'Het is echt niet de theorie van Einstein die ik ze voorhoud'

Een nieuwe baan, nieuwe ervaringen. Ton Boot liep tijdens zijn terugkeer in de Nederlandse basketbalcompetitie tegen een van de meest onthutsende nederlagen uit zijn loopbaan op. Het maakt de zin om er bij Amsterdam iets van te maken niet minder op, al heeft hij twijfels over de kwaliteit van zijn selectie. “Europa Cup? Leven jullie in dromenland?”

AMSTERDAM - Enkele dagen eerder wijst Ton Boot een verzoek om een interview af. Niet uit onwil, maar een overdaad aan vraaggesprekken heeft de teruggekeerde basketbalcoach geestelijk zo leeg gemaakt dat hij vreest voor een weinig creatief betoog. “Bovendien moet ik eerst presteren, er is nog niets.”

Die filosofie doorkruist hij zaterdag ongevraagd. “Misschien was wat ik van de week zei wel onbewust een soort aankondiging van wat vanmiddag is gebeurd.” Zijn ploeg, bekerhouder Amsterdam, heeft smadelijk verloren (52-80) van landskampioen Den Helder. Waarna Boot uitgebreid de tijd neemt om niet alleen zijn ongenoegen te uiten over een deel van zijn selectie maar ook om over tal van andere zaken uit te wijden. Boot gaat daarmee ook onverstoorbaar door als rondom hem in de Apollohal vloertegels, tafels en zelfs tribunes worden verwijderd. De ergernis is van zijn gezicht af te lezen als hij meer dan een uur na afloop van de eerste competitiewedstrijd voor de tweede maal wordt verzocht het gesprek elders voort te zetten. “Ik heb dan de neiging om niet te reageren. Het is belachelijk dat je hier in Nederland na een wedstrijd niet eens een fatsoenlijke plaats hebt om met de pers te praten.”

Het is de basketbalgoeroe ten voeten uit. Boot is altijd duidelijk. Niet alleen bij het maken en nakomen van afspraken, maar vooral ook in het uiten van zijn mening. Het heeft hem weinig populair gemaakt bij bestuurders van clubs en de Nederlandse Basketbal Bond. Grote successen hielden Boot bij topclubs als Den Bosch, Den Helder en Oostende lang overeind. Na een op drie jaar Belgie volgend sabbatical year is hij begonnen in de hal waar hij een jaar of veertig geleden als speler deelde in de hoogtijdagen van het Nederlandse basketbal. Ook het bestuur van zijn club Ricoh Astronauts weet inmiddels waar het aan toe is. Toen Boot zaterdag na de wedstrijd tegen Den Helder werd gevraagd naar de invloed van de afgang op de Europa Cup wedstrijd van woensdag tegen het Portugese FC Porto, weigerde hij de bij voetbaltrainers zo gebruikelijke rookgordijnen te leggen die de tribunes moeten doen volstromen. “Onze doelstelling is presteren in de nationale competitie. Toen het bestuur onlangs over Europa Cup begon, heb ik gevraagd: 'leven jullie misschien in dromenland?' Ik heb met Oostende 32 Europa Cup wedstrijden gespeeld, dus ik weet waar ik over praat. In de fase van het proces waarin wij ons bevinden, geeft Europa Cup alleen maar nadelen. Je komt er vermoeider vandaan, dan je was weggegaan.”

Over een internationaal treffen wil Boot na zaterdag al helemaal niet nadenken. Telkens weer duiken de woorden afslachting en vernedering in zijn betoog op. En de bittere conclusie dat de selectie wat de doelstelling betreft na zes weken werken nog op nul staat. Boot zegt niet al zijn spelers over één kam te willen scheren, maar over een aantal zijn ernstige twijfels gerezen. “Voor sommigen heb ik hier zes weken voor Jan Lul staan trainen. Over hun werklust heb ik niets te klagen, er is door iedereen keihard getraind. Maar ze pikken de dingen die ik ze zeg niet op. Dat irriteert zo. Dat je iets voor de honderdste keer uitlegt en dat het dan de honderd en eerste keer meteen weer misgaat. En dan is het echt niet de relativiteitstheorie van Einstein die ik ze voorhoud.”

“Nee, ik heb niet het gevoel dat ze me hebben laten zakken. Misschien kunnen ze niet anders, kunnen ze het domweg niet oppikken. Of moet ik de hand in eigen boezem steken. Mogelijk hebben die jongens het onderschat, dan moeten ze bij zichzelf te rade gaan. Komen ze maandag met zo'n porem op de training, dan zeg ik: rot maar op. Ik kijk altijd naar het non-verbale gedrag. Dat was bijvoorbeeld van de week tijdens een schotwedstrijdje nul komma nul. Dan sta ik voor de laatste ronde derde, doe het slecht, en pak toch de tweede plaats. Dat begrijp ik niet, zelf stond ik vroeger eindeloos te trainen op dat belangrijke onderdeel. Omdat het nooit perfect was. Nu denkt men te snel dat men goed is. Dat zie je ook in het voetbal. Als het Nederlands elftal echt zo goed was als men zelf dacht, dan was het op dat matige toernooi in Frankrijk wel wereldkampioen geworden.”

Kampioen worden, natuurlijk weet Boot dat ook na zaterdag alle opties open zijn. “Of je met een of met dertig punten verschil verliest, maakt geen verschil.” Winnen van Den Helder achtte hij op voorhand moeilijk. “Je moet wel reëel zijn, die club ligt een jaar voor. Wij hebben tijd nodig. Maar de wijze waarop we hebben verloren, is onthullend. In Oostende ben ik destijds ook begonnen met een nederlaag van twintig punten tegen Mechelen. Die jongens hebben dat snel opgepikt. Maar ik vrees dat hier veel mensen niet weten waarmee ze bezig zijn. Het proces van bewustwording verloopt bij de een nu eenmaal sneller dan bij de ander.”

Het duurde zaterdag geen vijf minuten of Amsterdam keek tegen de tien punten verschil aan die het geen moment meer te boven kwam. “We zijn vanaf de eerste seconde vernederd. Als schapen gingen we naar de slachtbank. En je weet, schapen doen nooit iets terug. Den Helder heeft ook waardeloos gespeeld, maar ze hebben het duel slim beslist. Dit was een wedstrijd slimheid tegen anti-slimheid. Ik begrijp het niet. Wij begaan een defensieve fout en vijf seconden later gebeurt precies hetzelfde weer. Hoe kan je slimheid veranderen? Dat baart me zorgen.”

“Er zijn nu twee scenario's mogelijk. Ze krijgen een minderwaardigheidscomplex of ze komen met beide benen op de grond en worden zich bewust van de positie waar ze staan. Er is een directe relatie tussen de mentale gesteldheid en het basketbal op de vloer. Die mentale gesteldheid is beneden peil en de vraag is: is die veranderbaar? Sommigen begrijpen me niet, op hoeveel manieren ik de dingen ook zeg. Misschien dat deze vernedering meer duidelijk maakt. Merk ik dat dit niet is aangekomen, dan grijp ik in. Dit heeft te maken met weten wat topsport is, maar ook met trots. Voor mij heeft het woord trots betekenis, dit heeft mij erg in mijn trots geraakt. Natuurlijk verlies ik samen met de spelers. Ik had al gezien dat er dingen fout zaten, maar winst niet dat het zo erg was. Ik ben al die zes weken bezig geweest met ze bewust maken wat topsport is. Ik ben nog geen seconde met basketbal bezig geweest. Of ik er nu nog wel zin in heb? Zo'n wedstrijd verlaagt de zin zeker niet. Is dat bij spelers wel het geval, dan heb ik een natuurlijke selectie.”

Schaadt dit je reputatie?

“Het verleden is het verleden. Staat van dienst, reputatie. Die zijn vooral een zaak voor anderen, daar kan ik niets aan doen. Het enige belangrijke van het verleden is, dat je ervan kan leren. Wat dat betreft kan ik er echter net zo goed voor pleiten op de scholen het vak geschiedenis af te schaffen. Want gezien alle oorlogen op de wereld leert niemand van zijn fouten.”

Om zich voor een nieuwe taak op te laden, nam Boot zoals wel eerder een jaar lang afstand van de sport. Wat voor hem vooral telt, is dat hij zich in de sport nog altijd ontwikkelt en dat hij gelukkig is met de wijze waarop hij leeft. Recht door zee, zonder de minste zucht naar macht of status. Dat die instelling de weg naar de baan van topsportcoördinator bij de bond en mogelijk die naar een echte Europese topclub blokkeerde, het zij zo. Maar het is geen aanleiding zijn geweten 'te vervormen'.

Tijdens zijn periode van bezinning, concludeerde hij vorig jaar in NRC Handelsblad: “Wie is geboren in Papua Nieuw-Guinea zal kannibalisme normaal vinden, die mens heeft geen last van zijn geweten als hij een ander mens verslindt. Ik ben een product van andere normen en waarden, maar ik weet dat ik in staat ben mijn geweten te vervormen. Het zou een fascinerend experiment zijn. Want ben ik nu dan zo geloofwaardig? Ik klamp me vast aan de gedachte dat ik niet hunker naar erkenning . Ik hoef mezelf dus niet te veranderen, want ik heb het hoogste doel in het leven al bereikt. Ik heb mezelf leren waarderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden