Het is vechten voor je plek, tussen acht gespannen vrouwen

Laura Smulders kent belang van de start

ROTTERDAM - Laura Smulders verheugt zich op de ambiance. Een vol sportpaleis Ahoy, met 7000 in oranje uitgedoste mensen, onder wie veel familie, vrienden en kennissen, bezorgt haar de kriebels. "Ik voel nu nog niet veel druk", zegt de regerend Europees kampioene en winnares van olympisch brons in Londen aan de vooravond van het WK BMX. "Maar dat komt straks misschien nog wel."

Toch heeft de 20-jarige atlete uit het Gelderse Horssen ook kriebels van een andere soort. Smulders voelt zich beter thuis op ruimere banen, met iets meer bewegingsvrijheid. "Omdat het zo'n klein baantje is, vergeleken met wereldbekerbanen zoals op Papendal, zit het nog dichter bij elkaar. Je toucheert elkaar en je ligt eruit. En dan is het einde wedstrijd."

De starts op de krap bemeten baan in het Rotterdamse sportpaleis zullen de komende dagen van cruciaal belang zijn. En juist de starts van Smulders waren tot nu toe nog niet constant. "Als je op Papendal een slechte start hebt, kun je naar voren rijden omdat je meer ruimte hebt. Dat is hier lastig. Maar op de EK in Roskilde had ik steeds een goede start. Dat gaf mij een goed gevoel richting dit WK."

Smulders weet dat haar grote concurrentes, de olympisch kampioene Pajon uit Colombia en de Australische wereldkampioene Buchanan wel goede starters zijn. "Ze zijn iets ouder en sterker en hebben er meer trainingsjaren opzitten. Ik mis nog wat kracht en dat heeft ook met ervaring te maken. Dat kleine beetje mis ik nu nog."

Het wordt dus dringen op de acht meter hoge startheuvel, met acht gespannen vrouwen dicht naast elkaar. Die zich allemaal op hun eigen manier op de start voorbereiden. "Sommigen kijken naar het stoplicht, anderen luisteren alleen naar de piepjes", legt Smulders uit. "We hebben rood, oranje, oranje, groen en tegelijkertijd hoor je een piepje. Ik kijk naar het stoplicht. Ik staar naar het rode lampje en als dat aangaat, is het los."

Ook de startpositie is van groot belang. Positie één, aan de binnenkant, is voor velen een favoriete plek omdat dat een hoop meters scheelt naar de eerste bocht. "Ik vind nummer één niet altijd fijn", zegt Smulders. "Ik sta liever in het midden, maar dan moet ik wel zeker weten dat ik een betere start heb dan de rest en dat ik voorlangs kan."

Daarna is het een kwestie van zo hard mogelijk trappen. Met een snelheid van tussen de 50 en 60 kilometer per uur gaat het dan richting de eerste bult en daarna richting de eerste bocht. Met alle risico's vandien, weet Smulders. "Niemand rijdt netjes in een rechte lijn naar de eerste heuvel. En iedereen wil als eerste die eerste bocht uitkomen."

Smulders herinnert zich nog hoe eng ze het als jong meisje vond om tussen zeven andere meiden op de startheuvel te staan. Met uitzicht op die eerste grote bult. "Bij mijn eerste wereldbekerwedstrijd ging het goed fout. Ik werd vol aangereden en plotseling was mijn fiets foetsie. Ik maakte na de eerste bult een val van vier meter en had zo'n beetje alles gekneusd. Tot nu toe heb ik alleen mijn twee polsen gebroken en voor een BMX'er valt dat heel erg mee."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden