Het is Hállelujah, geen Hèllelujah

Repetitie voor de jubileumconcerten. 'We hebben moeilijke momenten gehad.' ( FOTO'S WERRY CRONE)

Het Urker Mannenkoor Hallelujah wordt tot zijn ergernis vaak verward met een van de vele andere, jongere zanggroepen van het voormalige visserseiland. Het oudste Urker mannenkoor viert dit najaar zijn honderdste verjaardag. „Het is die visserstraditie: mannen die elkaar vanaf hun schepen toezongen over het water, die harmonieën zochten.”

De torenklok beiert. Zaterdagavond rond zessen is dat traditie in Urk. Het werk is gedaan, het weekeinde aangebroken. In scholengemeenschap Pieter Zandt staat de repetitie van het Urker Mannenkoor op het punt om te beginnen.

Het koor oefent al honderd jaar in het weekeinde, want dan zijn de vissermannen, door de week op zee, thuis.

Geen pauze deze zaterdag begin oktober, want er is veel werk te doen met de tien jubileumconcerten rond het honderdjarig bestaan voor de deur. Vanavond, 30 oktober, is het eerste optreden, een gratis concert in de eigen Bethelkerk voor de Urker bevolking. Pieter van Vollenhoven zal erbij zijn. Hij heeft ooit ergens gezegd dat hij alleen voor een Elfstedentocht, de Marinierskapel en het Urker Mannenkoor een vakantie zou onderbreken. Daar heeft het koor hem aan gehouden.

Voluit is het: Urker Mannenkoor Hallelujah. Dat komt nauw, zegt Tiemen Roos, woordvoerder van het koor en geschiedenisleraar op het Pieter Zandt. Op Urk wemelt het van de mannenkoren. De mannenzangvereniging Onger Oens (Onder Elkaar), het Christelijk Mannenkoor Eiland Urk, het Urker Mannenensemble en zo noemt Roos er nog een paar op.

De meeste van die gezelschappen bestaan amper vijftien jaar, maar ze gaan wel allemaal in klederdracht, net als Hallelujah. Omdat ze in de gaten kregen dat het publiek daarvan houdt. Roos: „Wij vinden dat niet leuk, want de verwarring is groot. Ik krijg vaak te horen: Jullie waren vorige week op televisie! Dan zeg ik: Nee, wíj waren nu niet op televisie. We zijn weleens op televisie, maar deze keer niet.”

Vijfentachtig zangers telt Hallelujah, met een opvallend lage gemiddelde leeftijd van iets boven de veertig jaar. Op deze oefenavond begin oktober heeft dirigent Bert Moll zelfs twee kinderen voor zijn neus zitten.

Eentje draagt een koptelefoon en kijkt niet op of om van zijn spelcomputer. Kan hem het schelen, hij is meegekomen met zijn zingende vader, die hij door de week niet ziet.

Het andere jongetje klapt na een paar liederen zijn map met muziek dicht en vertrekt. Een autistisch jochie, legt iemand uit, dat op deze manier voorzichtig snuffelt aan de buitenwereld, en de muziek.

Merkwaardigerwijs verlaten ook een paar volwassenen voortijdig de repetitie. Op Urk niks bijzonders. Deel uitmaken van de Urker gemeenschap brengt verplichtingen mee, zoals deze avond voor enkele koorleden een condoleancebezoek.

Dirigent Moll bespreekt met een van de bassen de mate van opgewondenheid waarmee zij het Hallelujah-koor van Händel zingen. Aan de tenoren vraagt Moll: „Kan het iets lichter?” En tegen de hele groep, met een streng gezicht: „Ik hoor nog steeds een enkeling Hèllelujah zingen. Het is Hállelujah, dat heb ik vanaf het begin gezegd.”

Toch zegt de dirigent na afloop: „Als ik een keer wat uitleg, hoef ik het de volgende keer niet nog eens te zeggen. Nieuwe dingen pakken ze zo op. Het is een verschrikkelijk muzikaal volk. We doen hier niet aan audities. Niet nodig.”

Pakweg tachtig Drenten op een rij zouden een stuk minder klinken, denkt Moll. Het is een muzikaliteit die de bevolking rond IJsselmeer en Markermeer aangeboren is, hetzelfde gen waardoor Volendam zoveel bekende zangers aflevert. „Het is die visserstraditie. Mannen die elkaar vanaf hun schepen toezongen over het water. Die samen harmonieën zochten.”

Anno 2010 zijn er nog maar weinig echte vissermannen op het koor, al doen veel leden wel iets ‘visverwants’, in handel of transport. Henk Post (45) stopte de week na zijn trouwen, twintig jaar geleden, met vissen. Hij is nu timmerman. Post kon niet tegen de regels uit Den Haag. „Ik mocht 75 kisten kabeljauw vangen, maar wij vingen er 250 en die moest ik dan illegaal kwijt zien te raken. Zondags hoorde ik in de kerk: Gij zult niet stelen. Dat ging me zo tegenstaan.”

Henk Visser (36) is wel visserman. Hij trakteert zijn medezangers vanavond op een visje. Zijn zwager in Harlingen, die een viswinkel heeft, heeft ze gebakken en naar de school gebracht. Ondermaatse tongetjes. Henk zingt om zijn hoofd leeg te maken. Hij is in 2001 begonnen na de dood van zijn jongere broer Johan. Die werd geëlektrocuteerd toen hij iets probeerde te doen aan de haperende stroomvoorziening op hun kotter, de UK 246.

Ook Jan Baarssen (24), zoon van de koorvoorzitter, zingt om de zinnen te verzetten. Sinds een week heeft hij zijn oude hobby weer opgepakt. „Ik ben vorige week gescheiden, ik woon weer bij mijn ouders en anders zit ik de hele zaterdag maar thuis.”

Als de repetitie voorbij is laat Tiemen Roos thuis het tenue zien, waarin hij optreedt. Als de geschiedenisleraar (46) de woorden ‘pakjes’ en ‘bloesjes’ hoort, reageert hij lichtelijk onthutst: “Pakje? Bloesjes? Dit is onze klederdracht. Hier zijn we trots op. Dit is geen namaak.”

Een anekdote over het Staphorster Mannenkoor schiet hem te binnen: „Die mannen hesen zich op een gegeven moment ook in klederdracht. De Staphorster dracht heeft ontzettend veel sieraden. Allemaal van die zilveren knopen. Toen we een keer met hen zongen, zat ik naast zo’n man. Ik zeg: Tsjonge, dat zal wel wat gekost hebben. Nee hoor, zegt hij, dat is allemaal plastic. Dat zul je bij een Urker niet meemaken.”

Roos is zevenentwintig jaar lid, waarvan drieëntwintig jaar bestuurslid. Toen hij trouwde waarschuwde hij zijn vrouw Adrie dat zij ook met het koor trouwde. Nu zit Adrie naast hem op de bank te breien. De parkiet voert het hoogste woord, tot Adrie hem met kooi en al ergens anders zet. Roos’ oudste dochter komt vragen of haar ouders ook nog iets van de snackbar willen.

Heeft het moeite gekost de honderd te halen? „We hebben moeilijke momenten gehad. In de Tweede Wereldoorlog werden veel leden en de dirigent als dwangarbeider afgevoerd. En eind jaren zestig. We werden steeds populairder en de dirigent en het bestuur kregen een conflict over de koers. In 1967 is de dirigent opgestapt en is het koor gescheurd. Veertig leden gingen met de vertrokken dirigent verder als de Urker Zangers, die trouwens niet in klederdracht optreden.”

„Begin jaren tachtig waren er in vier jaar tijd vier dirigentenwisselingen. Dan verlies je leden. In die jaren kwam ik erop. Mijn vader zei: Wie gaat er nou bij zo’n stelletje? Hij zat bij een ander koor. Maar ik dacht: Dit is het oudste en dit heeft het moeilijk, dus hier ga ik bij.”

Met een heel stel jongeren onder de 85 leden, komt de vraag op of in de gelederen van het Urker Mannenkoor ook aan occultisme en coke snuiven wordt gedaan, liefhebberijen waar de Urker jeugd wel mee in verband wordt gebracht.

Roos: „Als je de wereld ingaat, je genot zoekt in drank of drugs, houdt je het op ons koor niet vol. Je kunt dan niet met die liederen bezig zijn. Dat loopt spaak. Bij die leden gaat het vanzelf: ze raken op afstand van waar wij mee bezig zijn. Het repetitiebezoek verslapt. Wij merken dan nog niks, maar later hoor je: Het gaat niet goed met die jongen. Die heeft zijn lidmaatschap dan al opgezegd.”

Zingen bij het Urker Mannenkoor Hallelujah houdt in: De boodschap van het evangelie uitdragen. Roos: „Onze doelstelling is het beoefenen van de zangkunst tot Gods eer. Wij zingen altijd liederen met een boodschap.”

De muzikaliteit van de bewoners van het voormalige eiland in de vroegere Zuiderzee heeft, meer dan met de vissershistorie, met de geloofstraditie te maken, denkt Roos. „Iedere Urker zingt elke zondag in de kerk, op de zondagsscholen en doordeweeks gewoon op school.”

Urk had twee vrouwenkoren, allebei ter ziele gegaan door gebrek aan leden. De suggestie dat dat komt omdat de vrouwen thuis moeten blijven, lachen Roos en zijn vrouw hartelijk weg. Hij: „De vrouwen van Urk zijn het meest geëmancipeerd van heel Nederland. Die vissersvrouwen regelen de boekhouding en alles. Die vissers komen thuis en die doen helemaal niks. De meesten weten nergens van. Die zijn doodmoe. Op zee is het keihard werken, vierentwintig uur aan een stuk. Dat net gaat overboord tot het vol zit. De vis wordt aan dek gesorteerd en gestript. Dan moet de vangst in het ijs en in het ruim. Als dat klaar is, kruipen de mannen in hun kooi, soms maar een uurtje, tot het volgende net vol is.”

Dat van die vrouwenkoren komt omdat de meeste mensen daar niet van houden. Mannenkoren zijn nu eenmaal meer in trek. Roos: „Jammer, maar dat is niet anders.”

Het Urker Mannenkoor Hallelujah treedt jaarlijks zo’n vijftien keer op, meestal op uitnodiging van een christelijke organisatie. De achterban is groot, hun smaak bekend, cd’s worden er op afgestemd.

Roos: „Onze markt vraagt om eenvoudige geestelijke liederen. Psalmen en gezangen. Als iemand klassieke koorwerken wil, kiest hij voor professionele koren die zich daarin gespecialiseerd hebben. Een Bachkoor ofzo. Ons publiek verwacht dat niet van ons, maar bij onze concerten proberen wij wel iets extra’s te doen. Beetje klassiek, een beetje swingend.”

Het koor gaat zeker met de tijd mee, wil Roos maar zeggen. Neem de documentaire van Kees Brouwer (bekend van de ’Wouter Tapes’, red.). Veel leden – ook Tiemen Roos – hebben thuis geen televisie, maar ze werken wel mee aan de film die de VPRO deze winter uitzendt.

Toch zijn er ook grenzen waar het koor met geen tien paarden overheen te trekken is. In september 2005 stonden de Urkers geprogrammeerd, tijdens een bezoek van Koningin Beatrix aan Flevoland. Ze zat dat jaar 25 jaar op de troon. De organisatie wilde het koor met rapper Ali B. laten zingen. Urk zei: We komen alleen als we apart mogen zingen. En zo geschiede.

Dirigent Bert Moll. 'Kan het iets lichter'' (Trouw)
(Trouw)
Vijfentachtig leden telt het koor en, verrassend, de gemiddelde leeftijd ligt net boven de veertig. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden