’Het is mooi, zolang het geen nut heeft’

Daniel Snaith denkt dat het geen toeval is dat hij zowel wiskundige als muzikant is. Beide bezigheden zijn 'schoon doch overbodig'. (Trouw)

Al sinds de oude Grieken bestaat het idee dat wiskunde en muziek met elkaar verwant zijn. Maar muziek is nog net iets mysterieuzer, vindt Caribou, elektronicaproducer en gepromoveerd wiskundige.

Probeer, voor de grap, deze zin eens te volgen: ’Chenevier defines overconvergent p-adic automorphic forms on any twisted form of GLn /Q compact at infinity cohomologically by embedding classically constructed irreducible representations of GLn(Qp) in certain infinite dimensional p-adic Banach spaces’.

En dat is dan nog maar de eerste zin van het proefschrift waarmee wiskundige Daniel Snaith in 2005 promoveerde. „Nee, op familiefeestjes hoefde ik nooit aan ooms en tantes uit te leggen waar ik mee bezig was. Wij hebben meer wiskundigen in de familie. Ze weten inmiddels dat ze niet over het werk moeten praten. Wij gebruiken geheimtaal, die niets te maken heeft met de echte wereld.”

Zo klein als de kring mensen is met wie Snaith over zijn wiskundige werk van gedachten kan wisselen, zo groot is inmiddels de schare muziekfans die hij, onder zijn muzikale pseudoniem Caribou, aan zich gebonden heeft. Dit jaar deed hij 173 optredens in 33 verschillende landen. In Nederland is hij voor een liveoptreden op het Utrechtse festival Le Guess Who, waarvandaan hij doorrijdt naar Amsterdam, waar hij in een bomvolle Club Trouw een dj-set verzorgt.

Voorafgaand aan die optredens heeft hij tijd om te praten, en met zijn nette kapsel en overhemd, en zijn bedachtzame formuleringen heb je eerder het idee dat er een wiskundige tegenover je zit dan een danceproducer. Maar de muzikant en de wiskundige zijn niet altijd de tegenovergestelde types geweest waar men ze tegenwoordig voor houdt. In het oude Griekenland golden wiskunde en muziek zelfs als twee manieren om met hetzelfde bezig te zijn.

In de zesde eeuw voor onze jaartelling liep de filosoof Pythagoras eens langs een metaalwerkplaats, en hij werd getroffen door de verschillende toonhoogten van de metalen. Toen hij zich thuis verder in de materie verdiepte, ontdekte hij dat er een verband bestond tussen de lengte van een snaar en de hoogte van het geluid dat ze maakte. Muziek was in meetkundige termen uit te drukken.

Alles is in beweging, en dus maakt, volgens Pythagoras, alles geluid: planeten net zo goed als snaren. Wiskunde en muziek waren voor hem twee analoge manieren om de geheimen van de kosmos te ontmaskeren. Dat muziek eerst en vooral ter vermaak zou moeten dienen, dat was voor de oude Grieken niet zo vanzelfsprekend als het voor ons is. In ’De Republiek’ stelt Plato voor om in zijn ideale staat bepaalde toonladders te verbieden vanwege het ontwrichtende effect dat ze op de moraal zouden hebben.

Maar goed, dat was toen. Heb je als componist anno 2010 baat bij een wiskundeopleiding? Snaith twijfelt: „Vaak vervalt men in vergelijkingen die mij iets te gemakzuchtig zijn: Bach maakte zulke rigoureus gestructureerde muziek, en daarin zou je dan zogenaamd de invloed van wiskunde terugzien. Als dat zo is, dan ben ik in ieder geval het bewijs van het tegendeel. Ik hou juist van rafels in mijn muziek, het is welbeschouwd een zootje. Als er iets niet helemaal in de juiste toonhoogte staat, laat ik het vaak staan, en soms gaat het daardoor juist beter klinken. Dat zou je in een wiskundige vergelijking niet kunnen doen. Dat maakt muziek ook mysterieuzer dan wiskunde.”

Toch denkt Snaith dat het geen toeval is dat hij zowel wiskundige als muzikant is. Beide bezigheden hebben iets ’overbodigs’: „Mijn wetenschappelijke werk ligt op het vlak van de ’pure wiskunde’, dat is het soort wiskunde dat zich niet met concrete problemen bezighoudt, maar waarbij het meer gaat om het opbouwen van een abstract systeem. Zo’n systeem kan heel elegant zijn. Maar het is moeilijk te voorspellen welke van onze ontdekkingen in de toekomst praktisch nut zullen hebben. Bij andere wetenschappen heb je een probleem: je formuleert een hypothese, en die ga je testen. Vergeleken daarbij is pure wiskunde bijna artistiek.”

Het is in ieder geval de decadentste onder de wetenschappen, denkt Snaith. „Als ik een gek idee krijg, kan ik daar een maand over nadenken, zonder dat ik me schuldig hoef te voelen dat ik mijn tijd verdoe. Dat is juist de bedoeling. En diezelfde geestesvrijheid en losgezongenheid heb je ook nodig als je muziek wilt maken, ik wel tenminste. Ik kan me van de schoolvakanties als kind herinneren dat ik vaak acht uur achtereen piano zat te spelen. Later, toen ik mijn eerste albums opnam, bracht ik maanden in mijn slaapkamer door, achter een computer, compleet door mezelf geabsorbeerd.”

Van huis uit werd hij gestimuleerd om zich aan het schone doch overbodige te wijden. „Mijn vader was ook puur wiskundige, en hij maakte altijd badinerende opmerkingen over statistici, dokters, eigenlijk iedereen die iets deed wat praktisch nut had. Voor de grap, maar zoiets heeft waarschijnlijk toch invloed.”

Het ironische is dat zijn neiging tot eenzame arbeid hem nu juist in drukke clubs over de hele wereld brengt. „Ja, het is geweldig om overal op te treden. Maar het grappige is, dat het bij mij helemaal mis gaat, als ik me laat leiden door zulk succes. Als je een buitenlandse tour hebt gedaan, denk je misschien: ’Kijk, dat was leuk, laat ik nog zo’n album maken, dan mag ik nog een keer’. Maar ik heb alle muziek die ik op die manier heb gemaakt weer weggegooid. Het moet uit een toestand komen waarin je alleen met jezelf bezig bent, uit de spanning van het ontdekken van geheel nieuwe paden.”

En daarin zit een tweede mysterieus aspect van muziek. „Als wiskundige vecht je jezelf constant door een muur van mist. Zelfs de meest eminente wiskundige kan daar niet doorheen kijken. Maar we kunnen wel allemaal achteromkijken, en de problemen overzien die we succesvol hebben opgelost. Als ik aan een nummer werk, voel ik hetzelfde: alsof ik in de mist graai. Maar als je omkijkt, zie je ook niets. Het voelt alsof ik als muzikant constant opnieuw begin. Ik maak soms nog steeds verschrikkelijk slechte nummers, terwijl ik in de wiskunde geen beginnersfouten meer zal maken.”

Voorlopig ziet Snaith zijn toekomst dan ook in de muziek. „Ik ben te lang uit de wiskunde om nog echt mee te kunnen praten. En ik geniet ervan dat ik weer eens romans en geschiedenisboeken kan lezen, daar had ik tien jaar lang geen tijd voor. In zo’n toerbus heb je die wel. We hebben de afgelopen dagen een serie colleges van David Harvey over economische geschiedenis opstaan.”

Is hij dan, net als die Grieken die zich vroeger met wiskunde én muziek bezighielden, bezig om zichzelf op te voeden tot een intellectueel completer mens, maar dan in de hedendaagse zin van het woord? „Nou, die Grieken waren volgens mij wat systematischer dan ik. Ik voel me meer een negentiende eeuwse aristocraat, die zich de ene week wijdt aan zijn slakkenverzameling, en de volgende week besluit dat hij eens Frans gaat leren. Ik heb niet het idee dat iets wat ik doe belangrijk is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden