'Het is een beetje een troep hier'

Drie uur 's nachts. Israëlische soldaten laden op hun post in Libanon de laatste spullen in. De wereldpers volgt de Israëlische terugtocht op de voet.

Met een mobiele telefoon belt een soldaat naar huis. ,,Pap, ik sta hier met een miljoen camera's om me heen. Het is een beetje een troep hier. Zet de tv maar aan, dan kan je het zien. Zitten jullie in de schuilkelders? Over een paar uur zijn we er. Zeg maar tegen ma.'

De meesten van deze soldaten leerden net kruipen toen Israël achttien jaar geleden Libanon binnentrok om, in de woorden van de toenmalige premier Begin, 'voor altijd vrede voor Galilea' te vestigen.

In de vroege ochtenduren trekken ze grens over. ,,Jullie maken hier geschiedenis, niet?' dringt een verslaggever aan. De soldaten zijn te opgelucht, of te uitgelaten, of te moe voor een antwoord. Sommigen bellen weer naar huis: ,,We zijn er uit. We gaan niet meer terug.'

Twaalf uur 's middags. Bij de grensovergang groeit de file gestaag. De auto's moeten steeds verder van de grens al worden achtergelaten. Libanese vrouwen, mannen, kinderen leggen het laatste stuk te voet af, hun spullen met zich meeslepend.

Ze komen uit de naburige christelijke dorpen, Mardjajoen, Kleia. Elke Israëliër kent de namen. Het zijn de dorpen waar Israël in 1975 zijn bondgenoten rekruteerde, waar kolonel Saad Haddad zijn Zuid-Libanese Leger oprichtte en al doende het lot van de christelijke Libanezen met Israël verbond.

Nu zijn ze op de vlucht. Ze wachten Hezbollah niet af. Ze weten wat het betekent als Hezbollahleider Nasrallah voor de tv de Libanezen belooft dat ze ,,allemaal mogen delen in de vreugde van de overwinning'.

Ze hoeven niet ver terug in de geschiedenis. Slechts vijftien jaar. Toen trok Israël zich terug uit het Sjoefgebergte. De Druzen namen met gruwelijke slachtpartijen wraak op de christelijke 'collaborateurs'.

Maar meer nog dan bang, zijn ze kwaad op Israël, voelen ze zich bedrogen. ,,Dit is niet zoals ik me het einde had voorgesteld', zegt een militieman. ,,Wij wilden vechten. Maar Israël heeft ons opdracht gegeven te vertrekken. En ik heb daar nog familie.' Hij wijst naar het noorden, naar de Libanese heuvels. ,,Ze gaan ze afslachten.'

Een ander valt uit naar een Israëlische journalist: ,,Waarom hebben we 25 jaar lang met jullie gevochten, met jullie gegeten? We zijn toch bondgenoten. Stel nou eens dat Amerika jullie zo zou behandelen.'

Mondjesmaat mogen ze de grens over. De Israëliërs controleren of er geen infiltranten tussen zitten. In bussen worden ze vervoerd naar een vakantieoord aan het Meer van Tiberias. Daar krijgen ze een visum en een nieuwe status: toerist met werkvergunning, een jaar geldig.

Aan het eind van de dag telt Israël drieduizend Libanese 'toeristen', veel meer dan verwacht. En het einde is nog niet in zicht, de strijd om de christelijke dorpen moet nog worden gestreden.

De bewoners van Israëls noordgrens werden gisterochtend wakker in de schuilkelders, tenminste de mensen die gehoor hebben gegeven aan de oproep het leger. Of niet al de dag tevoren zuidwaarts zijn gereden. Om half negen klinkt het sein dat ze eruit mogen. Het grensplaatsje Kirjat Sjmona wordt overspoeld door politici: ministers, oppositieleider, oud-generaal Ariel Sjaron (die Israël achttien jaar geleden Libanon binnenleidde), president Weizman, oud-premier Netanjahoe. Ook de bewoners zijn kwaad op de Israëlische regering. ,,Die politici zijn zo weer vertrokken. En wij zijn hier geen moment meer veilig', zegt er een. 'sAvonds zijn de politici weer weg, en zeventig procent van de bevolking ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden