'Het is nu weer tijd voor iets nieuws'

interview | Rem Koolhaas voelt om de tien jaar de behoefte om een statement te maken. Nu is het weer zo ver voor Nederlands bekendste architect. Met zijn team heeft hij genoeg gedaan aan de stad. 'We gaan nu naar het platteland.'

Rem Koolhaas interviewen? Dat is meestal een kansloze exercitie. Nederlands bekendste architect geeft maar sporadisch interviews. Hij vindt het niet terecht, altijd maar die focus op hem. Zonder zijn medewerkers is hij immers nergens. Negen jaar geleden interviewde Trouw hem. En nu wil hij wel weer eens.

Maandag krijgt hij de Johannes Vermeerprijs, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten. Er verschijnt dan ook een boek over hem. En volgende maand trekken de eerste bewoners in De Rotterdam, een niet te missen gebouw in het centrum van de stad - zo groot is het. Op de Kop van Zuid, aan de voet van de Erasmusbrug ontwierp Koolhaas een 'verticale stad'. Het is na het CCTV-gebouw in Peking, het hoofdkantoor van de Chinese staatstelevisiemaatschappij, het grootste gebouw dat Koolhaas ooit heeft gerealiseerd met zijn bureau OMA.

Uiterlijk is hij geen spat veranderd in die negen jaar. Toen was hij bijna zestig, nu nadert hij de zeventig. Nog steeds een afgetraind lichaam in een zwarte trui. Nog steeds die scherpe, onderzoekende blik die heen en weer schiet tussen de verslaggeefster en zijn mobieltje. Toch zit er nu een andere man in het hoofdkantoor van OMA, dat gevestigd is in een onopvallend pand in het centrum van Rotterdam, dan in 2004. Toen kondigde Koolhaas aan dat hij wat meer afstand wilde nemen van de dagelijkse hectiek bij zijn ontwerpbureau OMA en researchteam AMO. Hij wilde zich nog meer op het schrijven toeleggen. "Ik word wat contemplatiever. Dat heeft niet alleen met het ouder worden te maken", zei hij. Hij was ook ernstig ziek geweest en dat had hem veranderd. Toen hij voor een reis naar Lagos een groot aantal vaccinaties moest ondergaan, kreeg hij meningitis. Het duurde zeven maanden voordat hij weer op krachten was. "Ik was echt bijna dood, tenminste dat hebben ze me verteld. Ik ben daardoor toch iets minder manisch geworden."

Minder manisch? Mijn indruk is dat u bezetener dan ooit met uw vak bezig bent.

"Ja, er zit hier een andere man dan destijds. Uw indruk is juist dat ik sindsdien alleen maar harder ben gaan werken. Drie weken in de maand zit ik in Europa en dan vooral hier in Rotterdam op kantoor. De andere week ben ik op reis. Mijn partners zijn voor een groot deel eigenaar van het bedrijf, maar ik houd het overzicht, zorg voor de onderlinge communicatie tussen onze bureaus en bewaak de kwaliteit. Bij sommige gebouwen zit ik aan het begin van het ontwerp- en bouwproces, bij andere doe ik de eindfase. Het gebouw De Rotterdam, voor ons een heel groot project, heb ik samen met Ellen van Loon en Reinier de Graaf gedaan, allebei partners in OMA, waarbij ik de supervisie had. Inderdaad, wat u zegt, ik zit hier nog steeds als een spin in het web."

En u gaat gewoon door?

"Ik had in 2004 sterk de behoefte om meer te gaan schrijven en me minder met de dagelijkse activiteiten bezig te houden. Ik was ernstig ziek geweest. Dan sta je toch anders in het leven. Maar het is heel anders gelopen, doordat zich allerlei kansen aandienden en ik me weer fit ging voelen. We hebben gebouwd in diverse steden, een kantoor in Azië opgericht en momenteel veel projecten onder handen, waaronder zelfs drie gebouwen in één stad, in Rotterdam, wat we nog nooit hebben meegemaakt."

U loopt tegen de zeventig. Wat zijn uw plannen voor de komende jaren?

"Nou zeventig... ik ben 68. Als ik terugkijk zie ik dat ik om de tien jaar behoefte voel om een soort statement te maken. Het is nu weer tijd voor iets nieuws. We hebben heel veel onderzoek gedaan naar de stad. Met ons bureau hebben we een belangrijke invloed gehad op hoe de stad wordt ervaren, niet langer louter als Europese gecultiveerde gebieden, maar ook als chaotische fenomenen. We hebben research gedaan in Atlanta, Tokio, Singapore en vele andere plekken in de wereld. We hebben genoeg aan de stad gedaan. We gaan nu naar het platteland. De komende vijf jaar wil ik me met mijn researchteam AMO richten op onderzoek naar de countryside."

Verrassend. Hoe komt u daar nou bij?

"Het is inmiddels een cliché dat meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad woont. Dat roept bij mij de vraag op: wat gebeurt er met de streken die achtergelaten worden? Die zijn toch een soort stiefkindjes. Er liggen daar totaal abstracte industriële plakken. Er is nooit zorgvuldig naar gekeken. Het platteland bevindt zich op een interessant kantelpunt. Ik ben daarin ook gesterkt door mijn eigen ervaringen. We hebben jarenlang een vakantiehuis gehad op het Zwitserse platteland, in de buurt van Sankt Moritz. Ik zag daar gebeuren hoe het dorp verandert. Er worden wel huizen bijgebouwd en oude stallen opgeknapt, allemaal in dezelfde stijl, maar de eigenaren zitten vijftig weken per jaar in de stad, in Luzern of Zürich, maar ook in Moskou. Aziatische huishoudsters houden het dorp draaiende en zorgen voor het onderhoud van de huizen."

Koolhaas pakt er een boekje bij met foto's die hij heeft gemaakt van dit Zwitserse dorp. Hij wijst naar drie Aziatische vrouwen in spijkerbroek die op een bankje zitten onder de bomen van het dorpsplein. "Dat is nu het dorpsbeeld." Hij pakt er een andere foto bij, van drie in Zwitserse klederdracht gehulde boerinnen. "En zo zag het er twintig jaar geleden nog uit. Ja, zo snel is het gegaan." De volgende foto toont een Zwitserse boer bij een oude Lada met een zeis in de kofferbak. "Toen ik deze man aansprak, bleek het een kerngeleerde te zijn uit Frankfurt, die vier jaar geleden besloten had om boer te worden. Dat zijn toch interessante ontwikkelingen."

Architectuur kan niet zonder diepgravend onderzoek naar maatschappelijke verschijnselen, is de overtuiging van Koolhaas. Hij is voorstander van een laboratoriumachtige aanpak, waarbij alles wordt onderzocht en ter discussie gesteld. Het succes van zijn ontwerpbureau OMA kan niet los worden gezien van zijn researchteam AMO. Voor de Europese Unie deed AMO onder meer onderzoek naar immigratie, met het oog op de uitbreiding van de EU met nieuwe landen. Voor Koolhaas staat vast dat immigratie essentieel is voor Europa vanwege de vergrijzing. De Nederlandse politiek gedraagt zich in dit opzicht als een struisvogel, vindt hij. Ook de 'anti-islamneurose' die de Nederlandse politiek heeft bevangen, getuigt volgens hem van een naar binnen gekeerde blik. Het is ook geen toeval dat de crisis juist in Nederland zo hard toeslaat, meent de architect. "We zijn zelfgenoegzaam geworden. Het ging hier altijd goed met een relatief eenvoudig recept. Maar daar redden we het niet meer mee. Toen wij het gebouw De Rotterdam wilden bouwen, haakten Nederlandse aannemers af, omdat het zo ingewikkeld was. Door de crisis boden zich vervolgens buitenlandse aannemers aan, die goedkoper waren en niet zo moeilijk deden als de Nederlanders. Zonder de crisis was De Rotterdam niet gebouwd."

Negen jaar geleden zei u dat u een politieke carrière niet uitsloot, zij het niet de plaatselijke of landelijke maar de Europese politiek.

"Ook in dat opzicht ben ik veranderd. Destijds hadden we het gevoel dat we iets konden en moesten doen voor Europa. We hebben daar met ons researchteam veel in geïnvesteerd. Ik kan nu alleen maar constateren dat de mogelijkheden om dingen via de politiek te veranderen niet erg groot zijn."

Door de economische crisis en malaise in de bouw zijn tal van architectenbureaus failliet gegaan. De helft van de tienduizend architecten in Nederland is werkloos en de vooruitzichten zijn nog steeds somber. Hoe gaat het met OMA?

"Natuurlijk hebben wij er ook last van, maar we hebben niet drastisch hoeven te snijden in onze organisatie. Dat komt ook doordat we altijd al met een flexibel personeelsbestand werken. Het is altijd eb en vloed bij ons, afhankelijk van de omvang van de orderportefeuille. Wel merken we dat projecten vaker worden uitgesteld. Het komt voor dat we klaarstaan om te beginnen en de boel vervolgens een half jaar of nog langer wordt doorgeschoven. Wat ook in ons voordeel werkt is dat wij van het begin af aan gekozen hebben voor een brede benadering van het vak. Anderzijds zie ik dat de crisis ook nieuwe energie losmaakt. Er ontstaan hele nieuwe modellen van architectenbureaus, waarin bijvoorbeeld een Griek, Marokkaan en Kroaat samenwerken. Vroeger was ik sceptischer over het vak van architect. Ik vond dat vaak te veel werd vastgehouden aan gedateerde inzichten. Nu zie ik dat dit het enige beroep is waarin kennis die teruggaat tot 4000 jaar geleden, wordt gecombineerd met heel moderne technieken. Daarin onderscheidt de architectuur zich in een landschap waar heel veel kennis overboord is gegooid. Dat biedt hoop voor de toekomst."

Wat raadt u jonge mensen aan die architect willen worden?

"Je niks aantrekken van de crisis. Ga bouwkunde studeren, want het vak is erg breed en de wereld is groot. Maar ik adviseer wel om er zoveel mogelijk studies bij te doen, sociologie, technologie, het maakt niet uit. Zorg voor een zo breed mogelijke ontwikkeling. Als ik mensen aanneem selecteer ik vooral op kritisch vermogen en onafhankelijkheid. En heel belangrijk: ze moeten een soort speelsheid hebben, zodat niet alles meteen zo grimmig wordt."

U hebt veel prijzen gewonnen, waaronder de Pritzkerprijs, die wordt gezien als de Nobelprijs voor de architectuur. Nu krijgt u de Johannes Vermeerprijs. Is dat niet een erg late erkenning in eigen land van uw kwaliteiten als architect?

"Ik denk nooit na over erkenning. In het buitenland heb ik altijd waardering gekregen. In Nederland was er altijd veel kritiek, ook op succesvolle gebouwen als de Nederlandse ambassade in Berlijn. Maar die kritiek is ook belangrijk geweest en heeft veel invloed gehad op onze veerkracht. Het was altijd reden om me af te vragen waar ik mee bezig was. Kritiek betekent dat je serieus wordt genomen."

Veelgehoorde kritiek is dat uw gebouwen mensonvriendelijk zijn. De klachten variëren van slechte akoestiek tot hellingbanen die gevaarlijk zijn voor rolstoelers en vloeren met wildroosters, een hachelijke onderneming voor vrouwen met naaldhakken. En het gebouw De Rotterdam zou van een voor Nederlandse begrippen onmenselijke schaal zijn.

Geërgerd. "Ik herken me nooit in de verhalen dat ik niet van mensen zou houden. Laat staan in de kritieken in sommige media. Onmenselijk? Dat komt bij mij totaal niet op. Ik vind dat... eh... onzinnige kritiek. Ga naar Seattle en kijk hoe vaak de bevolking daar mijn bibliotheek heeft gefotografeerd. Vraag het aan al die architectuurstudenten die uit de hele wereld naar Rotterdam komen om de Kunsthal te bekijken. Ik hoor nu zelfs van grootmoeders in Rotterdam dat ze De Rotterdam zo'n geweldige aanwinst vinden voor de stad. Hoe komen ze erbij, onmenselijk? Het stadsbestuur heeft de nek uitgestoken om daar een levendig stadscentrum te realiseren met een gebouw waarin alle functies zitten die dag en nacht zorgen voor levendigheid."

Tijdens het interview komen er voortdurend medewerkers binnen met een vraag voor Koolhaas. Omgekeerd loopt hij ook regelmatig even de kamer uit om mensen te attenderen op iets. En soms moet hij ook snel een telefoontje plegen. Of koffie halen. En zo gaat het de hele dag door, vertellen zijn medewerkers.

Dit is dus het hectische leven van een wereldberoemde architect met de status van een ster?

"Sterrenstatus? Zonder mijn team kan ik helemaal niets."

Met een armgebaar maakt hij duidelijk dit onderwerp niet interessant te vinden. Maar hij heeft er wel iets op bedacht, om af te rekenen met de sterrenstatus die hem ten onrechte wordt toegedicht, maar die sommige andere architecten zich maar al te graag laten aanleunen. Als podium daarvoor heeft hij de architectuurbiënnale van Venetië uitgekozen, waarvan hij volgend jaar de curator is. De biënnale is naar zijn mening ook steeds meer ontaard in een 'soort big deal van beroemdheden'. "Volgend jaar zul je in Venetië tevergeefs zoeken naar gebouwen van sterarchitecten." Met een vilein lachje: "Ik ga daar afrekenen met dat sterrendom".

Wat gaat u dan laten zien?

"Ik heb de organisatie laten weten dat het voor één keer niet over hedendaagse architectuur zal gaan. Ik ga terug naar de basis van het vak. Het thema is Fundamentals. Van vijftien onderdelen van een gebouw, van deur, raam, trap, vloer en plafond tot toilet en balustrade laten we de ontwikkeling zien vanaf de vroegste eeuwen. Het wordt pertinent geen architectenshow."

Ook niet van uw eigen bureau?

"Nee, ook ons bureau kom je er niet tegen. Ik hoop daarmee ook voor eens en voor altijd af te rekenen met het onzinnige idee dat ik sterallures zou hebben."

Schrijven als rode draad
Nieuwsgierigheid is de drijfveer van Rem Koolhaas (1944). Voordat hij architect werd werkte hij als journalist bij de Haagse Post. "De journalistieke nieuwsgierigheid om voortdurend vragen te stellen en onbekende plekken te onderzoeken" drijft hem nog steeds, zegt hij.

Schrijven loopt ook als een rode draad door zijn carrière. Lange tijd was Koolhaas een 'papieren' architect die vooral bekend was van zijn boeken 'Delirious New York', 'S, M, L, XL' en 'Shopping'. Het schrijftalent heeft hij van zijn vader, de schrijver en filmcriticus Anton Koolhaas. Als jongen wilde hij journalist worden, maar na de midddelbare school viel de keuze op de Filmacademie. Na deze opleiding wilde hij ineens architect worden, net als zijn grootvader Dirk Roosenburg. Hij ging studeren in Londen. Na een vervolgstudie in Amerika richtte hij in 1975 met de architect Elia Zenghelis en hun echtgenotes, beeldend kunstenaars Madelon Vriesendorp en Zoe Zenghelis, OMA op, Office for Metropolitan Architecture.

Pas in 1992 brak Koolhaas internationaal door met zijn ontwerp voor de Kunsthal in Rotterdam. Daarna volgden onder meer het Grand Palais Lille, Guggenheim Hermitage Museum Las Vegas, Prada New York, de Nederlandse ambassade in Berlijn, de Haagse tramtunnel, Casa da Música Porto, de CCTV-toren in Peking, en De Rotterdam.

OMA heeft vestigingen in Rotterdam (350 werknemers), New York (46) en Hongkong (85). Koolhaas woont in Amsterdam. Hij is getrouwd, heeft een zoon en dochter en een kleinzoon.

Rem Koolhaas: 'Ik hoop voor eens en voor altijd af te rekenen met het onzinnige idee dat ik sterallures zou hebben.'

'De architectuur is het enige beroep waarin kennis die teruggaat tot 4000 jaar geleden, wordt gecombineerd met heel moderne technieken. Dat biedt hoop voor de toekomst.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden