HET IS NU OF NOOIT VOOR LABOUR

Labour maakt een uitstekende kans de Conservatieven over een maand of twee een fikse verkiezingsnederlaag toe te brengen. In het oude mijnwerkersbastion Rotherham is de richtingenstrijd tussen de oude garde en de moderne socialisten, vertegenwoordigd door Tony Blair in het voordeel van de laatste uitgevallen. En beide kampen zijn het erover eens: het is nu of nooit voor Labour.

PETER VAN DEUTEKOM

Zoals de kwestie van Rahid Mahroof, wiens vrouw in het centrum van Rotherham een apotheek annex gezondheidscentrum wil beginnen, speciaal gericht op Aziaten en andere minderheden. Dat stuit echter op veel weerstand, onder meer van apothekers en drogisten uit de omgeving, die hun nering niet willen delen. Daar zal zal MacShane zich om bekommeren, dat zegt hij toe.

Rashid Mahroof kent Denis MacShane goed. Hij heeft een functie in de Race Equality Unit van het stadsbestuur van het nabije Sheffield, en dat is - zoals alles hier in dit vroegere mijnwerkersbastion - stevig in handen van Labour. En Mahroof is - met zijn Pakistaanse achtergond - een fervent Labour-activist. In 1965 trok hij naar Engeland, vanuit het Pakistaanse deel van Kashmir, dat toen strijdtoneel was van het zoveelste gewapende treffen tussen India en Pakistan. Eerst naar Middlesborough, waar hij emplooi zocht in de staalindustrie. Dat viel niet mee, het closed shop-systeem, waarbij uitsluitend leden van de vakbond aan de bak kwamen, was aanvankelijk een moeilijk te nemen barrière. Twaalf jaar geleden vestigde hij zich met zijn vrouw en vier kinderen in Rotherham.

De suprematie van het kolen- en staalimperium in het gebied liep toen al ten einde. De golf van mijnstakingen tegen sluiting van de meeste mijnen daar waren niet meer dan stuiptrekkingen van een vergane glorieperiode. Zes jaar Conservatieve saneringspolitiek onder Margaret Thatcher plus de ineenstorting van de kolen- en staalindustrie betekenden de nekslag voor Arthur Scargill en zijn ooit zo oppermachtige mijnwerkersvakbond NUM.

En zo moeilijk als de meeste Aziaten in de regio - net als Rashid uit Kashmir - het destijds hadden om aan de slag te komen, zo moeilijk kregen zij het nu na de ineenstorting van de mijnindustrie. Zij vlogen er als eersten uit. Zo is, zegt Rashid Mahroof, alleen al hier in Rotherham de werkloosheid onder de ruim 6 000 Aziaten - op een bevolking van 250 000 - met meer dan 25 procent zeker twee keer zo hoog als onder de Britten zelf.

Hij, Rashid, had geluk. Trof een goede baan bij de Race Equality Unit van Sheffields stadsbestuur, en beijvert zich nu als officer voor etnische minderheden voor de Labour-partij èn voorzitter van het Aziatische en zwarte gemeenschapsforum alhier, voor het opkrikken van de maatschappelijke positie en politieke betrokkenheid van de Aziatische minderheid.

Anders dan Denis MacShane is Rashid Mahroof een aanhanger van 'Old Labour', de partijcultuur die nog leunt op oude socialistische principes als nationalisatie van bedrijfsleven en industrie, op de macht van de vakbonden binnen de gelederen van de partij, kortom: op de gestaalde kaders die klassenstrijd nog steeds hoog in het rode vaandel hebben staan.

Geen misverstand: hij heeft veel op met Denis MacShane, zeker, en ook wel met partijleider Tony Blair. Maar deze laatste moeten we toch vooral zien als een jong, charismatisch politicus, met de drang om compromissen te sluiten om maar te winnen, meer dan als een Labour-leider van de oude stempel, zo'n rechtzinnige arbeideristische leermeester in de geest van 'samen sterk voor poen en werk', zo iemand.

Rashid vindt dat Blair met het oog op de komende verkiezingen, waarschijnlijk begin mei, de partij veel te dicht bij de Conservatieven heeft gemanoeuvreerd. “Het winnen van de verkiezingen is niet alleen waar het om draait. We moeten niet álle Labour-principes verkwanselen.” Maar hij beseft ook wel: het is nu of nooit. Tony Blair ís populair, en Labour ligt in de peilingen een straatlengte voor op de Conservatieven. Als Labour na ruim 17 jaar onafgebroken Tory-bewind er nú niet in slaagt in 10 Downing Street te komen, zal het moreel zo'n klap krijgen, dat er vele, vele jaren voor nodig zullen zijn om er weer bovenop te komen.

Blair zal hier in het Old Labour Heartland vooral ná de verkiezingen het vertrouwen moeten winnen. De hoop is in deze regio met haar hoge werkloosheid gevestigd op meer geld uit Londen onder een Labour-regering. De afgelopen zeventien jaar is de kraan door de Tories steeds meer dichtgedraaid, en werden de jaarlijkse bijdragen uit Londen almaar minder. Maar Rotherham was al nooit zo rebels, zegt Rashid Mahroof, en probeerde te roeien met de beschikbare riemen. Rotherham is tevreden met weinig, zo klinkt het, en stukje bij beetje probeert het stadje uit het dal te kruipen, waarbij dankbaar gebruik gemaakt wordt van de investeringen en subsidies vanuit 'Brussel', die vaak de fondsen uit Londen overtroffen.

Toch is in Rotherham zelf zo op het eerste gezicht niet zoveel te merken van verpaupering, verloedering. De zaterdagmiddag is een typische zaterdagmiddag in een middelgroot stadje. In het autovrije winkelcentrum met zijn promenade doet de burgerij onder het wakend oog van de uit de 13de eeuw daterende Parish Church of All Saints de boodschappen. Veel vrouwen van het gemoedelijke type Ena Sharples en Elsie Tanner. Een kermisje vangt kinderen op, met een allereenvoudigste carrousel en een houten treintje. Rotherham is tevreden met weinig.

In de hal van de Tesco-supermarkt speelt de dertienkoppige brass band van het Leger des Heils passende liederen, 'Walking in the winter wonderland' enzo. Flink naast de toon, maar vooral enthousiast. En de Rotherhammers geven grif. Verderop blijkt het neon-verlichte gebouw met de mondaine naam The Ritz een Luxury Bingo Club. Over een kwartier gaan de deuren open en voor de ingang verzamelen zich de huisvrouwen al, met hun nickles and dimes, om een gokje te wagen.

Even buiten Rotherham, op weg naar Barnsley, passeren we de relikwieën van een rijk verleden. Gitzwarte heuvels van kolen en gruis. Schachttorens. Eindeloze transportbanden. Het hart van de kolenbekkens van Yorkshire. The old pits, zegt Arthur, de chauffeur, “allemaal gesloten onder Thatcher.” De rit voert door Bolton-on-Dearne, een mijnwerkersdorp waarvan de gouden jaren nog af te lezen zijn. Keurige huizen op rij, semi-detached, begin jaren zestig gebouwd, brandschoon. Maar amper een winkel of pub te bekennen, en geen mens op straat. “De mijnsluitingen waren de dood voor dorpen als deze”, zegt hij. “Het werk viel weg, maar de mensen bleven hier wonen. Want ja, waar moesten ze heen, hè.”

Arthur kent MacShane niet persoonlijk, maar heeft destijds wel op hem gestemd, uiteraard. Een goeie vent, MacShane, die net als hij, Arthur, een wat modernere kijk op de samenleving heeft dan de oude garde hier. Tja, als je wilt kun je Arthur ook wel bij New Labour plaatsen. In elk geval vindt hij het prima dat het nu met al die stakingen in de regio afgelopen is en dat het closed shop-systeem verleden tijd is.

Vroeger, zegt hij, was hier een bloeiende metaalindustrie, met autofabrieken enzo. En allerlei verschillende vakbonden, met verschillenden belangen, waardoor bijvoorbeeld de spuiters, zo'n tien tot vijftien man, een complete industrie konden stilleggen. Dan lag alles plat, tot de aanleveringbedrijven toe.

Maar goed dat types als Arthur Scargill passé zijn. En dat er nu één grote vakbond is voor de hele metaalsector. Trouwens, de macht van de unions is überhaupt weg, werk van Thatcher, hè. “Maar die is inmiddels ook al weg, thank God, en straks de rest van de Tories ook”, zegt Arthur. Britain is on the right track.

Op 44 Doncaster Road in Goldthorpe bevindt zich het campagnecentrum van Jeff Ennis, de Labour-kandidaat voor Barnsley-East. Jeff Ennis vecht voor de vacante zetel in het Lagerhuis, vrijgekomen door het overlijden van Labour-lid Terry Patcher. Nou ja, vecht. . . Barnsley-East is al sinds jaar en dag een zogeheten safe seat voor Labour. In '83 en '87 zelfs de 'veiligste' zetel van heel het land, bij de vorige verkiezingen in 1992 de vierde met een winstpercentage van 77,2 tegen de Conservatieven 14,2. In absolute aantallen een voorsprong van 25 000 stemmen op Majors man.

Fluitje van een cent dus voor Jeff Ennis, en de enige dreiging is een lage opkomst, waardoor de Labour-zege toch wat van haar glans verliest. De kandidaat zelf heeft even de rust van de huiselijke kring opgezocht en Ennis' hulptroepen vouwen nu de laatste campagnefolders waarmee alle inwoners van het district op de valreep nog worden bestookt. New Labour, New Britain, meldt de folder, naast de vertrouwenwekkende ronde kop van de kandidaat.

New Labour in traditioneel Old Labour-land? Ogenblikkelijk breekt de discussie los over de pro en cons van de nieuwe lijn zoals die door Tony Blair en de overige partijleiders is uitgezet. “Margaret Thatcher heeft de aard van Groot-Brittannië volkomen veranderd”, zegt Marjory, “en daarmee ook alles rondom de Labour-partij. Labour móest wel met de veranderingen meegaan.” Haar mannelijke kompaan heeft daar nog steeds grote moeite mee. Hij is toch iets meer van de oude gestaalde stempel, maar weet ook wel dat je met 'óp socialisten sluit de rijen, het rode vaandel volgen wij' weinig mensen achter je zult krijgen. “Thatcher was afschuwelijk”, zegt hij. “We zullen met plezier op haar graf dansen.”

“Harold Wilson zei in de jaren zestig: 'Labour moet een natuurlijke, nationale regeringspartij worden', en dat is precies waar Tony Blair nu aan werkt”, zegt Tony Slatcher, campagneleider van Jeff Ennis. Natuurlijk, ook bij hem geen twijfel over de uitkomst van de verkiezingen, de 'grote' verkiezingen dan, die voor het Britse Lagerhuis. “Tony Blair heeft de partij richting centrum gestuurd, daar moet je de winst halen. Maar vergis je niet, de verandering van Labour begon al in de jaren tachtig, al onder Neil Kinnock dus.”

Slatcher vindt de tegenstelling Old Labour-New Labour kunstmatig, opgeklopt door de media. En voor zover die bestaat is het vooral een spanning tussen de oude politieke activist en de kiezer. “De Old Labour-activist kijkt hoe Labour is veranderd, en heeft het dan over verloochening van de traditionele waarden, en daar heeft de kiezer lak aan. Tony Blair staat dichter bij de heart and soul van de kiezer dan de activist.”

Iedereen staat achter Tony Blair, ook hier in Barnsley. “Op partijbijeenkomsten staat pagina 32 van het Labour-programma - met de traditionele waarden van de werkende klasse - bepaald niet vaak ter discussie”, zegt hij met gevoel voor understatement.

De mijnsluitingen van de jaren tachtig hebben hier in Barnsley en omgeving een enorme ravage aangericht, zegt Slatcher, maatschappelijk en sociaal. De werkloosheid onder de mannelijk beroepsbevolking is hoog, 12,5 procent tegen landelijk 6,5 procent. Nog geen rampcijfers zoals in sommige binnensteden, maar dat is te danken aan de sterke onderlinge solidariteit, de grote plaatselijk cohesie hier in South Yorkshire. “Er heeft altijd een sterke South Yorkshire identiteit bestaan, vooral in de pit villages, de mijnwerkersdorpen. Iedereen kent iedereen, helpt elkaar ook, en daarom zullen ze ook niet zo gemakkelijk hier wegtrekken.”

Waar het straks bij de landelijke verkiezingen om gaat, bij de mensen in Barnsley, Rotherham, heel South Yorkshire, zijn zaken als behoorlijke scholing, behoorlijke ziekenzorg, een baan, toekomst voor de kinderen, een fatsoenlijk dak boven het hoofd, zegt hij, “een kans, een mogelijkheid om vooruit te komen.” En die discussie over Old en New Labour zal de kiezers daarbij een rotzorg zijn.

De slag bij de komende verkiezingen zal dus vooral om het centrum gaan. Maar Tony Slatcher wil nog niet te vroeg juichen. Het is immers een typische Tory-eigenschap om vast te klampen aan de macht, ze kunnen zich niet voorstellen dat er een andere partij zal gaan regeren, ze geven nooit hun verlies bij voorbaat toe, ze geven nooit op. “Ja, net de Duitsers bij voetbal. Doorgaan tot de laatste minuut.”

Labour heeft een omgekeerd probleem, zegt hij. De partij is zolang buiten de regering geweest, dat er zelfs in eigen gelederen twijfels heersen over hoe 'gouvernementeel' Labour is. “Je moet een aantal malen winnen en regeren om dit land echt in een andere richting te kunnen sturen.”

Nou, die eerste keer zit er dus aan te komen, nu of nooit, zegt hij, “in het volste vertrouwen, maar zonder zelfgenoegzaamheid.” Hij wijst op de poster aan de wand. Een foto van een brass band, fanfarekorps, beeld uit Crime Grimthrope's film 'Brassed Off' ('Ben het zat'), opgenomen op locatie hier, en verkiezingsslogan van Jeff Ennis. “De mensen zijn het beu, ze zijn het gemodder, gedraai en gekonkel van John Major en zijn kliek meer dan zat. En niet alleen de Labour-aanhang, geloof me.”

Het is avond in Rotherham. In hotel-pub-gemeenschapshuis The Fenix verzamelen zich leden van de Iron & Steel Trades Confederation, de metaalvakbond uit de regio, in afwachting van Denis MacShane, 'hun' Lagerhuislid, dat hun komt toespreken. De opkomst is niet overweldigend, maar de bonden leiden nu eenmaal een noodlijdend bestaan, na de oorlog uit de jaren tachtig met Thatcher en haar ministeriële pitbull Norman Tebbitt, plus de 'sanering' door de Labour-leiding van de macht van bonden binnen de partij.

“Ooit, in de hoogtijdagen zo tussen '65 en '70, hadden we 240 000 leden”, zegt John Clarke, divisional officer van de ISTC afdeling 3, 'heersend' over het gebied van Yorkshire tot Nottingham. “Nu hebben we er nog twaalfduizend. Maar we produceren nu driemaal zoveel staal als toen, met een derde van het aantal arbeiders. Modernisering, hè.”

Vooral het afschaffen van het closed shop-systeem onder minister van handel en industrie Norman Tebbit, in '81 en '82, is funest geweest voor het ledental, zegt Clarke. Maar hij heeft er niet meer zoveel moeite mee. Het is in elk geval geen issue dat hij door een eventuele volgende Labour-regering hersteld wil zien. Maar dat zou ook niet meer kunnen, erkent hij, ook binnen Tony Blairs Labour is de closed shop allang vergeten en begraven. “Wat wij wél eisen, is hernieuwd respect voor de bonden, erkenning.”

John Clarke is een hard core Old Labour-man, en daar maakt hij geen geheim van. Nee, hij heeft geen moeite met het leiderschap van Tony Blair, de ISTC was de enige bond die destijds Blairs overleden voorganger John Smith steunde, toen al een echte New Labourite, en ze staat nu volledig achter het duo Blair en vice-voorzitter Prescott. Maar toch wantrouwt Clarke de persoon Blair, dat 'zondagskind' in de politiek, afkomstig uit een Tory-nest en dat zelf op een privé-school zat. “We zijn het niet eens met verschillende van Blairs standpunten. Zoals met zijn geflirt met het centrum, met het feit dat hij ook zijn zoon naar een selectieve privé-school stuurt. Terwijl Labour juist tegen selectie is.”

Uiteindelijk bemannen 15 bondsleden en drie bestuurders het zaaltje boven in The Fenix. Denis MacShane krijgt als eerste het woord van voorzitter Clarke. Het Lagerhuislid heeft het een en ander uit te leggen, na zijn interventie in het Lagerhuis waarbij hij de regering-Major verzocht Japanse multinationals als Nissan en Mitsubishi eens aan de jas te trekken over schadeloosstelling voor de vele tienduizenden Britse dwangarbeiders die in de Tweede Wereldoorlog in de Japanse oorlogsindustrie moesten werken. Dat was tegen het zere been van de bonden, die er nu juist op zaten te azen om deze autobedrijven naar deze regio te halen. Goed voor de werkgelegenheid.

“Comrads-friends”, begint MacShane, en met vuur verdedigt hij zijn Lagerhuis-interpellatie. Dat het geen pas geeft om hier alleen maar te azen op werkgelegenheid en daarmee principes over recht en onrecht, hoe lang geleden ook plaatsgevonden, aan de laars te lappen. “Hoe kunnen wij de vele duizenden oorlogsslachtoffers recht in de ogen kijken, comrads-friends, en Japanse bedrijven hier naar toe halen die in het verleden aan die terreur hebben meegewerkt?! Je kunt geen binnenlandse investering propageren en tegelijk de misdaden tegen de mensheid verdoezelen”, zegt hij fel. Er klinkt wat dof gemompel en Denis MacShane krijgt zowaar de handen op elkaar. Dan is 'zijn' sessie voorbij en spoedt hij zich naar zijn volgende meeting, een Labour dinnerparty buiten Rotherham.

Beneden in de pub klinkt rockmuziek uit de zeer vroege jaren zestig. Chubby Checker, Chuck Berry, The Crystals, Johnny & The Hurricanes. Muziek uit de hoogtijdagen van de bonden, toen het woord van de Arthur Scargills van toen nog wet was. Toen vergaderzaaltjes als boven ongetwijfeld afgeladen waren, of bij lange na niet toereikend. Anders dan nu. Ain't that a shame?, rockt Fats Domino, 'is 't niet zonde?' Ach.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden