Review

Het juiste boek op het juiste moment

als er ijs is heb ik een hoed op. en een jas aan. en een das om.

als het heet is zet ik mijn hoed af. doe ik mijn jas uit. leg ik mijn das weg.

als het heet is eet ik ijs.

Kinderen uit groep drie die de smaak van het lezen te pakken krijgen, kunnen dit gedichtje misschien nu al ontcijferen. Het is geschreven op AVI-niveau 1, de woorden zijn niet ingewikkelder dan medeklinker-klinker-medeklinker, en bedoeld voor kinderen na ongeveer vier maanden leesonderwijs. Het komt uit het bundeltje 'mijn buik is van koek' van Wim Hofman, het eerste deeltje van de nieuwe reeks 'Versjes voor beginnende lezers' van uitgeverij Zwijsen. Twee jaar geleden verscheen de eerste serie: een schot in de roos, want voor beginnende lezers waren er al wel veel goede prozatekstjes, maar nog nauwelijks poëzie. Terwijl rijm, alliteratie, ritme, herhaling, tegenstelling, vraag- en antwoordspelletjes het leren lezen juist zo plezierig kunnen maken. 'ik ben ik' van Joke van Leeuwen sprong er toen uit met z'n verrukkelijk dwarse en dwaze versjes, en werd terecht bekroond met een Zilveren Griffel.

Zo'n uitschieter bevat de nieuwe reeks niet. 'mijn buik is vol van koek' is een aardig bundeltje, maar mist de gein en precisie van 'ik ben ik'. Bovenstaand versje, 'ijs', is mooi cyclisch, maar waarom heeft de ik-figuur een hoed op? Kinderen dragen geen hoed maar een muts of pet, en op de tekening daaronder - een grappige tegenstelling met de tekst omdat het figuurtje schaatst en ijs likt tegelijkertijd - heeft Hofman het kind ook geen hoed gegeven, maar een ijsmuts. Nu is muts voor AVI-1 een te moeilijk woord, maar pet had gekund: het is, zonder dubbelklank (oe),zelfs simpeler dan hoed.

Schrijven voor beginnende lezers is razend moeilijk. En poëzie schrijven helemaal, want versjes moeten meer zijn dan een aantal onder elkaar gezette korte regeltjes: ze moeten lekker lopen, rijmen of allitereren, een clou hebben, enzovoort. Hoewel Zwijsen voor deze nieuwe reeks gerenommeerde auteurs heeft aangetrokken, lukt dat in een aantal bundeltjes maar slecht: Zo is 'Wie niet bang is mag mee' van Anke de Vries (AVI-3) eigenlijk geen versjesboek maar een doorlopend verhaal. Wel op rijm, maar met zinnen waarin het ritme soms ver te zoeken is. Bies van Ede en Koos Meinderts brengen het er het best vanaf, met respectievelijk 'Puit plep twiet' (AVI-2) en 'Er ging een vis uit fietsen' (AVI-4). De versjes van Bies van Ede zijn pittig, ondeugend en soms echte doordenkertjes, zoals 'Tijd', dat klok en tijd met elkaar confronteert op een manier die doet denken aan 'Olifant en de tijdmachine', dat Max Velthuijs voor de Kinderboekenweek maakte.

De versjes van Koos Meinderts zingen en dansen het meest van de hele reeks. Daartoe varieert hij op bakerrijmen en aftelversjes (Kopje koffie./ Kopje thee./ Buurvrouw, drink een kopje mee./ Kopje suiker./ Kopje rijst./ Staat er nog iets op je lijst?) en het gedichtje 'De groenteman' is een hommage aan Annie M.G. Schmidt, want voor de groenteman geldt hetzelfde als voor de spin Sebastiaan: Het is niet goed met hem gegaan. Maar ja, qua woordenschat had hij het met AVI-4 ook het minst moeilijk.

De boekjes zien er weer zeer aanlokkelijk uit. Vooral de illustratoren Sylvia Weve (voor Bies van Ede), Han Janken (voor Anke de Vries) en Klaas Verplancke (voor Hans Kuyper) hebben geestig, origineel werk geleverd.

Van de enorme stapel nieuwe boekjes voor beginnende lezers van verschillende uitgeverijen blijven toch die van Zwijsen het meest opvallen. Dit jaar minder vanwege de literaire uitschieters als wel door de verscheidenheid aan tekstsoorten die aangeboden worden. Differentiatie lijkt het sleutelwoord. Niet alleen naar leeftijd en leesniveau, maar ook naar smaak, genre, hobby en medium. Zo bestaat de serie 'Weetjes voor beginnende lezers' uit informatieve boekjes vanaf AVI-1 niveau. 'En de winnaar is...' (AVI-3), over uitersten (de grootste, snelste, dikste), van alweer Bies van Ede en Sylvia Weve, is van deze serie echt de winnaar, met glasheldere teksten en pittige illustraties.

Pedagogisch uitgekiend is ook de reeks 'Ditjes en datjes voor beginnende lezers'. De titel zegt weinig, maar het gaat om allerlei tekstsoorten rond een thema: zo gaat het in 'een zoen in een pot' (AVI-1, en niet 2 zoals achterin staat) om allerlei dingen die je zelf maken kunt. Het boekje bevat echter niet alleen verhaaltekstjes, maar ook een brief, een strip, een maakinstructie, en bovendien worden er verschillende lettertypes gebruikt. In de daaropvolgende deeltjes wordt dit uitgebouwd: advertentieteksten met afkortingen, rebussen, raadsels en vragenlijsten.

Het voordeel van al deze series - en dan heb ik het nog niet eens over de fraaie reeks 'Moet je mij zien', met allerlei materialen voor thuis om het voorbereidend lezen te stimuleren - is dat er voor elk kind, hoe ook geaard, in welke fase dan ook, wel iets van zijn gading bij is. Nadeel is dat de series ondanks de zorgvuldige uitvoering ervan toch maakwerk blijven, waarin de literaire en artistieke bevlogenheid maar zelden door de opdracht heen breekt. Een nadeel van de differentiatie is dat veel boekjes maar kort gebruikt worden. Met 'Kikker en Pad' van Arnold Lobel, of met de Kikkerboeken van Max Velthuijs doe je je hele leven; met deze boekjes vaak maar enkele maanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden