'Het is net zoiets als topsport'

Amsterdam kende al eerder referenda: over een autovrije binnenstad, de stadsprovincie, de bebouwing van een weiland, de noord-zuidlijn en over de bouw van de nieuwe wijk IJburg. Op 25 april mag de Amsterdamse bevolking alweer naar de stembus, dit keer om zich uit te spreken over de vraag of de binnenstad wel of niet een eigen stadsdeelraad mag krijgen. Niet doen, menen diegenen die het referendum aanspanden. De Amsterdamse binnenstad is van iedereen, niet alleen van de bewoners. Niet waar, zegt de wethouder. Er verandert niks, alleen krijgen de 80000 centrumbewoners nu ook iets te zeggen over hun eigen bestuur.

In Amsterdamse kranten roept oud-burgemeester Ed. van Thijn de Amsterdamse burgers op geld te doneren aan het referendumcomité dat zich verzet tegen een stadsdeel Binnenstad. En Ed. van Thijn is niet de enige coryfee: referendumorganisatoren Huib van Dis en Gert Tetteroo weten dat niet de minste Amsterdammers hun zaak een warm hart toedragen. Geert Mak, oud-burgemeester Patijn. ,,Laatst kwam ik hem tegen'', zegt Van Dis. ,,Zegt 'ie: heb je al zeepkisten gekocht?''

Huib van Dis, in het dagelijks leven directeur van een koepel van opleidingsziekenhuizen, is min of meer toevallig in de rol van voorzitter van het referendumcomité terecht gekomen. Afgelopen zomer hoorde hij op een symposium Geert Mak en Arnold Heertje de noodklok luiden tegen een stadsdeel Binnenstad. ,,Ze zeiden: 'het is vijf voor twaalf, de gemeente wil de binnenstad opheffen'. Ik dacht: 'dat kan toch niet waar zijn?' Het was volkomen geruisloos gegaan. Het was nooit een punt geweest in de verkiezingsprogramma's. In het programakkoord bleek een klein regeltje te staan over een stadsdeel dat er zou komen, mits er voldoende draagvlak was. Dat te peilen, hebben ze voor het gemak maar overgeslagen.''

Van Dis belde in een opwelling met het stadhuis en vroeg naar de voorwaarden waaronder een referendum kan worden gehouden. En vanaf dat moment stond hij, met een tiental medestanders, in weer en wind handtekeningen op te halen, net zo lang tot er dertigduizend tegenstanders hadden getekend. Hun argumenten: de binnenstad is van iedereen, niet alleen van de bewoners. Ook de studenten, de bezoekers, de culturele instellingen moeten gehoord kunen worden. Zij bepalen net zozeer de identiteit van de binnenstad, en daarmee de identiteit van Amsterdam.

Van Dis: ,,Het is nu een organiek geheel. Mijn schrikbeeld is dat van een dubbele burgermeester, van een stadsdeelvoorzitter die zich steeds voor de echte burgemeester wil wringen. Van een herdenking op vier mei waar twee burgemeesters zich verdringen om de koningin. En van een extra bestuurlijke laag die leeg blijkt te zijn omdat tachtig procent van de problemen in de binnenstad grootstedelijk blijken te zijn en tóch moeten worden besproken in de centrale stad.''

De binnenstad, zeggen Van Dis en Tetteroo, is van de 80000 centrumbewoners, maar ook van de 80000 mensen die er werken, de 80000 studenten en van de vele toeristen die het centrum dagelijks bezoeken.

,,Alleen de gemeenteraad van de centrale stad kan die belangen tegen elkaar afwegen. En je hebt echt overal experts voor nodig. Die zijn er niet in dertienvoud.''

De inhoudelijke argumenten bepalen echter maar een deel van de strijdlust van de twee. ,,Vooral de manier waarop het door de strot wordt geduwd, stuit ons tegen de borst. De gemeenteraad heeft het besluit om een stadsdeel in te stellen genomen tijdens de laatste vergadering voor het zomerreces. Het voorstel heeft het nipt gehaald, er is geen discussie over geweest. Bij het ophalen van handtekeningen in de binnenstad merkten we dat mensen dachten: 'maar dat is toch al lang van de baan?'.''

De handtekeningenactie had niet als hoofddoel om de bevolking voor te lichten over de op handen zijnde dreiging. Maar feit is wel dat uit een enquête, die daarna werd gehouden, bleek dat er ineens veel meer tegenstanders waren dan voor de zomer: 40 procent was tegen, 38 procent voor.

Nog later groeide het percentage tegenstanders tot 66 procent. ,,Wij hebben het gevoel dat er geen draagvlak is in de binnenstad. We hopen op een opkomst van zestig procent. We gaan ervan uit dat we forse steun zullen krijgen.''

Maar voordat het zover is moet er nog heel wat gebeuren. ,,Alles is gericht op die datum van 25 april. In maart beginnen we met de campagne. Het is net zoiets als topsport: we moeten op die dag die 132000 tegenstemmers hebben.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden