'Het Jongenskwartier' vreest heksenjacht

BRUSSEL - “Ja, ik ken Elio Di Rupo van gezicht”, zegt Marc, een naar eigen zeggen 19-jarige prostitué. Om er haastig aan toe te voegen: “Van de televisie. Niet van hier.” 'Hier' is het Fontainasplein, het centrum van de homoprostitutie in de Belgische hoofdstad.

Het is stil op het plein en de omringende straatjes, halverwege de avond. Slechts twee jongens trotseren de eerste sneeuw. Maar het is vooral zo rustig omdat even verderop een Belgische tv-ploeg is neergestreken. En van publiciteit zijn jongens noch klanten gediend.

Op het vervallen Fontainasplein liet vice-premier Elio Di Rupo z'n chauffeur wel eens jonge jongens oppikken, volgens een van de vele geruchten die moeiteloos de pers halen. Waar of niet waar? Feit is dat België al dagenlang in de ban is van beschuldigingen als zou de vice-premier, een 45-jarige Waalse socialist, zich bezondigd hebben aan seks met minderjarigen. En dat is strafbaar.

“Je ziet op het Fontainasplein mensen van alle rangen en standen. Ze pikken jongens op met hun Lada of met hun dure Mercedes”, zegt de jonge psycholoog Peter Sioen, auteur van het pas verschenen boek 'Het Jongenskwartier' over straatprostitutie in Brussel. Of er ook ministers onder de klanten zijn, weigert Sioen te zeggen. “Ik noem geen namen. Dat was de deontologie (gedragscode) van Adzon, een organisatie die jongens probeert te helpen die in de prostitutie zijn beland. Ik werkte drie jaar bij Adzon.”

Hij wil er nog wel iets over kwijt. “Het is een publiek geheim dat er homoseksuele ministers zijn. En er is zeker een verband tussen het homoseksuele milieu en de prostitutie. Maar dat is nog geen reden om de ene na de andere insinuatie over bekende personen te publiceren.”

Sioen verzucht: “Het lijkt wel een heksenjacht. Alles wat afwijkt van de hetero-norm, is verdacht. Pedofilie, homoseksualiteit - alles wordt op een hoop gegooid.” Hij schrijft dat toe aan de golf van emoties die de zaak-Dutroux over België deed spoelen, die van de ontvoerde, misbruikte en vermoorde meisjes.

Pedofiel is nu het grofste scheldwoord geworden. Sioen: “Dutroux deed vreselijke dingen met meisjes. Hij is een seriemoordenaar. Maar wat heeft dat met homoprostitutie te maken, met het Fontainasplein? De meeste jongens die hier werken zijn 17, 18 jaar oud. Seks met jongens van die leeftijd is niet strafbaar in België. De grens ligt op 16 jaar.”

In 'Het Jongenskwartier' schrijft Sioen: “De jongens die zich op straat prostitueren, zijn jong, tussen de veertien en vijfentwintig jaar. Toch zijn ze op een bepaalde manier seksueel rijp en volwassenen. Het zijn geen kinderen meer, en ze zijn zich redelijk bewust van wat ze doen.”

Sioen weet waarover hij spreekt. Via de hulporganisatie Adzon leerde hij tientallen jongens in de straatprostitutie kennen. Het pand van Adzon, meer een huiskamer dan een kantoor, ligt op een steenworp afstand van het Fontainasplein. Met lede ogen ziet Sioen aan hoe dat momenteel wordt afgeschilderd als een poel des verderfs.

- Vervolg op pagina 5

Discretie is nu ver te zoeken op het Brusselse Fontainasplein VERVOLG VAN PAGINA 1

De buurt wordt afgeschuimd door journalisten. Discretie, volgens Sioen handelsmerk van de homoprostitutie, is ver te zoeken. Het 'bedrijf' dreigt daardoor in het slop te raken. Spijtig, vindt Sioen. “De jongens prostitueren zich om te overleven.”

Niet alleen over de jongens, ook over de klanten heeft Sioen zich een beeld kunnen vormen. “Er zijn twee soorten klanten: zij die een heteroseksueel leven leiden, en zij die openlijk en bewust homoseksueel zijn.” Vooral die eersten voelen zich volgens Sioen niet goed op hun gemak als ze rondrijden op en om het Fontainasplein. Lang niet altijd komt het tot een deal. Sommige bezoekers van het plein zitten niettemin goed in het geld. Vaste klanten, of goedbetalende klanten die de jongens tracteren op etentjes en zelfs snoepreisjes, heten micheton.

Uitbaters van homocafés in de omgeving zijn diep ongelukkig met de berichtgeving in de Belgische pers onder koppen als 'Het plein is in opspraak'. Een van hen vertelt dat hij onlangs zelf de politie heeft ingeschakeld, om een groepje minderjarige Roemenen uit zijn bar te verwijderen. De Roemenen vonden het prettiger klanten te werven in een warm etablissement dan op het altijd winderige Fontainasplein.

Nu vreest hij dat de publiciteit over het plein gasten afschrikt. De Roemenen waren overigens onder hun collega's - vooral Belgen en Noord-Afrikanen - ook al niet geliefd, omdat ze 'ver onder de prijs werkten'.

In een verderop gelegen homobar, waar zelden of nooit prostitués komen, was Elio Di Rupo een graag geziene gast. Vooral in de tijd dat hij nog minister in de Franstalige gemeenschapsregering was. Sinds hij vice-premier, minister van economische zaken en telecommunicatie is in de nationale regering-Dehaene schijnt hij er zelden of nooit meer te komen. In de verklaringen die Di Rupo de afgelopen dagen aflegde, benadrukte hij zijn vrije maar 'verantwoordelijke' levenswandel. Hij gaf echter niet openlijk toe homo te zijn.

Toen afgelopen zomer de zaak-Dutroux losbarstte, zei de eigenaar van een Brussels homocafé somber: “Als Dutroux zich niet aan meisjes maar aan jongens had vergrepen, zag het er slecht uit voor de homo's in België. Dan konden hier, in dit café, wel eens de ruiten aan diggelen gaan.”

De deining rond Di Rupo en een andere van seks met jongens betichte minister maakt de uitbater van de bar er niet geruster op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden