Het jaar 2050

Omdat we, ondanks de unieke zomerstorm, kennelijk in het dode seizoen zitten, deden ze bij 'Nieuwsuur' van de NOS afgelopen zaterdagavond een rondje futurologie. Normaal gesproken gaat het journaal over het hier en nu maar eventjes mochten we er op los komkommeren met fractievoorzitters Halbe Zijlstra, Diederik Samson en Jesse Klaver over het jaar 2050. Ik volgde hun voorbeeld. Ik zal dan 96 zijn, een weliswaar onvoorstelbare maar haalbare leeftijd. Bovendien was mijn huidige leeftijd, 61, ooit ook onvoorstelbaar.

Dat heb je nu eenmaal (Nu! Eenmaal!) met de toekomst, van veel dingen kun je je geen voorstelling maken. In mij wolkte het gedicht van Lucebert op, 'De zeer oude zingt': 'er is niet meer bij weinig / noch is er minder / nog is onzeker wat er was / wat wordt wordt willoos / eerst als het is is het ernst / het herinnert zich heilloos / en blijft ijlings'. Met die centrale regel 'eerst als het is is het ernst'; dat is het heden, de rest, verleden, toekomst, blijft een beetje giswerk, onhelder. Nog niet zolang geleden verbeeldde ik mij stiekem dat de toekomst nog voor mij lag. Ik kon nog altijd voetballer worden, pianist, uomo universale. Zolang je denkt dat je ergens carrière in kunt maken ben je jong, van geest in elk geval; ga je op een kwade dag kijken op de site van mijnpensioenoverzicht.nl dan heeft eindelijk de ouderdom toegeslagen.

Bij mij is het zover. Mijn alternatieve loopbanen zijn intussen verdampt. Het is een raar gevoel om te merken dat je ondanks alles gewoon ouder wordt en er ouwelijke gedachten op na begint te houden waar je aanvankelijk nooit op zou komen. Dat je lichaam vergrijst oké, maar dat je geest mee vergrijst en persioneert is een vreemde en schokkende gewaarwording. Je wordt als onsterfelijke geboren maar allengs merk je dat die onsterfelijkheid maar beperkt houdbaar is, ook en vooral in je hoofd. In 2050 kom ik deze woorden wellicht onder ogen en ik herinner ze mij, als flessenpost die ik ooit in zee heb gegooid, maar ik zal ze hoofdschuddend lezen. Wie weet is de aarde tegen die tijd twee graden warmer geworden, heeft de Nederlandse bevolking een Levantijnse uitstraling gekregen en gaan we rond ons tachtigste met pensioen. Ik kan me er nog niks bij voorstellen, achterkleinkinderen die op mijn verjaardag, die ik doorbreng in een hoge stoel, om mij heen kruipen.

Afgelopen week was ik op een begraafplaats om mijn oude, maar te jonge vriend Rogi Wieg te begraven. Een man die na een lange en pijnlijke worsteling het bestaan had opgegeven. Voor hem geen 2050. De ochtend van de storm was hij nog even op tv, in memoriam, en vertelde dat het niet langer ging, dat iemand er een einde aan moest maken. Hij was 52. Straks ben ik misschien 96. Maakt het wat uit? Sterven moeten we, de dood is het onvermijdelijke antwoord op wat ik ooit hoorde noemen onze 'pleinvrees voor de eindeloze tijd waarin we bestaan'. Daarover hadden die drie daar op dat hek, Halbe, Jesse en Diederik het met geen woord. De dood is geen politiek issue, zelfs niet in komkommertijd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden