daar gaat Tom Boonen, Tommeke Boonen demarreert! Iedereen wist het, iedereen zat te wachten, en toch ging hij, vaak reed hij meters bij zijn concurrenten weg. Hoe kan dat? Het is vreemd toch, als je er zo op terugkijkt, dat hij dat doen kon, ongestraft.


Ik herinner me nog hoe ik vorig jaar op de wielerbaan van Roubaix naar Tom Boonens handen keek. Op mijn vraag kneep hij in zijn remmen, vriendelijk keek hij me vervolgens aan. Zijn palmen draaide hij naar me toe. Geen blaar. Geen krasje. Niks. Dat kan niet, na het finishen in Parijs-Roubaix. Alle renners zien eruit alsof zee rechtstreeks uit de hel komen. Ledematen bloedend en kapot, de handen nog het meest. Modder in de wonden. Zo niet bij Tom Boonen. Zelfs zijn nagels waren schoon.


Een man die een groot kampioen, maar verre van een engel is. Hij ging vreemd. Gebruikte drugs. Ontdook belastingen. Reed dronken auto's in de prak. Maar alles werd hem fluks vergeven. Was het zijn lach, waren het die ontwapenende bruine ogen? Was het zijn menszijn dat door dat heldenpantser brak?


Of was het omdat hij - lekker clichématig - altijd zo gewoon gebleven is? Zelfs gisteren, na zijn aller-allerlaatste koers, zei hij, op de vraag of hij nog een extra ronde door het Vélodrome gereden had: "Nee... Ik denk dat ik in mijn carrière al voldoende ererondjes heb gedaan. De ererondes zijn voor de jongens die het verdiend hebben. Ik ben me gewoon gaan douchen."


Misschien is het omdat hij zich zonder te verblikken of verblozen in een badkuip vol witte bonen zakken liet. De derrie zat overal: Boonen in tomatensaus. Tom zelf vond het één grote grap. Dat zag je aan zijn ogen. En aan dat scheve lachje. Vooruit, hij was toen nog geen wereldkampioen, maar jezelf zo op de hak nemen, dat durft toch geen enkele jonge gast? Dat bestaat niet. Echt niet.


En dan die mondiale titelstrijd. In datzelfde jaar, 2005, in Madrid. "Tommeke, Tommeke, wat doe je nu", gilde Michel Wuyts, er toen ook al bij. Vierentwintig jaar was hij nog maar, hij kwam net kijken, was nog een kieken. Dat is niet mogelijk, hoorde je ook commentator Wuyts zeggen: "Moeder, we zijn nog lang niet thuis, want Tom Boonen is wereldkampioen!"


Deze zondag heeft Tom de grootste kater ooit. En hij is verdrietig. Maar dat is hij altijd als hij een kater heeft. Ik las dat in een interview. En wat hij nu gaat doen? Iets met auto's, zei hij desgevraagd. Maar zeker weet hij dat nog niet. Ik weet het wel. Tom Boonen, hij doet niks. Hij verdwijnt, lost op: poef. Weg. Want zo'n man als hier en overal beschreven, het kan niet dat die ooit bestond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden