Column

Het is tijd voor een vandalismeloze beeldenstorm

Ger Groot.Beeld Trouw

Wanneer het er ideologisch om gaat spannen, is openbare kunst al snel niet veilig meer. Vooral standbeelden moeten het ontgelden. Zodra de ideeënwind omslaat, verdwijnen de bustes, plaquettes en ruiterbeelden van de ooit machtigen van hun sokkels. 

Wat nu gebeurt in Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk en inmiddels ook in de VS, staat in een oude traditie. Standbeelden van Cecil Rhodes en generaal Lee, elk op hun wijze mede-verantwoordelijk voor het zwarte-slavenverleden, dienen te verdwijnen. Wat moet je anders met symbolen van zulke verfoeide ideeën?

Laat ze staan, omdat je het verleden nu eenmaal niet kunt veranderen, zeggen sommigen, en plaats er een opvoedende toelichting bij. In het gepolariseerde klimaat van vandaag is dat een onhaalbaar compromis geworden, zo stelde deze krant vast. Zet ze in een museum, zeggen anderen. Dan kwets je in ieder geval niemand meer met hun aanblik in de openbare ruimte.

Dat laatste is een wonderlijk argument in een tijd waarin volwassen burgers, zoals de gelovigen onder hen aanhoudend wordt ingepeperd, maar moeten wennen aan wat hen – misschien zelfs diep – kwetst. En het museumargument deelt met het opvoedende ‘landmark’ nog een tweede makke. Je weet nooit hoe de verdoemde oude ideologie op haar beurt wordt ingeschakeld in een vervalsende níeuwe.

Neem de website van het Amsterdamse museum ‘Ons’ Lieve Heer op Solder’. Ooit werd die schuilkerk ingericht omdat het katholieken in de stad verboden was hun geloof openlijk te belijden. Dat duurde zo’n twee eeuwen en begon vlak nadat de nieuwe protestantse Leitkultur met haar Beeldenstorm de hedendaagse iconoclasten een goed voorbeeld hadden gegeven.

Ook toen moesten onwelkome ideeën en symbolen verdwijnen uit de publieke ruimte, waar ze wel eens aanstoot konden geven. Hoogstens mochten ze binnenskamers blijven bestaan, waar niemand er last van had. Een schoolvoorbeeld van tolerantie was de Republiek in ieder geval niet. Het katholieke deel van de bevolking moest zijn mond houden, en de provincies waarin ze een meerderheid vormden werden bestuurd als binnenlandse koloniën.

‘Ons’ Lieve Heer op Solder’, gevestigd in het pand van een rijke koopman, werd min of meer gedoogd, want ook in de gouden eeuw was het financiële hemd meestal nader dan de ideologische rok. Het huidige museum klampt zich er gretig aan vast: ‘De kerk is daarmee een typisch voorbeeld van de voor Nederland zo kenmerkende (religieuze) tolerantie,’ schrijft het op zijn website.  ‘Vrijheid van geloof en vrijheid van geweten vormen tot op de dag van vandaag de pijlers van het museum.’

Je moet maar durven. ‘Alsof je zegt: dankzij de nazi’s kon Anne Frank haar prachtige boek schrijven in het achterhuis,’ zo schrijft Harrie Lemmens, Nederlands meest vooraanstaande vertaler Portugees, me in een mailbericht. Misschien gaat die vergelijking wat ver. Maar de Amsterdamse luchthartigheid over haar eigen verleden grenst wel aan geschiedvervalsing.

Gretigheid 

Dat blijft niet tot de hoofdstad beperkt. Hoeveel standbeelden, gedenkplaten, monumenten en praalgraven eren in Nederland niet de helden en notabelen die er eeuwenlang voor zorgden dat de halve bevolking op zijn hoogst een tweederangs status had? Dat je het als katholiek wel kon vergeten carrière te maken in dienst van de staat en ‘Roomse’ gebiedsdelen hardnekkig gedompeld bleven in diepe armoede?

Ik geloof niet dat katholieken ooit hebben gedemonstreerd tegen de standbeelden van hun voormalige onderdrukkers. Dat zij compensatie hebben geëist of gevraagd hebben om voorkeursbehandelingen, quota’s of zelfs maar de teruggave van de bezittingen die hun waren ontroofd. Ze zijn altijd hondstrouwe onderdanen geweest van een monarchie die hen verachtte. En loyaal aan een land dat hen op zijn best beschouwde als sinistere konkelaars en op zijn slechtst als halve landverraders.

Dat is nog altijd niet helemaal voorbij. De gretigheid waarmee het ‘katholieke’ misbruikschandaal moet bewijzen dat ‘RK’ nu eenmaal nooit zal deugen steekt ook nu schril af bij de lankmoedigheid waarmee daarna datzelfde misbruik bij andere denominaties – laat staan instellingen van de staat – werd toegedekt.

Misschien wordt het tijd voor een nieuw soort vandalismeloze beeldenstorm. Niet uit motieven van huidskleur of klasse, maar wel omwille van een quasi-koloniale achterstelling en eeuwenoude verachting. Excuses zullen de Staat der Nederlanden of de ‘privileged’ van weleer ook nu waarschijnlijk niet over de lippen komen. Maar zo’n storm kan wel een smetje werpen op de ‘typisch Nederlandse’ traditie van tolerantie waar ‘Ons’ Lieve Heer op Solder’ zo trots op is. Misschien kan het museum om te beginnen zijn eigen website eens kritisch bekijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden