'Het is hier vandaag weer bar heet'

Wat zochten Nederlandse kunstenaars in Italië, Indië of op de Noordelijke IJszee? In Haarlem liggen de reisverslagen.

In deze tijd van het jaar vielen ze altijd in de bus: vakantiekaarten uit alle hoeken van de wereld, volgekrabbeld met zonnetjes en mini-reisverslagjes. Zo ging dat in het pre-mobiele tijdperk. Op de tentoonstelling 'Reiskoorts' in De Hallen in Haarlem ga je een beetje terugverlangen naar die tijd. Daar wordt het spoor gevolgd van tientallen reizende kunstenaars uit de afgelopen 150 jaar, aan de hand van een stortvloed aan schetsboeken, reisverslagen, foto's en schilderijen. Vooral door de brieven en kaarten kom je soms verrassende dingen te weten over de kunstenaars. Tegelijkertijd leren die reisnotities dat ze ook maar gewone mensen zijn: ze raken aan de diarree, krijgen koorts, worden beroofd, sommigen zelfs van hun kleding, en hebben last van heimwee of hitte. Zo schreef de schilder Isaäc Israëls in 1928 in een brief vanuit het Lido in Venetië: ''t Is hier vandaag weer bar heet, ik moest je eigenlijk niet schrijven vandaag omdat ik 'r vandaag hier net weer niets aan vind. (....) Ik weet nu niet of ik nog heel lang hier blijf. Geloof maar niet dat 't geluk in reizen gevonden wordt. Helemaal niet.' Aan het eind van zijn verblijf is hij positiever gestemd: 'Ik was bijna de hele zomer hier, vooral omdat 't hier om te werken zulk een uitstekende gelegenheid is die je bij ons niet in de verste verte vindt.'

Reizen als inspiratiebron voor kunstenaars, daarover gaat deze tentoonstelling, die begint in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Daar is als opstapje naar de omvangrijke expositie in De Hallen een kleine presentatie gewijd aan Nederlandse kunstenaars die al in de zestiende en zeventiende eeuw op reis gingen, zoals Jan van Scorel, Maerten van Heemskerck en Hendrick Goltzius. Ze maakten lange trips naar Italië, niet alleen voor het landschap, maar ook om het werk van beroemde Italiaanse meesters als Michelangelo en Rafaël te bestuderen. Reizen naar Rome is essentieel voor de ontwikkeling van kunstenaars, schreef Karel van Mander in 1604 in zijn 'Schilderboeck', een handleiding voor schilders. Kunstenaars reisden ook in die tijd al naar verre oorden. Zo ging de Haarlemse schilder Frans Post op uitnodiging van gouverneur-generaal Johan Maurits naar Brazilië. Hij maakte er tientallen prenten van landschappen en steden.

Opvallend genoeg kwamen de grootste kunstenaars uit de zeventiende eeuw, zoals Rembrandt, Johannes Vermeer, Frans Hals en Jan Steen nooit buiten de landsgrenzen om inspiratie op te doen. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn geweest, schrijft Antoon Erftemeijer in de fraai vormgegeven catalogus, zoals een kinderrijk gezin, gammele gezondheid, oorlog of gebrek aan ondernemingszin. Maar de echt grote kunstenaars hebben blijkbaar ook geen buitenlandse reis nodig gehad om bijzondere kunst te maken. Ze vonden hun inspiratie dicht bij huis. Of ze reisden 'in de geest' en daarvoor hoefden ze het atelier niet uit.

Zo'n pretje was het reizen ook niet altijd. Zo klaagde Jacobus van Looij over hevige zadelpijn en 'pijnlijke beenen' toen hij het binnenland van Marokko verkende per muildier. Leo Gestel raakte ingesneeuwd in Frankrijk tijdens een treinreis. Om nog maar te zwijgen van de 'ingewandsstoringen', dysenterie en zeeziektes waarover kunstenaars ook honderd jaar geleden al even uitbundig rapporteerden als reizigers nu doen via de sociale media.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw nam het aantal bestemmingen sterk toe. Isaäc Israëls trok naar Nederlands Indië, Jacobus van Looij naar Spanje en Marokko en Louis Apol maakte in 1880 een maandenlange, gevaarlijke reis naar de Noordelijke IJszee. De 29-jarige Apol had toen al naam gemaakt met besneeuwde Hollandse landschappen. Als 'scheepstekenaar' ging hij mee op de wetenschappelijke expeditie van de 'Willem Barents'. Hij moest wachtlopen en uitkijken naar ijsbergen, maar maakte daarnaast zo'n 250 schetsen in verf en krijt, die hij uitwerkte tot schilderijen en een gigantisch Panorama Nova Zembla met opgezette ijsberen, dat helaas later is verbrand.

Heeft al dat reizen ook tot veranderingen geleid in de kunst? Bij sommige kunstenaars is dat heel zichtbaar. Zo ging Else Berg na een reis door de Balkan in 1931 in een expressieve, half-naïeve stijl en in andere kleuren schilderen. Voor Jan Sluijters leidde de kennismaking met Parijs en vooral het nachtleven tot een keerpunt in zijn werk. 'Het was toch pas in het buitenland dat ik me ernstig ging bezinnen over dat geheimzinnige vraagstuk "schoonheid".' De studies die hij maakte in de Parijse danszaal Bal Tabarin werkte hij in Amsterdam uit tot kleurrijke en zinderende schilderijen. Die had hij nooit kunnen maken als hij thuis was gebleven. Bij Wim Schumacher veranderde het kleurenpalet nadat hij in het zuiden van Europa het 'zilveren licht' en de 'zilveren toon' had ontdekt.

Er zijn ook kunstenaars die in dezelfde stijl bleven schilderen, alsof ze niet weg waren geweest. Heimwee kan daarbij een rol hebben gespeeld. De landschappen die Hendrik Dirk Kruseman van Elten maakte tijdens zijn reizen door Noord-Amerika, doen oer-Hollands aan. Ook Gerard Bilders schilderde Nederlandse landschappen in Zwitserland, omdat de bergen hem tegen gingen staan. Net als Johan Barthold Jongkind dat deed in Frankrijk.

Een andere wereld en onbekende landschappen vastleggen hoeven kunstenaars nu niet meer. Met de komst van mobieltjes en internet ligt de wereld voor iedereen open. De tentoonstelling gaat dan ook een beetje als een nachtkaars uit met het werk van hedendaagse kunstenaars die de wereld 'verkennen' om inspiratie op te doen.

Een scala aan (bewegende) beelden trekt voorbij. Met Roye Villevoye reizen we naar het oerwoud in Nieuw-Guinea en met Guido van der Werve dobberen we op een boot in een Fins meer. Andere kunstenaars leggen zich toe op het verzamelen: bijvoorbeeld van zand, overal uit de wereld, of zaden en planten. Er is niks mis met deze 'reiskunst'. Maar je proeft er niet zo sterk de verrukking en betovering uit die hun voorgangers 'in den vreemde' hebben ervaren.

Reiskoorts t/m 11 september in De Hallen en Frans Halsmuseum, Haarlem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden