Review

Het is me wat, vrouw zijn

Het regent tobberige vrouwenromans, waarin oudere meisjes onslaten delen in al hun privé-geheimen. Ongecensureerd enongestructureerd proza. Maar vrouwenleed hoeft niet automatischtot dagboekstijl te leiden. Dat blijkt uit 'De vertrouweling'van Marja Pruis. Een scherp portret van een modern vrouwenleven.

Wachten bij de telefoon is een vrouwenziekte. ,,AlsjeblieftGod, laat hem nu opbellen'', luidt de eerste zin van DorothyParker's korte verhaal 'Telephone call', geschreven in de jarendertig. In vijf bladzijden schetste Parker de redeloosheid vaneen vrouw die vergeefs op het telefoontje van haar minnaar wacht.De monoloog kronkelt van smeekbede naar zelfvermaning naarzelfbeklag naar woede, zonder dat er verder iets verandert. Hetmeisje zit naast die telefoon en zal naast die telefoon blijvenzitten: verlamd tot in den eeuwigheid.

Tja, meisjes. Rondstruinend door een paar recentelijkverschenen Nederlandse relatieromans, typische 'vrouwenboeken',moest ik met enige weemoed aan Parkers ironische zelfportretterugdenken. Op hun minnaars wachtende, weifelende, ouderemeisjes maken hun opwachting in deze nieuwe romans, maar geenschrijfster die de lezer deze keer het bespottelijkmasochistische ervan doet voelen. Het grote zwelgen is een themadat geen censuur meer behoeft, zelfs nauwelijks meer structuur,zo lijkt het. Het is me wat, vrouw-zijn, leren wij van tobberigeikfiguren. Maar we moeten het ermee doen.

In 'De ander' van Edith van Walsum (haar tweede roman) wordteen vrouw in Hoorn gebeld door haar getrouwde ex-minnaar met wieze drie jaar eerder een verhouding had. Ze maken een afspraakover een week. Terwijl de dagen voorbij kruipen denkt deze Mariaterug aan de verhouding: uitgestelde seks, een miskraam, eenfurieuze bedrogen echtgenote. Poeh. Er is een bemoeizuchtigevriendin, een dakloze junkie in het tuinhuis, een bijzonderspannende bevalling in de trein, maar verder is er weinig datecht tot de verbeelding spreekt. Niet de onopgesmukte toon waaropde schrijfster lijfelijke lust en last uit de doeken doet, nochde uitkomst van deze introspectie. Ja, een baby.

Saaier nog dan 'De ander' is 'Roes' van Carla Bogaards, eenal ervaren schrijfster die naam maakte als flamboyantevoordrachtkunstenares met haar eigen gedichten. 'Roes', haarderde roman, kun je ook in luistervariant tot je nemen, vanaf dewebsite van uitgeverij 'Nieuw Amsterdam'.

Bogaards stem helpt om je te concentreren, maar niet genoeg.Weer een gekoesterde minnaar, door de schrijfster geheimzinnig'de pianist' genoemd. Verder een dode vriendin, een dode broer,getob over drie zonen, anorectische neigingen en uitgesteldeseks. Voor zover het de bedoeling is dat de verliefde roes vande hoofdpersoon zich uitstrekt naar de lezer, is dat niet gelukt.Die verbaast zich slechts over wijdlopigheid en gebrek aansamenhang.

Beide romans doen door hun directe stijl en onbestemdklaaglijke toon denken aan de bekentenisliteratuur van de jarenzeventig ('En dan is er koffie', 'De schaamte voorbij') maardie boeken wilden nog iets veranderen, en die ambitie is dezeontboezemingen vreemd.

'De ander' en 'Roes' roepen nu vooral vragen op overuitgeversstrategie. Imiteert men de succesformule van derealiteitstelevisie: het dagboek als roman, het weblog op papier?Beide schrijfsters onderscheiden zich niet echt van hunlezeressen; niet in relativering (in de betere chicklit wél tevinden), niet in hoger inzicht, en niet in schrijfkunst. Zeschrijven vlotte, brave zinnen die kloppen maar zelden verrassen.

Maar er was nog meer deze herfst, gelukkig. Dat het falen vandeze twee romans het meest met stijl en vorm te maken heeft enniet met hun typische vrouwenthema's bewijst de nieuwe roman vanMarja Pruis: 'De vertrouweling', ook een relatieroman overvriendschap, moederschap, huwelijk en overspel. Het is Pruis'derde roman.

In 2002 verscheen haar vorige, 'Bloem', een experimentelenovelle over lust en seks. 'Bloem' was een wonderlijkafstandelijk boek; een geheimzinnig, jachtig relaas over intiemeverhoudingen die intrigeerden maar niet echt tot leven wildenkomen. Die afstandelijkheid vind je terug in 'De vertrouweling',maar deze keer is de omtrekkende beweging ook een functie van deplot.

De in Oxford wonende Gwen (getrouwd, moeder van eenpuberdochter) verdwijnt plotseling. Pruis beschrijft degebeurtenissen voorafgaand aan en volgend op de verdwijningvanuit het perspectief van de beste vriendin (de NederlandseSaskia, die op het moment van Gwens vertrek met man en tweezoontjes op bezoek is); vanuit het perspectief van de bozigepuberdochter Anne; en vanuit het perspectief van de verdwenenvrouw zelf. Tipjes van de sluier rondom Gwens huwelijk en haarandere relaties worden opgelicht, maar de oplossing blijftongewis. Dat deert echter niet, want juist de door Pruis goedgedoseerde sporen stemmen tot nadenken. Hoe we allemaal alleenzijn eigenlijk, steeds meer naarmate we langer envanzelfsprekender samen zijn, daar gaat 'De vertrouweling' over.

Wat toon en stijl betreft, stapt Pruis' roman eerder in deAmerikaans en Engelse dan in de Nederlandse traditie. Haar toonis fris. Ze observeert scherp en formuleert losjes. Al hetklaaglijke is haar vreemd. Zelf roemt ze in 'De vertrouweling'de Amerikaanse schrijfster Anne Tyler, en deze schrijfster doemtook op in Pruis' aandacht voor 'onliteraire' wissewasjes alshuishouden, buren, supermarkt, kledingwinkels, damesbladen.

Maar Tylers blijmoedigheid ontbreekt hier; daar is de statusquo in deze levens toch te treurig voor. Pruis' vrouwelijkepersonages zijn geen naïeve slachtoffers à la Dorothy Parker - ze staan midden in het leven, in werk en wereld, maar ze zittenook ergens in gevangen waar ze niet zomaar uit kunnen ontsnappen.Pruis opent haar roman: ',,Als liefde niet alles is, dan is zeniets.'' Is dat zo? In Pruis vertelling voel je juistvoortdurend de afgrond die achter dit ideaal schuilgaat.Natuurlijk moet je trouwen en kinderen krijgen, laat ze Gwenergens denken: “Maar de concentratie op wat vervolgens jedagelijkse beslommeringen worden, brengt ook een soort verdovingmet zich mee. Alsof je je permanent tussen slapen en waken inbevindt.“ Vervreemding ligt op de loer en Pruis laat haar vrouwenruw opschrikken uit hun veilige haven, maar of ze wakker beteraf zijn, is de vraag. In die schets van de vrouwelijke(menselijke) conditie betoont Marja Pruis zich een schrijfstervan nu - scherp, maar genuanceerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden