'Het is ons recht om een nikab te dragen'

Salafisten eisen een eigen plek op onder Tunesische zon

Een gezichtsbedekkende sluier (nikab) willen ze dragen tijdens college. En ook eisen ze een moskee op het universiteitsterrein. "Het is ons democratisch recht ons te kleden zoals we willen", zegt Khoela Ben Ismael, op het gazon van de letterenfaculteit van de Manoeba Universiteit, gevestigd aan de rand van de Tunesische hoofdstad Tunis.

Ben Ismael (20) is eerstejaars Engels. Slechts haar stem geeft ze aan de openbaarheid prijs. In gezelschap van zo'n vijftien andere meisjes en enkele tientallen baardige jongens protesteert ze al sinds het begin van het collegejaar tegen het universiteitsreglement dat de dracht van de nikab tijdens de les verbiedt.

Dat heeft niets van doen met religie als zodanig, licht decaan Habib Kazdaghli toe. "Ons argument is strikt pedagogisch. Oogcontact is een essentieel onderdeel bij kennisoverdracht." Tot hoever de meisjes bereid zijn te gaan, blijkt even later. Op een geïmproviseerde persconferentie op het gazon kondigen vijf meisjes aan in hongerstaking te gaan. Gisteren kwamen er daar nog eens vijf bij.

Onder het regime van de vorig jaar verdreven president Ben Ali werden ultraorthodoxe moslims (salafisten) vervolgd. Maar in het nieuwe Tunesië eisen ook zij hun plekje op onder de zon. Dat gaat niet altijd even zachtzinnig. Zo belaagden zo'n 300 salafisten in oktober het kantoor van Nessma, nadat de televisiezender het gewaagd had de 'blasfemische' film 'Persepolis' te vertonen. Profiterend van het machtsvacuüm op het Tunesische achterland, stichtte een andere groep een soort emiraat in het stadje Sejnane, inclusief eigen rechtbanken en gevangenissen (zie kader). Ook Kazdaghli kreeg met ze te maken. Eind november mengde een groep salafisten van buiten de universiteit zich in het voortslepende conflict tussen de meisjes en de directie. "Ze bezetten het directiegebouw. Een docent belandde in het ziekenhuis", vertelt de decaan, die zelf ook klappen kreeg. Hij besloot de faculteit begin december tot nader order te sluiten. Na ruim een maand maakte de ordepolitie een einde aan de bezetting.

Salafisme is in Tunesië een betrekkelijk marginaal verschijnsel. Het aantal aanhangers wordt geschat op enkele duizenden. Maar het zijn de compromisloosheid en de gewelddadigheid die zorgen baren.

Op het eerste gezicht lijkt de affaire vooral een krachtmeting tussen twee minderheden: de salafisten en een intellectuele elite die zich beroept op strikte scheiding tussen kerk en staat. Dat neemt niet weg dat het radicalisme van de salafisten ver afstaat van de gemiddelde Tunesiër - zelfs als die sterk hecht aan zijn moslimidentiteit. Daarmee is de affaire tegelijk een belangrijke testcase voor de geloofwaardigheid van regeringspartij Ennahda. De islamitische partij kwam tijdens de verkiezingen in oktober als grote overwinnaar uit de bus. Haar populariteit dankt Ennahda vooral aan de gematigde toon die zij tijdens de campagne aansloeg. En juist dat maakt de partij gevoelig voor het verwijt dat zij niet duidelijk stelling neemt tegen de salafisten. Waarom liet de partij de bezetting zo lang op zijn beloop? In de media is deze vraag inmiddels voer voor de meest wilde complottheorieën.

"Vergeet niet dat de bezetting plaats had juist op het moment dat de nieuwe regering aantrad", relativeert Hatem Katou, woordvoerder van de minister van onderwijs. "Daarbij komt dat we er niet direct op los willen slaan. Dat roept associaties op met het regime van Ben Ali." Volgens Katou zijn de salafisten zich daar goed van bewust en buiten zij de situatie handig uit.

Moncef Sjeik-Roehoe, parlementslid van oppostiepartij PDP, spreekt van een politieke blunder. "De kiezers van Ennahda moeten niets hebben van de salafisten. De partij had zich er veel krachtiger tegen moeten uitspreken. Deze affaire kost ze stemmen." Over de hongerstakende meisjes windt decaan Kazdaghli zich niet echt op. "Mijn grootste zorg zijn de achtduizend studenten die weken geen colleges konden volgen. Deze week zijn er tentamens."

Eigen wetten in emiraat

Een biertje drinken was er in Sejnane, een klein stadje nabij de noordelijke kustplaats Bizerte, even niet meer bij. Daar stond een groep van tussen de 15 en 30 salafisten de afgelopen maanden garant voor. Ze maakten gebruik van het gezagsvacuüm dat nog steeds heerst in afgelegen Tunesische provincies om hun eigen wetten op te leggen, inclusief shariarechtbanken en provisorische gevangenissen. In Tunesische kranten werd gesproken over een 'emiraat'. Volgens mensenrechtenrapporteur Abdessattar Ben Moessa zouden vooral alcoholisten en drugsgebruikers van het door werkloosheid geplaagde stadje het hebben moeten ontgelden, al vindt hij de term 'kalifaat' sterk overdreven. De betrokken salafisten verschijnen binnenkort zelf voor de rechter. De echte dit keer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden