Het is een complot!

Met de explosieve nulnummers hoopt de Commandeur politieke tegenstanders zwart te maken

De laatste roman van Umberto Eco is minder lijvig dan zijn eerdere bestsellers, maar heeft wel de mengeling van eruditie, ironie, historische feiten en complottheorieën die we van de Italiaanse schrijver gewend zijn. Ditmaal staat de bewogen geschiedenis van het naoorlogse Italië centraal: de geheimen en schandalen van Italië's 'Eerste Republiek' (1948-1994) en impliciet ook het vervolg, het tijdperk-Berlusconi met zijn gevaarlijke verstrengeling van politieke en media-macht.

We schrijven Milaan, voorjaar 1992: een groepje twijfelachtige journalisten krijgt de opdracht om twaalf nulnummers te maken voor het nieuwe dagblad Morgen.

Het jaar 1992 staat te boek als een rampjaar voor de Italiaanse Republiek: het oude bestel stort ineen zonder dat er zicht is op vernieuwing. Milaan is in de ban van de omvangrijke anticorruptie-operatie 'Schone Handen', die uiteindelijk zal leiden tot een totale verlamming van de politiek: talloze politici staan onder verdenking of zitten al achter de tralies. De Siciliaanse maffia, die door het ontstane machtsvacuüm minder politieke bescherming geniet, opent de oorlog tegen de staat met dodelijke aanslagen op anti-maffia-magistraten Giovanni Falcone (23 mei) en Paolo Borsellino (19 juli), en verwoestende bommen op Italië's kunstschatten in Milaan, Florence en Rome. Pas begin 1994 zou Berlusconi met zijn volkspartij Forza Italia de ontstane leegte komen opvullen.

Maar Berlusconi's dreigende schaduw hangt in 1992 al boven Eco's bizarre krantenredactie. Deze weinig integere journalisten voegen zich namelijk maar al te graag naar de opdrachten van hun geldschieter, de machtige Commandeur Vimercate, wiens handelsimperium bestaat uit hotels, vastgoed, commerciële tv-stations, tijdschriften en roddelbladen - de verwijzing naar Berlusconi ligt er duimendik bovenop.

Met de twaalf explosieve nulnummers wil de Commandeur toegang krijgen tot de wereld van financiën, banken en politiek. En ook al is bij de hoofdredacteur van tevoren bekend dat de krant nooit echt zal worden opgericht, wat telt is de dreiging die van de nulnummers uitgaat. Geen objectieve artikelen, geen gedegen onafhankelijk onderzoek, maar desinformatie om de publieke opinie subtiel te bespelen en modder om politieke tegenstanders te besmeuren met schadelijke insinuaties.

De krant doet geen verslag over wat gisteren is gebeurd, maar over 'wat er morgen zou kunnen gebeuren': "Om vier uur ontploft er een bom, en de dag daarop weet iedereen dat al. Dus moeten wij tussen vier uur en middernacht, voordat we ter perse gaan, zien uit te vinden wie er iets nieuws te melden heeft over de mogelijke verantwoordelijken, iets wat zelfs de politie nog niet weet, en moeten we een scenario schetsen van hetgeen er door die aanslag in de weken daarna zal voorvallen..."

Net als in zijn vorige romans heeft de erudiete Eco de neiging erg diep in de geschiedenis te duiken. In 'Het nulnummer' leidt dit tot een overdaad aan informatie over het fascinerende naoorlogse Italië. Gelukkig heeft de auteur in zijn schurkenredactie iemand opgenomen die af en toe domme vragen stelt, zodat een beter ingewijde redacteur het verhaal achter een naam of gebeurtenis uit de doeken kan doen. Dat neemt niet weg dat sommige ironische verwijzingen voor Nederlandse lezers tamelijk ontoegankelijk zullen blijven en dat de veelheid aan informatie ze soms zal laten duizelen.

Met sarcasme neemt Eco de duistere geschiedenis van het naoorlogse Italië op de hak. Redacteur Romano Braggadocio - de naam zegt het al: een 'opschepper' - is gespecialiseerd in het onthullen van schandalen. Eerder werkte hij voor Wat zit erachter?, een van de

andere tijdschriften van de Commandeur. Uit zijn koker komt een paranoïde reconstructie van de geschiedenis van Italië als een aaneenschakeling van mysteries en schandalen.

De roman komt tot een schitterend hoogtepunt wanneer Braggadocio zijn complottheorieën toevertrouwt aan collega-redacteur Colonna. De omgeving is passend luguber en ambigu, het enorme ossuarium van de San Bernardino alle Ossa-kerk: "Wel komisch dat dat oude vrouwtje hier zit te bidden alsof het de graftombe van een heilige met gewijde relikwieën is, terwijl het de resten zijn van struikrovers, bandieten en andere verdoemde zielen."

Omringd door massa's skeletten en botten onthult Braggadocio dat alle ellende van het naoorlogse Italië verklaard kan worden uit één oergeheim: op 28 april 1945 werd namelijk niet Mussolini, maar zijn dubbelganger en stand-in door partizanen vermoord en onherkenbaar verminkt. De fascistische dictator zelf ontsnapte met behulp van het Vaticaan naar Zuid-Amerika, vanwaar hij zijn invloed nog decennia lang kon doen gelden. Mussolini's hand en de wijdverbreide heimwee naar het fascisme zien we bijvoorbeeld in de naam van stay-behind- operatie 'Gladio', een door de CIA en de Navo gesteund netwerk dat de invloed van het communisme in Europa moest neutraliseren: "De gladio was het wapen van de Romeinse legionairs, en dus had de gladio dezelfde lading als de fasces die de fascisten als symbool hadden gekozen."

Nu is ook duidelijk waarom de staatsgreep van december 1970 op het laatste moment wel moest mislukken. Na een uitstekende voorbereiding door de fascistische 'zwarte prins' Valerio Junio Borghese, die alles en iedereen in Rome in stelling had gebracht, werd de hele operatie plotseling afgeblazen. Waarom? Omdat Italië's charismatische dictator, die in Zuid-Amerika klaarstond voor zijn triomfantelijke terugkeer, ditmaal werkelijk was overleden!

Eco heeft geen enkele van de historische ingrediënten van dit boek zelf verzonnen. Voor alle gebeurtenissen zijn bronnen voorhanden, of het nu getuigenverklaringen, opvattingen van intellectuelen, historische onderzoeken of juridische dossiers en gerechtelijke uitspraken zijn. Lezers die de moeite willen nemen kunnen deze in veel gevallen makkelijk op internet verifiëren.

Net als in zijn vorige romans slaagt Eco erin zijn lezers op speelse wijze te verstrikken in een verhaal waarvan we de ontknoping willen weten, maar dat ons ook confronteert met fundamentele vragen over de rol en de enorme macht van de pers, over fictie en werkelijkheid, en over de rol van literatuur bij het beschrijven van onze geschiedenis.

Umberto Eco: Het nulnummer. Vert. door Yond Boeke en Patty Krone. Prometheus; 200 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden