Het is zó goed geschilderd, het lijkt wel een foto

Portret van een meisje in het blauw van Johannes Verspronck (Trouw) Beeld
Portret van een meisje in het blauw van Johannes Verspronck (Trouw)

In het Tuinhuis, dat sinds kort in de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam staat, zit een groep negenjarige meisjes van een verjaardagspartijtje rond de tafel. Ze kijken naar foto’s van de portretten die zij straks in het museum gaan bekijken. „Welke foto is een zelfportret van Rembrandt?", vraagt gids Johan.

Het is even zoeken in de portrettengalerij, want de schilder ziet er veel ’slordiger’ uit dan zij dachten, maar dan is de 17de-eeuwse beroemdheid gevonden. „Hangt ’De Nachtwacht’ hier ook, in het écht?”, vragen ze opgewonden.

Onder de titel ’Wat ben jij voor een portret?’ krijgen de dames een rondleiding door het museum en na afloop mogen ze hun eigen portret maken achter een van de grote schildersezels in het Tuinhuis. In een rijtje lopen ze de marmeren trappen op naar de expositie ’De Meesterwerken’ met topstukken uit de Gouden Eeuw, die tijdens de verbouwing van Het Rijksmuseum zijn te zien in de Philipsvleugel. Boven aan de trap staat de rondleider even stil bij een hoog beeld van Cupido. Op zijn vraag of de meisjes weleens zijn getroffen door zijn pijlen, gaan bijna alle vingers omhoog om te vertellen op wie ze verliefd zijn. De kleinste van het stel zegt: „Ik had verkering, maar ik heb het uitgemaakt”.

Op weg naar het eerste meesterwerk, ’Portret van een meisje in het blauw’ van Johannes Verspronck, zit de stemming er al helemaal in. Het is zó goed geschilderd, het lijkt wel een foto, vinden zij. „Waarom heeft zij een veertje in haar hand?”, vraagt de rondleider. Zijn publiek heeft geen idee. Dat was toen in de mode en mensen kietelden elkaar met zo’n veertje, dat zij aan een kettinkje bij zich droegen. Dit soort aansprekende details vangen de aandacht en de meisjes raken steeds nieuwsgieriger naar de geportretteerde mensen uit de 17de eeuw. Wie waren zij en waarom werden ze eigenlijk geschilderd? Ook de schilderstechniek krijgt aandacht. Als je goed kijkt, blijkt de verf op het portret van een kind gladder te zijn dan de korrelige verf op het portret van een oude man. Zijn huid is paars en rood, met aders en rimpels, valt hun op.

Na een wandeling langs schilderijen van Frans Hals, Ferdinand Bol en Bartholomeus van der Helst, gaan ze bij ’De Staalmeesters’ van Rembrandt op de grond zitten, om een van de mannen op het metershoge werk na te tekenen.

Weer terug in het Tuinhuis volgt een les portretschilderen, over de verhoudingen tussen ogen, neus en mond in een gezicht. Achter de ezels schilderen de kinderen eerst een ovaal voor het gezicht en daarna gaat het erom goed in de spiegeltjes te kijken: wat ben je zelf voor een portret? Met grote kwasten gaan ze verwoed aan het werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden