Het is stil in Atlanta

Het is stil geworden in Atlanta, heel stil. De kleine souvenirswinkeltjes in Peachtree bulken uit van de T-shirts. Alleen toeristen willen wel even kijken, Braves-fans lopen diep gekwetst verder. Ik slenter naar binnen en kijk. Stapels truien en Tshirts, vaantjes en vooral honkbalpetten; duizenden! Alle artikelen worden per vier uur afgeprijsd, de T-shirts gaan al voor acht dollar weg. Waar het om gaat? De Atlanta Braves verloren voor de tweede maal in twee jaar de strijd om de World Series en dat verlies heeft een diepe krater geslagen in het vertrouwen van de sportfan in Georgia.

Verleden jaar nog waren ze het Miracle Team en kwamen van de laatste plaats naar de finale, dit jaar waren ze favoriet en moesten ze alleen maar afrekenen met dat ploegje uit Canada, het team van Up North zoals men in Amerika zei. Afgelopen zaterdag vond de laatste wedstrijd plaats, een fantastische kraker waarin de Braves verloren en de Toronto Bleu Jays de zege wegkaapten en juichend richting Canada vertrokken. Op zondag was het pijnlijk rustig in de stad; iedereen had gerekend op de zevende en beslissende wedstrijd en daarna een explosie van vreugde. De overwinningsparade was al uitgezet (net zoals ze dat verleden week donderdag in Toronto hadden gedaan overigens), de bars hadden extra bier in huis gehaald. De Olympische stad van 1996 was er klaar voor.

Gisteren vond er een slap aftreksel plaats van dat grote feest. De leiding van de Braves wilden de diehearts, de echte fans dus, toch een gelegenheid geven op waardige wijze de spelers te bedanken voor een fantastisch seizoen. Voor een dollar mocht je Fulton County Stadium in en lieten de spelers zich toejuichen. Maar het was juichen met opwellende tranen, want niets is vervelender dan de held te spelen als je dat niet bent.

In Toronto gingen op zondag honderdduizenden de straat op en werd er drie dagen achter elkaar gefeest. En in Atlanta heerste een ietwat sarcastisch, op naiviteit gestoeld, gevoel dat het 'maar Canadezen' betrof. Ik zag verleden week een televisieprogramma waarin aan mensen uit Atlanta gevraagd werd of ze misschien wat namen konden noemen van spelers van de Bleu Jays. De meeste ondervraagden antwoordden in zangerig zuidelijk dialect dat ze niets van de Jays wisten. Het waren immers Canadezen!

Vreemde jongens die mensen uit Atlanta; ze liepen over van chauvinisme als het hun eigen ploeg betrof, maar de Bleu Jays werden als een onderbond-ploegje afgeschilderd, terwijl het team uit Torontoto geen enkele Canadees aan boord had en uitsluitend uit Amerikaanse en 'Mid-Amerikaanse' spelers bestond. Het viel me op hoe ongelofelijk beperkt de sportkennis van de mensen hier was. Het was eigenlijk ook een bevestiging, want Amerikanen zijn zo naief, zo dom, zo onwetend als het gaat om mensen of ploegen uit het buitenland, dat je daar versteld van staat.

De eigenaar van de T-shirt in mijn hotel kankert flink op de Braves. Ze hebben hem met een paar duizend gulden aan onverkoopbaar waar laten zitten. "These stupid Canadians beat our boys" , legt hij me uit. Ik vraag hem, een tikkie pesterig of er ergens in de stad World Series memorabilia van de Bleu Jays te koop is. De man kijkt me met iets van diepe verontwaardiging aan. Hij leunt zwaar op een grote stapel Tshirts. Ik betaal en stel hem voor de voorraad aan Ted Turner, de eigenaar van de Braves, te verkopen. Hij lacht zuur: "Jane is a sharp dresser, won't wear T-shirts" , denkt hij hardop. Vlak voordat ik de winkel uitloop, vraagt hij, een beetje argwanend, of ik misschien Canadees ben. Ik ontken. De hele World Series was ik zwaar op de hand van de Bleu Jays, maar het leek me beter dat hier niet te zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden