'Het is reeel om aan wereldtitel te denken'

HAMAR - De chaos regeert in het bomvolle hotelzaaltje. Buiten het omvangrijke persgezelschap verdringen ook vertegenwoordigers van het NOC, het ministerie van WVC, de Nederlandse Skivereniging en de sponsorwereld zich in het looppad om zes heren achter een lange tafel, drie schaatsers, een trainer, een arts en een fysiotherapeut, gade te slaan.

Bij gebrek aan teamleider (die moet nog komen) en een pr-vertegenwoordiger (die bezit de schaatsbond hooguit op papier) leidt bondsarts Frank Nusse met zwaar Amsterdams accent de per traditie ongedwongen persbijeenkomst in. Mannencoach Ab Krook vertelt in de algemene eerste termijn over het geslaagde trainingskamp in Davos, zegt dat hij op het WK allround van het komende weekeinde op 'nul' begint, sluit niet uit dat een of andere Japanner zich tussen de gekende favorieten wringt en antwoordt op de in de Noorse pers geuite veronderstelling dat Falko Zandstra gebukt gaat onder een gekwetste achillespees: "Hij heeft dezelfde blessure als voor het EK." "Dan zit het dus wel goed," voegt de tweevoudige Europese kampioen er onmiddellijk en olijk aan toe.

Het mondiale titeltoernooi in de nieuwe ijshal van Hamar zal zonder twijfel een sterke Olympische geest uitademen. Het wordt de eerste echt serieuze krachtmeting tussen de Nederlandse en Noorse wereldtoppers in het omgekeerde vikingschip en dus is er zondagavond een eerste indicatie van de tijden die in '94 op het Olympisch schaatstoernooi mogen worden verwacht. De Noorse organisatoren rekenen morgen en zondag op twee wereldrecords, Rintje Ritsma houdt het voorlopig op een: op de 1500 meter. De 22-jarige Fries voegt er net niet aan toe dat hij een van de serieuze gegadigden is om de muur van 1.52,06 te slechten, die vijf jaar geleden door de (Oost)duitser Andre Hoffmann werd opgetrokken. De krachtpatser uit Lemmer (1,90 meter lang, 92 kilo zwaar) geldt mondiaal gezien als een de beste schaatsers op de metrische mijl. De nationale afstandskampioen op die discipline klopte een week voor het EK in Davos Olympisch titelhouder Johann Koss en leidt momenteel de dans om de wereldbeker. Op de Spelen van Albertville werd Ritsma als aankomende topper vierde op de 1500 meter. Met zijn persoonlijk record van 1.53,52 staat hij nog net niet in de top 20 van de eeuwige mijl-lijst, maar gezien de grote progressie op praktisch alle onderdelen kunnen er op korte termijn nog talrijke sprongetjes voorwaarts worden verwacht.

Toen Krook hem in 1990 in de kernploeg haalde, was het alleen maar om te leren. Om te leren dat op persconferenties niemand, echt niemand, belangstelling had voor zijn persoon en om te leren dat er na de training altijd eentje moet zijn die het licht uit doet. Op wereldbekerwedstrijden schaatste hij buiten mededinging mee, op de internationale titeltoernooien was hij, als het meezat, reserve.

Gelouterd

Ritsma is gelouterd uit die mensonterende 'commando-opleiding' te voorschijn gekomen. Hij drong het afgelopen seizoen met een derde plaats op het EK en een vijfde op het WK door tot de elite en noemde de prolongatie van zijn bronzen prestatie op het Europees kampioenschap van drie weken geleden een mijlpaal in zijn carriere. "Omdat ik nu met heel andere tijden dan in 1992 derde werd." De kleinzoon van een 'wereldberoemde' pake - Rintje senior werd in 1966 Fries kampioen skutsjesilen - verstopt zich dan ook niet langer in een outsidersrol. "Ten aanzien van het wereldkampioenschap heb ik dezelfde verwachting als voor het EK. Ik ga natuurlijk voor de eerste plaats. Als het goed loopt, ben ik een kanshebber voor de titel. Het is ook reeel om dat te denken. Dat is heel anders dan vorig jaar. Toen had ik de zesde plaats als uitgangspunt."

De progressie waarvan het eind nog niet in zicht lijkt, houdt Ritsma voorlopig op de been. Anders dan zijn provinciegenoot Falko Zandstra is hij geen uitgesproken natuurtalent. "Falko komt het ijs op en rijdt zo weg. Mij zie je meer denken. Zo van: hoe zal ik gaan schaatsen? Maar tot dusver boek ik ieder jaar grote vooruitgang. Op die manier blijf ik ook de aardigheid in het schaatsen houden. Als je de hele zomer keihard traint en in de winter merkt dat je geen meter harder gaat, wordt het, denk ik, heel moeilijk om je de volgende zomer op te laden voor het nieuwe seizoen. Ik weet dat er genoeg topsporters zijn, ook buiten het schaatsen, die in de wedstrijden geen enkele verbetering constateren en toch maar door blijven gaan. Die mensen snap ik niet. Je moet echt heel veel plezier in je sport hebben, wil je het op kunnen brengen om je aan twee zware trainingen per dag te onderwerpen. Ik noem dat zelfkastijding. En zou dan gewoon op clubniveau gaan trainen."

De megasporter Ritsma - vroeger zwom hij in de zomermaanden, tegenwoordig surft en fietst hij, in dienst van het schaatsen trouwens - heeft het verzadigingspunt nog lang niet bereikt. "Een jaartje of drie, vier kan ik nog wel mee. Misschien haal ik Japan (de Winterspelen van Nagano in 1998 - red.) wel. De trainingen gaan steeds beter, technisch heb ik nog veel meer mogelijkheden en ik maak deel uit van een vrij jonge lichting. Het is alleen mentaal niet op te brengen om jaar in, jaar uit voluit te gaan. De Spelen van '98 zijn in principe mogelijk als ik heel consequent blijf leven. Maar dat vind ik praktisch onmogelijk. Ik zou dan ter afwisseling een jaartje moeten sprinten."

Door het geringe aantal grote wedstrijden lijkt schaatsen vooral een oervelende trainingssport. "De wedstrijden vergoeden momenteel alles" , zegt Ritsma. En hij vertelt opgetogen over de ontspannen sfeer in de kernploeg. "Voor het EK waren we vreselijk ontspannen. Dat is bij mijn weten nog nooit zo geweest. Voor het eerst heb ik midden in het toernooi, op zaterdagavond, een uitgebreid interview gegeven; heel ontspannen, met een glaasje er bij. Ben van der Burg was weliswaar een van de interviewers, maar het zegt toch genoeg. Als je verkrampt ben, heb je er absoluut geen trek in tijdens het EK herinneringen met een oud-ploeggenoot op te halen. Eigenlijk is de sfeer nu net zo. Mijn motivatie is ontzettend groot. Het is het eerste jaar dat ik internationaal heel goed meedraai. Ik mik op de wereldbeker en vind het aan mijn stand verplicht op het WK ook sterk te rijden."

Pak slaag

Tijdens de inauguratie van de hal in Hamar, eind vorig jaar, gaf Koss de Nederlandse schaatselite nog een ongenadig pak slaag. Op de 1500 meter was de Noor Ritsma meer dan een seconde voor, op de vijf kilometer kwam Veldkamp hijgend tien tellen (indoor meer dan het rechte eind) tekort. "Misschien," zegt Ritsma, "denken ze daarom dat er nu twee wereldrecords scherper worden gesteld. Maar Koss had toen absoluut een werelddag."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden