'Het is geen enorme lijdensweg'

Als tegenstander van de samenwerking met de PVV stond CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier het afgelopen jaar onder zware druk. Maar ze blijft haar 'onversneden CDA-geluid' uitdragen in de fractie. En: 'Volgend jaar gaat die partij van mij weer helemaal bruisen en borrelen.'

Hoe leuk is het nog als je in je fractie gezien wordt als een van de dwarsliggers? CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier lijkt er niet gebukt onder te gaan. "De fractie is voor mij geen gezelligheidsvereniging", zegt ze. "Ik zit in de politiek om mijn idealen te verwezenlijken, om mijn doelen te bereiken. We werken daar samen hard aan; hebben soms héle heftige discussies in de fractie. Maar ik zeg altijd: zonder wrijving, geen glans."

Ze is er niet zuur onder geworden. "Ik kan dingen ook relativeren. Ook doordat ik veel heb meegemaakt in mijn leven. En ik heb een helder kompas: doe wat je vindt dat je moet doen." Het kompas dat ze mee kreeg van haar ouders. "Mijn vader zei altijd: volg je hart en je geweten. In die volgorde. Dan komt het goed."

De vorig jaar overleden Johan Ferrier speelde een grote rol in het leven van zijn jongste dochter. Hij was premier van Suriname, gouverneur en de eerste president van het Zuid-Amerikaanse land. Toch heeft Kathleen Ferrier er niet lang gewoond. Toen ze één jaar was verhuisde het gezin naar Den Haag, waar vader Ferrier aan de slag ging als topambtenaar bij het ministerie van onderwijs en wetenschappen. "Toen ik acht was gingen we terug naar Suriname, omdat mijn ouders het toch wel erg vonden dat mijn zusje Joan en ik het land niet echt goed kenden. Ik herinner me dat ik toen dacht dat de mensen in Suriname in hun blootje liepen. Dat hadden we op school gehoord. Ik heb toen gezegd: ik ga niet mee!"

Haar verzet mocht niet baten. "We zijn eerst op vakantie naar Suriname gegaan om ons beeld bij te stellen. Vervolgens werd mijn vader gevraagd directeur te worden van de Billiton-maatschappij, de Nederlandse bauxietmaatschappij. Dat heeft hij toen gedaan en dus zijn we verhuisd naar een dorp buiten Paramaribo. Dat was voor mijn zusje en mij een geweldige tijd van eindeloos in het oerwoud spelen. Bosspinnen, slangen, echt ook van binnenuit het mysterie van zo'n oerwoud, de geluiden. Ik heb toen veel respect voor de natuur gekregen. "

Het speelfestijn zou niet lang duren. Toen prinses Beatrix en prins Claus op huwelijksreis in Suriname waren, kwam het verzoek aan Johan Ferrier om gouverneur van Suriname te worden. "Bij ons in de familie hadden we altijd de traditie dat - hoe klein mijn zusje en ik ook waren - er geen één beslissing genomen werd voordat wij thuis er over gesproken hadden. "Ik zei toen: nee, ik wil niet verhuizen naar Paramaribo. En ik herinner me dat mijn vader toen zei dat er verzoeken zijn waar je geen nee tegen kunt zeggen, en dat die uitstijgen boven wat jij zelf graag wil." En zo geschiedde. Het gezin Ferrier verhuisde naar de hoofdstad.

Hoewel het Zuid-Amerikaanse land erg georiënteerd is op Nederland, kreeg Ferrier met de paplepel ingegoten dat Surinamers zich veel meer op het Caribisch gebied en het eigen continent zouden moeten richten. "Op de middelbare school kreeg ik Nederlands, Engels, Frans en Duits. Ik ben daarna heel bewust de talen van mijn continent gaan leren: Spaans en Portugees." Ironisch genoeg verhuisde ze daarvoor wel naar Leiden, waar ze de laatste jaren van de middelbare school afmaakte om vervolgens moderne Spaans-Amerikaanse literatuur te gaan studeren. Ze studeerde af op de Cubaanse dichter des vaderlands, Nicolás Guillén.

Toch bewaart ze weinig warme herinneringen aan haar eerste en tevens laatste bezoek aan haar geliefde Cuba. "Ik ben linea recta teruggestuurd." Het was oktober 2004 en Ferrier - inmiddels Kamerlid - arriveerde samen met de D66'er Boris Dittrich en hun conservatieve Spaanse collega Jorge Moragas in Havana voor een bezoek van enkele dagen.

Op het programma stonden gesprekken met dissidenten, onder wie oppositieleider Oswaldo Payá. "Ik ben erop afgestudeerd maar ik was nog nooit in Cuba geweest. Ik was echt ontroerd. We vlogen naar het eiland en je zag het daar liggen: groen in die blauwe zee. En de dichtregels van Guillén kwamen in me op: Waar vind je groen dat zo groen is? Waar zie je blauw dat zo blauw is.

Vervolgens liepen wij over het vliegveld José Marti, één van de grote vrijheidsstrijders van Cuba. Hij heeft prachtige gedichten geschreven die ik ook uit mijn hoofd ken. En het volgende moment werden we beetgepakt, naar een kamer gebracht en niemand vertelde ons wat er aan de hand was. Na een tijdje kwamen ze onze bagage brengen dus ik dacht dat het geregeld was, maar integendeel, we werden naar het vliegtuig teruggebracht. Ik sputterde nog tegen, zei dat ik enkel een afstudeerscriptie had geschreven. Toen zei een militair: Of je gaat dat vliegtuig in, of de gevangenis. De anderen zaten al in het vliegtuig, dus toen ben ik ook maar gegaan." Ze besluit: "Nu sta ik op een zwarte lijst. Ik ben persona non grata."

Ferrier werd actief in de Haagse politiek nadat ze gespot was door het CDA-vrouwenberaad. Daar was ze opgevallen door haar werk als secretaris van SKIN, de vereniging van migrantenkerken. Ze schreef mee aan het partijprogramma voor de verkiezingen van 2002. Het jaar waarin de nieuwe lijsttrekker Jan Peter Balkenende een grote overwinning behaalde, maar ook het jaar waarin de LPF het Binnenhof opdenderde. Het CDA stond er zelfverzekerd bij, met een gedachtengoed over waarden en normen en kleine verbanden. Ferrier: "We hadden toen een goede boodschap en de passende man erbij."

De CDA-top vond haar blijkbaar een belofte, want ze kwam als nieuweling opvallend hoog binnen, met een achtste plaats op de kandidatenlijst. In 2003, bij de verkiezingen na de snelle breuk met de LPF, stond ze nog een keer op acht. Inmiddels is het nieuwe voor de partij eraf, in de aanloop naar de stembusstrijd van 2010 belandde ze op plaats negentien. Het leek een positie in de middenmoot, in werkelijkheid was ze maar net veilig toen het CDA inzakte naar een bitter aantal van 21 Kamerzetels. En bij de huidige peilingen zou negentien niet eens meer een verkiesbare plaats zijn.

Het zal wel haar laatste termijn zijn in de fractie, gezien de afspraak in de partij dat twaalf jaar mooi genoeg is voor een Kamerlid. Van het herstel van de partij, waar Ferrier heilig in zegt te geloven, zal ze waarschijnlijk de vruchten dus niet meer plukken als actief politicus.

De partij kreeg zware klappen. Ferrier: "We moeten nog steeds wennen aan onze plek. Wennen dat we nu een kleine fractie zijn, dat we de vierde partij zijn van het land. Dat als we iets willen, wij het niet meer simpel voor elkaar krijgen met alleen maar één of twee andere partijen erbij, zoals vroeger."

2012 kan een jaar worden waarin het CDA weer opkrabbelt, is haar hoop. De partijachterban beslist voor de zomer over een serie toekomstrapporten over het vernieuwde eigen christen-democratische verhaal. Eén rapport van het strategische beraad onder leiding van Aart Jan de Geus, het andere van de werkgroep van Jacobine Geel, die de wat gedateerde typische CDA-taal ('rentmeesterschap' etc.) toegankelijker probeert te maken voor nieuwe, jonge kiezers. "Volgend jaar gaat die partij van mij weer helemaal bruisen en borrelen", verzekert Ferrier.

Volgens haar begint het herstel bij het onbekommerd uitdragen van weer een duidelijk eigen verhaal van de partij. Háár verhaal zou zijn: "Een onversneden CDA-geluid is samenbindend. Niet een wij-zij-verhaal, maar over één samenleving, voor het welzijn van iedereen. Dat geluid moeten we sterker laten horen. Een streng immigratiebeleid mag, maar het moet allereerst inclusief zijn."

Ze schimpt, over de taal van de gedoogpartner PVV: "Ik hoor ze steeds over onze joods-christelijke waarden. Maar één van de belangrijkste joods-christelijke waarden is onze gastvrijheid".

Zo'n onversneden geluid van een CDA in herstel gaat toch leiden tot botsingen met de PVV, binnen de gedoogcoalitie?
"Dat kan ja. Laat dat ons niet weerhouden ons eigen geluid te laten horen. Sta waarvoor je staat, wel met de bedoeling om er samen in de coalitie goed uit te komen, natuurlijk."

U zult als tegenstander van deze coalitie de dag toch prijzen dat het CDA niet meer met de PVV hoeft samen te werken?
"Mijn standpunt over de gedoogconstructie is niet veranderd. Maar de meerderheid van de partij wilde het, dus ik ga het niet blokkeren. Ik kon kiezen: ik ben hier tegen, dus ik ga weg. Of ik kon zeggen: ik blijf om samen met mijn collega's in de discussies in de fractie dat onversneden CDA-geluid te laten horen. Voor die laatste route heb ik gekozen en ik ben absoluut niet van plan om weg te gaan.

"Ik zei in de formatie dat deze samenwerking niet goed is voor het land en voor de partij. Ik hoop nog steeds dat mijn angst niet uitkomt. De reden dat ik deze constructie niet goed voor het land vind, is omdat je toch een partij in het bestuur trekt die zegt dat het geloof van een grote groep mensen in onze samenleving geen geloof is, maar een politieke ideologie. De PVV zit niet in de regering, maar wel in het bestuur en dat vind ik gewoon niet goed."

Ze trok vooral samen op met de Zeeuw Ad Koppejan bij het uitdragen van de bezwaren tegen de PVV. Tijdens de formatie maar ook daarna, zoals onlangs bij de kwestie-Mauro, kwam ze soms zwaar onder druk te staan van collega's in de fractie die wel heil zagen in de gedoogconstructie. De fractie dus die ze omschrijft als 'geen gezelligheidsvereniging".

"Ja, het gaat er soms hard aan toe. Maar daarvoor zit ik nu eenmaal in de politiek. Ik vind dat ik het nodige bereik, om te beginnen bij mijn woordvoerderschappen ontwikkelingssamenwerking en onderwijs. Of het in de fractie onrustiger is geworden door de dalende peilingen? Daar wil ik liever niet over praten, dat is intern. Die druk op je persoon hoort erbij. Het is de politiek: ik zit daar niet om op mijn gemak te zijn. Af en toe geeft het wrijving. Toch ben ik daar ook gewoon opgewekt."

U zult toch wel veel steun krijgen van de stroming in de CDA-achterban die net als u tegen de samenwerking met de PVV was?
"Er zijn warme woorden van supporters, maar ook veel kritiek natuurlijk. Er zijn supporters die je te onzichtbaar vinden. Vorig jaar heb ik geleerd: er is van alle kanten druk. De één vindt dat je je poot stijf moet houden, de ander is woedend dat je dwarsligt, dat je de partij kapotmaakt, enzovoorts.

"Uiteindelijk weet ik - maar dat wist ik al voordien - dat je je er goed bij moet voelen, want jij moet het doen. Ik moet het waar kunnen maken. Dus wat iedereen ook zegt en vindt, ik doe dat waarvan ik denk dat ik er goed aan doe. Ik heb gelukkig mijn familie, mijn man, mijn zusje, mijn broers en zusters in Suriname, met wie ik af en toe kan afstemmen. En dan is dat het."

Met wie stemt u het meest af?
"Met mijn man, Tjeerd de Boer en mijn zusje. Joan, ze is directeur van E-quality." (Kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, red.)

Heeft u een olifantenhuid?
"Nee. Nee, ik heb helemaal geen olifantenhuid maar ik zit er wel behoorlijk relaxed in. Dit is het. Ik doe mijn best. Ik ga ervoor met mijn geestverwanten in de Kamer. Het is natuurlijk niet zo dat het me allemaal niet raakt, maar ik ben niet verzuurd of lijdend. Mensen hebben soms het idee dat het een enorme lijdensweg voor me is, maar dat ervaar ik echt absoluut helemaal niet zo. Het is zoals het is en ik slaap er gewoon goed van."

Wilders' plannen met ontwikkelingssamenwerking
Geert Wilders wil volgend jaar bij een nieuwe ronde bezuinigingen het budget van zo'n vier miljard voor ontwikkelingssamenwerking (0,7 procent van het nationaal inkomen) vrijwel compleet schrappen. Een brug die het CDA gezien het verkiezingsprogramma vrijwel onmogelijk over kan gaan.

Wilders snoeivoorstel zou alles wegslaan onder de ontwikkelingshulp waar Kathleen Ferrier voor staat. Is ze geschrokken van het PVV-plan?

Kathleen Ferrier: "Wilders is nu voortdurend aan het provoceren. Ik word er niet warm of koud van. Ik heb nog geen één concreet voorstel over hoeveel of wat er bezuinigd gaat worden. Ik ga die discussie over ontwikkelingssamenwerking op geen enkele manier aan, ik laat me niet provoceren door Wilders. We hebben een regeerakkoord en ons verkiezingsprogramma, daar hou ik me gewoon aan."

Stewardess, ontwikkelingswerker, Kamerlid
Kathleen Gertrud Ferrier werd in 1957 geboren in Paramaribo en verhuisde als kind een paar keer tussen Suriname en Nederland.

Ze studeerde in Leiden Spaanse taal- en letterkunde. Daarnaast deed ze Portugees en vakken over ontwikkelingssamenwerking.

In de zomers was ze stewardess bij de KLM.

Ze trok daarna met haar man, de predikant Tjeerd de Boer, naar Chili. Ze gaven hulp in de volkswijken, dictator Pinochet was er nog aan de macht.

In 1991 verhuisde het echtpaar naar Sao Paulo, Brazilië, voor een andere hulporganisatie.

Na haar afscheid van Zuid-Amerika werkte ze voor SKIN, een vereniging van migrantenkerken. "Acht prachtige jaren" zegt ze over die tijd. Midden jaren negentig was Ferrier bovendien secretaris Latijns Amerika van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Sinds 2002 is ze Tweede Kamerlid voor het CDA. Na een boek over migrantenkerken schreef ze in 2006 'Armoede, de angel in onze rijkdom'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden