Het kan goed komen met marktwerking in de zorg

Op dit moment lijkt er weinig goed te gaan in de Nederlandse ziekenhuizen. Gewoon doorgaan op de weg waarbij de zorgprestaties worden vergeleken.

De prestaties van ziekenhuizen zijn meer dan ooit in de aandacht. Falende artsen (Twente), tochtige operatiekamers (IJsselmeer), slecht presterende ziekenhuizen die willen fuseren (Zeeland) en financiële problemen (Den Bosch). Het zijn geen vrolijke verhalen. Maar het is niet allemaal treurnis wat de klok slaat. Er waait een frisse wind als gevolg van nieuwe financiers (Slotervaart), maatschappen van specialisten worden geprikkeld om kostenbewust te werken (Onze Lieve Vrouwen Gasthuis) en wachtlijsten lopen terug (Tiel).

Marktwerking bij ziekenhuizen moet zo worden ingevoerd dat de positieve resultaten de negatieve verhalen gaan overstemmen. Overigens is een deel van de negatieve verhalen het gevolg van de invoering van het nieuwe zorgstelsel. De kwaliteit van ziekenhuizen wordt nu immers vaker met elkaar vergeleken. Dat leidt tot meer transparantie, ook van slecht presterende ziekenhuizen. Dat is winst. Vroeger waren sommige ziekenhuizen namelijk ook niet best, maar wisten we dat niet.

Ziekenhuizen krijgen steeds meer verantwoordelijkheden. Ze mogen een deel van de prijzen zelf bepalen en zijn in toenemende mate verantwoordelijk voor het financieren van investeringen en het vastgoed. Er is ook steeds meer aandacht voor topsalarissen, medische misstanden en fusies.

Deze ontwikkelingen zijn op zichzelf gewenst, omdat het ziekenhuizen de juiste prikkels geeft doelmatige en hoogkwalitatieve zorg aan te bieden. Wel zijn er risico’s.

De eerste is de kans dat ziekenhuizen failliet gaan met als gevolg gebrek aan zorg in de betreffende regio. Op zich is het gezond dat in de zorg een dreiging tot faillissement kan voorkomen. Als tekorten altijd aangevuld worden, valt de prikkel weg om efficiënte diensten te leveren. Ook is het verfrissend dat na een faillissement nieuwe partijen de arena betreden. Het is dan wel zaak de boel snel vlot te trekken. Het gehannes bij de IJsselmeerziekenhuizen is een slecht voorbeeld. Deze ziekenhuizen presteerden al zo lang onder de maat dat bijzondere maatregelen hard nodig waren.

Maar het leidde tot een hoop gedoe en tot een reddingsoperatie die de Nederlandse Zorgautoriteit aanvankelijk terecht als volkomen ondeugdelijk kwalificeerde. De casus laat zien dat het een onzalig idee is om twee slecht presterende ziekenhuizen te laten fuseren in de hoop dat het dan ’spontaan’ goed komt. Een dreigend faillissement is prima, maar snel en ordentelijk optreden is wel nodig als het zover is.

Een tweede risico ontstaat door de inzet van private financieringsbronnen. De stijgende zorgkosten en de noodzakelijkheid van grote investeringen maken dat het steeds meer gebruikelijk wordt privaat geld in ziekenhuizen te stoppen. Recente voorbeelden daarvan zijn het Slotervaartziekenhuis, het IJsselmeerziekenhuis en het Vlietland Ziekenhuis in Schiedam.

Een private financier kan schulden snel saneren en heeft geld om de zorgkwaliteit te verbeteren. Maar er kleven risico’s aan. Is de bedrijfscultuur bij ziekenhuizen al klaar voor private financiële injecties? Het goed besturen (corporate governance) van ziekenhuizen lijkt nog heel kwetsbaar. In december 2005 heeft de branche weliswaar een ’governance code’ opgesteld, maar die wordt niet altijd nageleefd. Een nieuwe code is al weer in de maak. Maar ziekenhuizen komen ook nog te vaak weg met wanbeleid. De vergelijkbaarheid zit weliswaar in de lift, maar staat feitelijk nog in de kinderschoenen. Tot slot hebben in de meeste ziekenhuizen maatschappen van specialisten alleen verantwoordelijkheid voor de opbrengsten en niet voor de kosten, met bedenkelijke gevolgen voor de uitgaven.

Ziekenhuizen bevinden zich in een lastig parket. Marktwerking kan uitkomst bieden omdat meer middelen beschikbaar komen om in de zorg te investeren en ziekenhuizen op de goede manier geprikkeld worden om betaalbare en hoogkwalitatieve zorg te bieden. Maar om het nieuwe zorgstelsel echt goed te laten functioneren, moet staatssecretaris Bussemaker voortmaken met de nieuwe governance code, moeten maatschappen aangepast worden en moeten betere cijfers beschikbaar komen om ziekenhuizen te vergelijken.

Dit is een verkorte versie van Canoy’s oratie, uitgesproken op 6 februari.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden