’Het is extra mooi als ik wortel in mensen’

(Trouw)

Schrijfster Naema Tahir voelt zich dubbel ontworteld: ze emigreerde en het contact met haar familie werd verbroken. Toch leerde ze juist daardoor wie ze zelf is.

’Mensen hebben geen fysieke wortels. Wij behoren daarom last te hebben van wortelloosheid. Alle mensen worstelen in meer of mindere mate met een ontheemd gevoel. Bij migranten is dat heel duidelijk. En hun kinderen, zoals ik, erven het. Mijn roman ’Eenzaam heden’ begint met een uitspraak uit het boek ’De kleine prins’ van Antoine de Saint-Exupéry: ’De mensen? Ze hebben geen wortels en daar hebben ze last van.’

Ik ben altijd een buitenstaander. Ik blijf een Pakistaanse vrouw met een Arabische naam, ik heb een niet-westerse opvoeding gehad, Nederlands is niet mijn moedertaal. Daarom vind ik het extra mooi als ik wortel in mensen. Ik verheug me over het gevoel dat ik het wel kán, hier en daar wortelen. Binnen het idee dat je nergens thuis bent, is je bij iemand thuisvoelen extra kostbaar.

Als kind ben ik vijf keer verhuisd tussen drie landen. Als negenjarig meisje vond ik dat verschrikkelijk. Ik kon niet uitleggen waarom ik de smaak van Engelse chocolade lekkerder vond dan de Nederlandse. In Nederland miste ik mijn schooluniform, mijn Engelse vrienden. Als je jong bent, is de wereld eindeloos groot, net als het gevoel van heimwee.

Ik voelde me altijd anders dan de rest. Dat begon al op de katholieke school waar ik op zat. Na het weekeinde vertelden mijn klasgenoten wat ze hadden gedaan. Het werkt vervreemdend als je steeds verhalen hoort die je thuis niet meekrijgt. In Nederlandse gezinnen wordt met elkaar gepraat. In Pakistaanse gezinnen heerst hiërarchie. De vader communiceert niet openlijk met zijn dochters, de moeder niet met haar zonen. Ik herinner me dat ik bij een Nederlands klasgenootje thuis kwam en dat dat meisje aan haar moeder vertelde over een kind van school dat verkering had, en dat ze haar hand in hand had zien lopen. Bij ons thuis was dat taboe, daarover sprak ik niet met mijn ouders. Die constante worsteling tussen het moderne leven en de traditie – dat verscheurt.

Het maakt me somber als ik zie hoe de eerste en tweede generatie migranten hun kinderen opvoeden. Van de tweede generatie Turken en Marokkanen haalt 75 procent een partner uit het land van herkomst. Dus iemand die niet is geïntegreerd. De kinderen die daaruit geboren worden, hebben wéér een achterstand, de meisjes worden weer geacht de traditie te bewaren. Dat vind ik triest.

Ik wou dat het niet zo was, maar ik constateer dat veel moslimmigranten in Nederland hun kansen niet hebben gepakt. Wij hadden alle kans op ontzag, en wat zijn we geworden? Zorgenkindjes. Wie migreert er naar een verzorgingsstaat als Nederland? Dat zijn niet de mensen die succesvol kunnen zijn in landen als Canada, de Verenigde Staten of Engeland. Moslims uit Turkije en Marokko hoeven hier niet te integreren. In de vakantie rijden ze met hun busje terug naar huis, in Nederland kijken ze met de schotel naar televisieprogramma’s uit hun thuisland en ze blijven hun kleren gewoon kopen in Izmir of Casablanca. Ze hadden ook kunnen investeren in een opleiding, in toekomstperspectieven, ze hadden er iets van kunnen maken. Natuurlijk, veel migranten worden verteerd door heimwee en eenzaamheid – zij hebben diepe krassen in hun ziel. Maar een deel ervan is ook koketterie: o, kijk eens hoe zielig ik ben.

Ik zocht als kind van migranten houvast in het geloof. Ik vastte ook buiten de ramadan, ik zette om twee uur ’s nachts de wekker voor het zesde, niet-verplichte gebed van de dag, ik sliep met een hoofddoek. Door voor Allah te kiezen, hoefde ik me er niet voor te schamen dat ik mijn wortels verloochende. Ik voelde me inferieur aan mijn Nederlandse klasgenoten, maar door mij op het geloof te storten, werd ik een superieure moslim.

Toen ik rechten ging studeren in Leiden kon ik me niet langer afsluiten voor Nederlanders. De meisjes in mijn studentenhuis dronken, hadden vriendjes, lachten en haalden niettemin hoge cijfers. Ik vroeg me af waar de toorn van God bleef. Ineens drong tot me door dat zij ongelovig en tóch gelukkig konden zijn. Bovendien zag ik dat het, ondanks hun ongeloof, goede mensen waren.

Als moslim kun je je uitverkoren voelen totdat je mengt met mensen die het anders doen. Dan zie en ervaar je dat niet-moslims ook gewoon mensen zijn, dat je met ze kunt omgaan, dat ze aardig zijn, zelfs dat je met ze zou kunnen trouwen – dat was mijn vaders grootste angst: dat ik zou trouwen met een niet-Pakistaan. Op mijn 27ste wilde hij me uithuwelijken. Aan een vreemde wiens achternaam ik niet eens kende. Mijn verzet daartegen heeft geleid tot een breuk met mijn familie. Mijn vader stelt dat ik mijzelf heb ’ontvoogd’. Toen hij dat zei, dacht ik: je legt de verantwoordelijkheid geheel bij mij.

Behalve door alle verhuizingen, werd ik dus ook ontworteld door mijn eigen familie. Tegelijkertijd kon ik daardoor eindelijk leren over wie ik altijd al was. Al op mijn achtste had ik het gevoel in het verkeerde gezin te zijn beland. Als ik omzie, kan ik ontroerd zijn over dat meisje dat het leed van haar ouders groter vond dan haar eigen leed, en zichzelf daarom wegcijferde. Maar mijn fundamentele ’ik’ kon eigenlijk al nooit iets anders zijn dan zichzelf. Pas sinds een jaar kan ik dat ook zo leven. Het duurde heel lang voordat ik helemaal los was van wat mijn ouders van me wilden.

Salman Rushdie zegt over migreren: it’s my comedy and my tragedy. Naarmate ik ouder word, ervaar ik het steeds meer als een zegen. Ik ben er door gaan zien hoe klein de wereld is. Om succesvol te migreren, moet je goed geëquipeerd zijn, en dat probeer ik te zijn. Ik heb taalgevoel, ik heb gevoel voor mensen, ik heb een fascinatie voor het menselijk tekort, voor de vraag: ’Waartoe zijn wij op aarde?’, ’Waarom zijn we verstoten uit het paradijs?’.

„Hoe ouder ik word, hoe meer waardering ik krijg voor mijn opvoeding. Het verrast mezelf. Ik zie nu hoe ik ergens tóch in dat gezin paste. Ik ben opgevoed met termen als matiging, waardig zijn, lezen, leren, bezinnen, beschaafd zijn. Het gaat fout als je denkt dat je daardoor exclusief bent, dat jij de enige bent die naar de hemel mag. Maar het zijn prachtige waarden en ze passen me goed.

Islam betekent overgave. Vroeger dacht ik: ik geef me over aan Allah. Tegenwoordig geef ik me over aan het leven. Ik deel mensen niet meer in in wel of niet moslim. Ik kijk of het goede, beschaafde mensen zijn. God is waarheid, liefde. Ik hoor wel eens: God is terug. Ik denk dan: Goed is terug. Ik denk dat ik een betere moslim ben dan ooit tevoren.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden