Het is niets minder dan een poging om dwars door de Paradijsvloek heen te reizen.

’Mensen zijn wolken, waar ze komen betrekt de lucht’, heette het in de Bond Zonder Naam-kalender.

Het idee dat wij zulke nare types zijn als gevolg van het feit dat iemand ergens een steek heeft laten vallen is diep verankerd in ons beleven.

In Genesis worden we meegenomen naar het eigenste moment waarop dit gebeurde en ik ken geen mooiere uitwerking van het gevoel dat we ergens uitgegooid zijn, door eigen schuld nog wel.

Een aardige illustratie van dit idee, maar dan van onder af bekeken, komt uit een verhaal dat ik in Tylor las. Mensen op Borneo vertelden dat orang oetans net deden alsof ze niet konden praten om te voorkomen dat ze gewoon als mensen aan de slag zouden moeten.

Dat is pas wijsheid, kijken naar de mensheid en reeds halverwege de sollicitatieprocedure afhaken. Mens-zijn? Mij niet gezien.

Een aardige fictie, waar de werkelijkheid tegenover staat van de vele mensen die, eenmaal in het baantje aangeland, ontslag willen nemen. Nee, niet dat ze dood willen, het ligt anders. Ze willen veel meer van zich af schudden dan het geestloze corrupte planeetverwoestende zootje ongeregeld temidden waarvan zij zich bevinden. Het gaat om een afscheid van bepaalde aspecten van mens-zijn die ik niet goed weet op te sommen. ’Geestloos, corrupt, planeetverwoestend’ zijn te makkelijk, want wie wil daar niet vanaf? Nee, we hebben het hier over een poging iets heel anders van je af te schudden.

In Trouw van 17 februari is zo’n afschudder aan het woord in de figuur van solozeiler Henk de Velde, ’monnik op zee’. Hij staat op het punt om Nederland voorgoed te verlaten op een laatste reis. Hij zal de wereld blijven rondzeilen tot zijn dood en verwacht dat de reis vier tot veertig jaar kan duren. Hij heeft geen ander reisdoel dan zich los te maken van allerlei zaken (komen we op terug) en hoopt vanuit die losheid op te gaan in een samenvallen met het hem omringende.

Als zoon van een kleine middenstander vraag ik me af wie al dit onthechten betaalt, maar als denkend mens zit ik met de vraag naar wat Henk precies zoekt.

Laten we ons op het samenvallen richten, dat Henk (en niet alleen hij) als kolossaal opluchtend ervaart. Het is hem al eens overkomen: „In het ruige Siberische winterlandschap had ik het gevoel in het niks te lopen, niks te weten en niks te zijn. Ik kreeg het gevoel dat ik naast God stond en zelfs God was. Ik voelde me een stofje in het universum, een minuscuul onderdeel van het grote geheel”

Een minuscuul stofje dat God is en niks weet. Een rake karakteristiek van een onbeschrijflijke toestand. Maar hij wil zich niet alleen losmaken van kennis. Hij wil ook los van medemensen. „Het liefst zou ik willen dat ik niemand meer mis en ook niemand mij meer mist. Zelfs mijn zoon Stefan niet. Dat hoop ik binnen drie jaar te bereiken. Dan wil ik alle banden hebben verbroken.”

Het ontwapenende van Henk de Velde is dat hij zonder erg de foutlijn in zijn onderneming helder beschrijft. De vraag is immers of Stefan (om ons tot hem te beperken) in die drie jaar een vergelijkbare ontsnapping gaat doormaken, zodat deze beide mannen aan het eind van de rit elkaar op congruente wijze geheel onverschillig geworden zijn. Is er een droeviger resultaat denkbaar?

Maar zo werkt het natuurlijk niet, waardoor het resultaat nog verdrietiger stemt: Henk ongenaakbaar zeilend, niemand missend, Stefan altijd met die pijn in zijn hart om een vader die er vandoor ging. Of de Hollywood versie: beiden verlangend en elkaar snikkend in de armen vallend na lange zeereizen op zoek naar elkaar.

Terug naar het grondmotief van Henk. Het gaat om niets minder dan een poging om dwars door de Paradijsvloek heen te reizen in de hoop weer in de Hof van Eden uit te komen. Ik denk niet dat die route bestaat, maar het verlangen ernaar kennen we wel, daarom leest dat wegzeilen zo verleidelijk.

We hebben het hier over een gekoesterd misverstand dat bestaat in het zoeken naar, of liever het ontdekt hebben van, methodes om aan onszelf te ontkomen. Het idee van ’God’ en alle wegen die die kant op voeren is de duidelijkste uitkomst van deze pogingen, richting Hogerop. Maar je kunt ook proberen er Onderdoor te duiken.

Biologisch gesproken lijkt dit verlangen naar niets zijn, niets weten, niets voelen, niets willen een sprong naar omlaag, de evolutionaire ladder af. Maar ook onder chimpansees geldt dat no ape is an island en één aap is geen aap. Zijn is altijd samenzijn, ook in de dierenwereld, en je moet zelfs de planten voorbij om dat echt onaantastbare te bereiken dat Henk nastreeft. Ik denk dat een rots zo ongeveer het ideaal benadert. Levenloosheid ja, da’s pas een makkie.

Wij eindigen de lezing met Becketts zachte vermaning: you’re human, there’s no cure for that.

Mens-zijn, geen kruid tegen gewassen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden