Het is herfst, dus de bokjes bloeien

Het is herfst, de bokjes bloeien. Op grote feesten keuren liefhebbers van het donkere bier de zoete brouwsels.

Tijdens de research voor een eerder stukje over bokbier (en gezellig dat het was) vertelt een deskundige dat ons bokbier een geheel eigen soort bier is. Nederlands bokbier is bovengistend.

Dat vergt enige uitleg. 'Bovengistend' betekent dat het biergist bovenop het brouwsel blijft drijven; bij 'ondergistend' zakt het juist naar de bodem, zoals bij pils.

Dat dit bokbier een Nederlandse ontdekking is, dringt niet echt tot me door. Maar nu het blad weer kleurt in het bos en de malse zwijntjes dansen op het mos, nu vraag ik me af: Is Nederlands bokbier een aparte soort? Verschillende handboeken geven het antwoord: halverwege de negentiende eeuw stroomt Beiers bokbier naar Nederland, ondergistend bier, want dat maken ze in Beieren.

Wie is er in Nederland dan begonnen met bovengistend, en waarom?

Zes soorten bok heeft Albert Heijn in de schappen, waaronder het enige Trappistenbok dat de wereld rijk is, uit de trappistenbrouwerij in het Brabantse Moergestel. De prijzen variëren van zeventig cent per flesje (Bavaria) tot achtennegentig (Heineken). De soort vergisting komt in drie variëteiten - ondergistend (Heineken), bovengistend (de meeste andere) en niet-vermeld (Alfa en Brand). Ze bevatten bijna allemaal 6,5 procent alcohol, alleen de La Trappe is sterker, met 7 procent.

Maar het draait om smaak.

De Bavaria, de goedkoopste, schuimt het glas in, met de kleur van oude thee; niet erg zoet, gelukkig, maar hij heeft een bijsmaak van mottenballen. Dat kan niet de bedoeling zijn. De Alfa, drie cent duurder, is iets zoeter, maar ook wat zuur en nauwelijks bitter. De La Trappe is met 83 cent in prijs de middenmotor, wat je van zo'n exclusieve brouwerij niet zou verwachten. Zodra de dop eraf is verspreidt de geur van een kersenboomgaard zich door de proefkamer. Het schuim is op het bruinige af, de kleur is, tja, weer oude thee - waar ze het begrip 'amber' toch voor gemunt hebben, is me een raadsel. Tenzij oude thee amberkleurig is, natuurlijk. Hij smaakt alsof Bachhus zelf aan het brouwvat heeft gestaan: een beetje zuur, een beetje zoet, licht bitter, de balans waar normale stervelingen alleen van kunnen dromen.

De Brand dubbelbock valt daar tegen een beetje weg. Het schuim is prachtig geel, als van een onrustige zee, en van een bitterheid die ook het leven soms zo'n aangename smaak geeft. Hij is alleen erg zoet.

Dat geldt nog veel sterker voor de Heineken. Mooie kleur, mooi schuim en lekker bitter, maar van smaak is het net een breezer.

Dan, ten slotte, het roestbruine vocht van Hertog Jan - 98 cent kost zo'n flesje, en het smaakt naar metaal. Hooggistend, maar geef mij liever die van La Trappe.

Bijft de vraag wie nu de eerste was? Hertog Jan in Arcen claimt op zijn website de eerste te zijn die begon met hooggistend bock. Dat kun je natuurlijk wel zeggen, maar waar is het bewijs? Een woordvoerder mailt een foto van flesjes, die ook niets bewijst.

Eigenlijk is het ook niet van belang. Het waarom van de overstap, daar draait het om.

Jeroen Carol-Visser, voorzitter van Pint, zegt het antwoord te weten. Voor laaggistend bier moet je koelinstallaties bouwen, zegt hij. "Dat is een hele investering die niet iedereen kon doen. En bij hooggistend bier komt meer aroma vrij. Daar zijn brouwers vaak dol op."

Kijk, geld. Dat zijn toch weer die Hollanders. Wie zong dat ook alweer?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden