Het jaar van de vrijwilliger

Vrijwilligster Jannie Baggen in de Welkom Winkel van het Rode Kruis in Tilburg die ze samen met haar man runt. Beeld Merlin Daleman

Met de stroom asielzoekers is ook het aantal vrijwilligers bij Rode Kruis en VluchtelingenWerk fors gestegen. 'De tegenstanders krijgen veel media-aandacht, maar heel veel mensen willen echt helpen.'

2015 is niet alleen het jaar van de vluchteling, het is ook het jaar van de vrijwilliger. Tienduizenden mensen zetten zich inmiddels in, vaak naast hun baan en een gezin, om asielzoekers wegwijs te maken in Nederland. Dat blijkt uit gegevens van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk, die zelf ook versteld staan van het overweldigende aanbod.

Neem het oproepnetwerk van het Rode Kruis, Ready2help. Dat bestaat nu ruim een jaar. Wanneer er een noodsituatie is, zoals een overstroming, aardbeving, of storm, kan het worden ingezet. Sinds augustus worden deze vrijwilligers voornamelijk ingezet voor hulp aan vluchtelingen.

Mensen krijgen via telefoon of e-mail een oproep wanneer er hulp nodig is in hun eigen regio, bijvoorbeeld als er plotseling een sporthal wordt ontruimd voor noodopvang van asielzoekers. Ze delen kleding en dekens uit, zetten koffie, spelen met kinderen. In september waren er 6500 Ready2Helpers geregistreerd, meldt de organisatie. Inmiddels zijn dat er meer dan 35.000.

Eenzelfde enthousiasme gaat op voor de reguliere vrijwilligers van het Rode Kruis. Zij reageren op een vacature en zijn vaak voor lange tijd aan de organisatie verbonden. In 2014 kwamen er bijna 3500 Rode Kruis-vrijwilligers bij, vertelt de woordvoerster. Dit jaar waren dat er meer dan het dubbele: 7411, de meesten gaven zich op voor werk met asielzoekers. In totaal heeft het Rode Kruis op dit moment bijna 35.000 reguliere vrijwilligers.

De andere grote vrijwilligersorganisatie VluchtelingenWerk Nederland kan de instroom van vrijwilligers bijna niet aan. Sinds augustus melden zich gemiddeld zo'n 125 vrijwilligers per dag, vertelt woordvoerder Martijn van der Linden. Alle records uit de 36 jaar van het bestaan van de organisatie die zich richt op de begeleiding van vluchtelingen, zijn daarmee gebroken. "Het was voor ons een bizar jaar. We krijgen het drukker en drukker en het neemt nog niet af."

In totaal zijn er dit jaar 11.000 nieuwe aanmeldingen gekomen van Nederlanders die zich voor asielzoekers willen inzetten bij VluchtelingenWerk. Pas in augustus en september kwam die stroom vrijwilligers op gang, net als de vluchtelingenstroom zelf, stelt Van der Linden. "Opmerkelijk was ook dat vaak na een nieuwsgebeurtenis, zoals bijvoorbeeld het beeld van de verdronken peuter op een Turks strand, er een piek kwam. Ook na de ophef rond Steenbergen, waar de bevolking zich heftig verzette tegen de opvang van asielzoekers in de gemeente, meldde zich de dag erop veel mensen die zich juist wél voor asielzoekers wilden inzetten."

Vrijwilligers van het Rode Kruis brengen een opvanglocatie voor vluchtelingen in Dordrecht in gereedheid. Beeld anp

VluchtelingenWerk is blij met de aandacht, maar tegelijk geeft het een probleem. Er werken nu al 7500 vrijwilligers en voor die duizenden nieuwkomelingen is er niet altijd direct wat te doen.

Van der Linden: "Alleen al om iedereen terug te bellen is heel veel werk. Op sommige plekken hebben we dan ook gekozen voor algemene informatiebijeenkomsten. Er zijn ook wachtlijsten voor vrijwilligers in sommige gemeenten."

Dat komt ook doordat de vrijwilligers van VluchtelingenWerk vooral worden ingezet bij de integratie. Daarvoor moet de asielzoeker een verblijfsvergunning hebben gekregen en een huis in een bepaalde gemeente. Doordat er zoveel mensen hun toevlucht in Nederland zoeken, duren de procedures voor toelating langer dan in het verleden. Het moment dat de integratie kan beginnen, is daardoor ook vertraagd. Maar VluchtelingenWerk merkt dat het nu wel aantrekt, meer vluchtelingen stromen door naar gemeenten en vrijwilligers kunnen nu wel aan de slag, zegt de woordvoerder.

'In het begin heb ik alles met handen en voeten uitgelegd'

Linda Aarts (33) is leidinggevende op een afdeling van Douwe Egberts, woont samen in Culemborg en heeft twee kinderen van 2 en 3 jaar oud. Daarnaast leert zij een Congolese vrouw Nederlands.

"Ik hecht aan een goede samenleving. Maar dan moet je er zelf ook wat voor doen, vind ik. Waar ligt mijn hart, vroeg ik me al enige tijd af. In augustus ging ik googelen. Ik kwam vervolgens bij VluchtelingenWerk terecht.

"Er werden taalcoaches gezocht voor anderhalf uur per week. Dat leek me goed te doen én leuk. Ik ging voor een gesprek naar het regiokantoor van VluchtelingenWerk in Tiel. Daarna moest ik wachten, grappig eigenlijk, er waren te veel vrijwilligers en niet genoeg vluchtelingen. Maar eind oktober kreeg ik een kennismakingsgesprek, het klikte meteen.

"Zij komt uit Congo, is van mijn leeftijd, getrouwd en heeft drie kinderen. Het vierde kind is op komst. Ze is sinds april in Nederland en kende geen woord Nederlands. In het begin heb ik geprobeerd alles met handen en voeten duidelijk te maken. Ze pikt het snel op, ik ben echt trots op haar.

"Cultuurverschillen zijn er niet veel, zij zijn christelijk en delen onze normen en waarden, dat scheelt. Maar wat wel opvallend is: ze is bang voor mijn vriend. Ze heeft hem nog nooit gezien, maar ze wil toch vanwege hem niet bij ons thuis op bezoek komen. Ik dacht eerst: we doen het één avond in de week bij haar en één bij ons, maar dat gaat dus niet.

"Ik heb geprobeerd uit te leggen wat het Sinterklaasfeest inhoudt, dat was heel grappig, ze snapten er echt helemaal niks van. Ik ben met cadeautjes en met mijn eigen kinderen bij hen langsgegaan. Toen ik aan haar man een plaatje liet zien met Sinterklaas die over de daken wandelt op zijn paard, vroeg hij geschrokken: 'Doet hij dat echt?'"

Linda Aarts Beeld Robert van der Linden

'Ik moet soms zeggen: Oma is nu even bezig met de vluchtelingen'

Psychotherapeute Jannie Baggen (60) runt met haar man Léon (64) de Welkom Winkel van het Rode Kruis in Tilburg. Het echtpaar wilde het dit jaar net rustiger aan gaan doen, maar is nu vrijwel voltijds in de weer als vrijwilliger.

"Ik had een praktijk aan huis als psychotherapeut. Sinds begin dit jaar ben ik wat aan het afbouwen. Mijn man is fysiotherapeut, maar zit al langer thuis na een verkeersongeluk. De beelden in augustus van vluchtelingen op de tv grepen mij enorm aan. Die lange rij lopende mannen over het spoor, die mannen die hun kinderen over een hek gooien in de hoop dat zij in elk geval een betere toekomst krijgen. Er knapte iets bij mij. Je bent zo machteloos bij het zien van zulk nieuws. Ik kan geen mannen zien huilen, of kinderen.

"Ik dacht: oké, je kunt gewoon doorgaan met je dingen doen, maar je kunt ook hier wat aan gaan doen. Ik heb contact gezocht met het Rode Kruis. Zij zeiden toen: Hier is een loods, die staat leeg, als je die nu eens gaat gebruiken om spullen in te zamelen. Kleding, speelgoed, maar ook fietsen, buggy's, van alles. Het is echt een gigantische loods, we zijn op 8 september begonnen. Het is echt geweldig als je ziet wat hier sindsdien gebeurd is. Er zijn inmiddels in totaal zo'n zeshonderd vrijwilligers bij betrokken. Elke dag werk ik samen met vijftien vrijwilligers. Sorteren, op maat leggen, zorgen dat het er netjes uitziet.

"We hebben van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers - het Coa - vanochtend nog een bestelling binnengekregen, veertig pakketjes voor mannen, vrouwen en kinderen: warme trui, broek en T-shirt. Voor het belastingkantoor hier in Tilburg waar asielzoekers worden opgevangen. Busjes van het Coa en van het Rode Kruis rijden hier af en aan en onze eigen auto gebruiken we ook om spullen weg te brengen.

Vrijwilligers van het Rode Kruis sorteren in een Welkemwinkel kleding en schoenen voor vluchtelingen. Beeld anp

"Ik moet weleens tegen mijn kleinzoons zeggen: 'Oma is nu met de vluchtelingen bezig'. Maar zij helpen ook, mijn kleinzoon heeft op een kerstbijeenkomst hier piano gespeeld. Ik ben heel trots op mezelf. Iedere dag staan we hier met al die vrijwilligers in de kou, en als je ziet hoe blij die vluchtelingen zijn, dat maakt me gelukkig. Ik ben vereerd dat ik dit mag doen. Er zijn heel veel vluchtelingen in Tilburg opgevangen en het gaat goed. Er zijn geen verschrikkelijke dingen gebeurd.

"Dat er ook mensen tegen de komst van vluchtelingen zijn, daar hou ik me bewust niet mee bezig. Dat is negatief, wij blijven positief hier. En ik heb het ook heel druk, als ik thuis ben, ben ik kapot, geen tijd om me met dat soort geluiden bezig te houden. Ik wil er niks mee van doen hebben, ik sluit me daarvoor af.

"Wij maken hier zulke geweldige dingen mee, hele gezinnen die komen helpen, mensen met hoofddoeken, vluchtelingen zelf die komen helpen, hele scholen die meewerken. Een pater die persoonlijk 200 euro komt brengen, een meisje van acht jaar dat geld heeft ingezameld in haar klas en 28,50 euro inlevert. Het kan niet op. Ik zie alleen maar goedheid."

'Mijn ouders zijn te oud om te vluchten; ze leven gelukkig nog'

Osama Khudro (31) deed in Syrië al vrijwilligerswerk. Hij vluchtte een jaar geleden, kreeg in Nederland een verblijfsvergunning en kon zijn vrouw en dochter van 1 jaar laten overkomen. Hij is nu vrijwilliger bij het Rode Kruis.

"Ik kom uit Aleppo in Syrië, ik ben daar geboren, opgegroeid, ik studeerde er farmacie en ik ben er getrouwd. Ik ben apotheker, mijn vrouw ook. Mijn stad was vroeger symbool voor liefde en vrede, nu is het de gevaarlijkste stad van de wereld, helaas. De situatie in Syrië is verschrikkelijk, wij hebben alles verloren, ons huis is gebombardeerd, de plek waar we werkten is kapotgemaakt. We konden daar niet meer leven.

"Ik ben hoogopgeleid en ik wist dat in Nederland ook veel hoogopgeleiden wonen. Nederlanders zijn aardig, gastvrij, daarom ging ik naar Nederland. Zelf kwam ik een jaar geleden op een boot vanuit Turkije naar Griekenland en daarna met een vliegtuig hierheen. Nadat ik een verblijfsvergunning kreeg, zijn vijf maanden geleden mijn vrouw en mijn kind nagekomen. Mijn dochter is nu twintig maanden oud. We wonen in Rotterdam.

"Ik was in Syrië zelf zeven jaar actief als vrijwilliger voor de Rode Halve Maan, dat heet hier het Rode Kruis. Daarom heb ik me hier ook opgegeven. Ik werk op twee noodopvangplekken in Rotterdam en Krimpen aan den IJssel. Ik spreek vier talen: Arabisch, Russisch, Engels en nu ook Nederlands. Ik vind het leuk om te helpen.

"De meeste vluchtelingen zijn heel bang voor de toekomst. Omdat de noodopvang onduidelijk is, hoe lang moeten ze wachten op een verblijfsvergunning? Velen zijn heel erg moe, ze zijn te voet gekomen. Wanneer mogen hun kinderen en gezinsleden overkomen, die vraag houdt de meesten bezig.

"Ik respecteer mensen die vinden dat er te veel vluchtelingen komen. Maar ik zou hen willen zeggen: wij zijn allemaal mensen en moeten elkaar helpen het verblijf op deze aarde zo fijn mogelijk te maken. Ik denk dat de media veel aandacht geven aan de tegenstanders, maar er zijn zo ontzettend veel mensen die echt heel aardig voor ons zijn. Er zijn hier zo veel vrijwilligers, dat is heel bijzonder. Zij willen vluchtelingen die vanwege oorlog hun land hebben verlaten, echt helpen.

"Ik kom hier om iets te doen, niet om thuis te zitten met een uitkering. Dat is geen leven. Ik leer de taal, mijn lessen zijn in april begonnen. Een taalcoach helpt mij daarbij en het gaat best goed, daarom kan dit interview ook in het Nederlands.

"Ik ben bezig om te zorgen dat ik weer als apotheker aan de slag kan. Dat is voor mij heel erg belangrijk. Ik heb zelf ook een EHBO-certificaat en assisteer hier bij de opvang soms als EHBO'er.

"Ik heb een verblijfsvergunning voor vijf jaar gekregen, ik wil iedere dag werken en mijn tijd goed gebruiken. Ik wil zo snel mogelijk zelfstandig zijn. En, als het veilig is, wil ik terug naar mijn land, natuurlijk. Dat willen de meeste vluchtelingen. Ik heb daar nog familie en mijn vrouw ook. Mijn ouders zijn te oud om te vluchten, maar gelukkig: ze leven nog. Ze zijn in Syrië, ja. Syrië blijft mijn land."

'Luister meer naar de generatie die de oorlog heeft meegemaakt'

Jodie Tielbeke (25) is projectmanager bij een creatief bureau voor onder meer webproducties in Amsterdam. Ze is alleenstaand en sinds augustus 'buddy' van een Iraanse vrouw, die inmiddels ingeburgerd is.

"Het zat al een tijd in mijn hoofd en heeft niet perse te maken met de vluchtelingenstroom. Ik wilde wat naast mijn werk doen, iets voor andere mensen betekenen. In augustus belde ik VluchtelingenWerk. Na een leuk gesprek werd ik gelijk die maand al gekoppeld aan een vrouw uit Iran.

"Zij is ook alleenstaand, wat ouder dan ik en woont al een paar jaar in Nederland. Zij had aangegeven Amsterdam beter te willen leren kennen en contact te zoeken. Ontzettend moedig, ze zei eigenlijk heel oprecht: ik woon hier al een tijd, maar voel me een beetje eenzaam.

"Ik zie haar als een vriendin. Het is dus niet zo, dat ik alleen háár help. Zij helpt mij net zo goed. Ik zie haar niet als een vluchtelinge of een klant of een patiënt, zo is het helemaal niet. We hebben echt een connectie. We zijn twee gelijkwaardige mensen.

"Vrijwilligerswerk doe je voor jezelf, je helpt jezelf door iemand te helpen, dat is wat ik ervan heb geleerd. We hebben zeker een keer per week contact, we whatsappen en vragen hoe het gaat. Vaak gaan we samen iets doen, wandelen in de Jordaan, naar een museum, en ze nodigt me wel eens te eten uit, ze kan geweldig koken. Ik voel me nederig naast haar. Ze studeert zó hard, ze moet hier álles opnieuw opbouwen.

"Ik denk veel na over de mensen die zich verzetten tegen vluchtelingen. Wat kan daar toch achterzitten? Misschien komt het doordat wij al zo lang in vrede leven. Misschien moeten we meer luisteren naar de generatie die de Tweede Wereldoorlog nog heeft meegemaakt. Ik had laatst een gesprek met mijn oma, zij woont in Overijssel, ze vertelde dat er in de oorlog mensen vanuit Amsterdam en Rotterdam helemaal naar die provincie gelopen kwamen omdat ze geen eten hadden. Wij kunnen ons dat niet meer voorstellen. In onze maatschappij ligt de focus op je eigen geluk. Ik denk dat mensen bang zijn om te verliezen wat ze hebben. Maar juist deze connectie met iemand van een andere achtergrond verbreedt je visie. Het neemt ook angst weg. We kunnen het goed hebben met zijn allen, het is niet óf jij, óf ik, maar wij allebei."

Beeld Jodie Tielbeke
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden