Het is doodzonde dat de formatie met PVV is mislukt

Een minderheidskabinet met gedoogsteun had alle politieke partijen tot duidelijke keuzes kunnen dwingen.

Hoe lang denk ik al met weemoed terug aan de tijden van Den Uyl en Wiegel, de tijden dat politiek nog iets te maken had met de essentie: het maken van keuzes? Je was links of je was rechts, en dat liet je merken ook. In discussies, in partijlidmaatschap, in stemgedrag.

Partijen polariseerden, de samenleving polariseerde mee. Niet iedereen: je had ook nog christen-democraten, en die bogen noch naar links, noch naar rechts, om Van Agt te citeren. Hoewel: binnen het CDA polariseerde het ook, met een linker- en een rechtervleugel. Politiek ging ergens over, politiek leefde.

Met de komst van de no-nonsense-kabinetten van Lubbers en de val van de Berlijnse Muur verdween die polarisatie als sneeuw voor de zon. De PvdA schudde onder Kok haar ideologische veren af, wat resulteerde in een samengaan van de twee erfvijanden PvdA en VVD in de paarse kabinetten.

Vanaf midden jaren tachtig verdwenen de ideologische tegenstellingen. Vrijwel iedere partij die ertoe deed, omarmde in mindere of meerdere mate het neoliberalisme. De markt had gewonnen – met de politiek als grootste verliezer.

Die ontideologisering en het opschuiven naar het midden hebben eigenlijk alleen maar ellende gebracht. Toegegeven, het maakt meer regeringscombinaties mogelijk, maar tegen welke prijs? Partijen zijn meer op elkaar gaan lijken, omdat de onderscheidende ideologische basis ontbreekt.

Nu timmert iedere politieke partij als een volleerd D66 per verkiezing een nieuw pragmatisch programma in elkaar, waarin je de verschillen met een vergrootglas moet zoeken maar waarin je struikelt over de overeenkomsten. Hoe kies je tussen een beetje meer of een beetje minder? Dat is een stuk lastiger dan stemmen op een wereldbeeld, op een idee van een toekomstige samenleving. De toename van het aantal zwevende (en thuisblijvende) kiezers laat zien dat het bindende effect van ideologische tegenstellingen wordt gemist.

Het geweeklaag over de formatie van een kabinet van VVD en CDA, met een beslissende rol daarin van de PVV, kon ik inhoudelijk goed begrijpen. Er waren nogal wat kanttekeningen te plaatsen bij regeringsdeelname door de beweging van Wilders. De gemaakte opmerking dat een kabinet met PVV-steun geen kabinet van alle burgers is, is een terechte. Maar was het erg?

Dat dit kabinet, als he er was gekomen, niet de belangen van alle Nederlanders vertegenwoordigde, had ook een positief effect kunnen hebben. Het had gezorgd voor een politieke herschikking, waarbij weer sprake is van links en rechts, met duidelijke verschillen. Een kabinet dat polariseert, blaast de politiek nieuw leven in. Dat zagen we bij de kortstondige poging tot een kabinet met de LPF, maar dat kwam niet veel verder dan een slapstick. Eigenlijk hebben we dat na het kabinet-Den Uyl niet meer meegemaakt in Nederland.

Moet een kabinet echt van alle Nederlanders of van alle ingezetenen zijn? Deze vooronderstelling gaat in tegen het diepste wezen van de politiek. Politiek gaat immers om het nastreven van belangen, om het maken van keuzes.

Niet iedereen heeft hetzelfde belang – daarom hebben we politieke partijen. Die partijen vormen in meerderheid een kabinet, dat probeert het programma van die samenstellende partijen uit te voeren. De verkiezingsprogramma’s van de oppositiepartijen verdwijnen daarbij in de prullenmand. Geen enkel kabinet is dus van alle Nederlanders. Dat moet het ook helemaal niet willen zijn. Een kabinet moet politieke keuzes maken, waar mensen vóór zullen zijn, maar ook mensen tegen. Dan hebben mensen wat te kiezen, dan lééft de politiek.

De alternatieven voor deze coalitie zijn uit het oogpunt van revitalisering van de politiek een stuk minder aantrekkelijk. Het eerder uitgeprobeerde en vastgelopen Paars-plus, waarin de tegenstelling tussen links en rechts – voor zover nog bestaand – weer overbrugd moest worden, zou tot net zo’n gedepolitiseerd poldermodel als onder Kok I en II leiden. Het middenkabinet – VVD, CDA, PvdA en D66 en/of GroenLinks – zou dat in nog veel heviger mate doen, omdat de oppositie dan beperkt zou blijven tot de populistische extremen. Beide coalities zouden een vernietigend effect op het politiek bewustzijn hebben. De dood in de pot.

In dit licht bezien is het doodzonde dat het kabinet van VVD en CDA, gedoogd door de PVV, er niet gaat komen. Natuurlijk kan polarisatie ook plaatsvinden op gronden die minder langs de randen van de rechtsstaat schuren dan bij dit kabinet het geval kan zijn, maar het dwingt iedere politieke partij tot scherpere stellingname en hopelijk zelfs tot re-ideologisering. En wat maakt politiek nou spannender dan een polariserend minderheidskabinet, dat zich voortdurend in zijn voortbestaan bedreigd weet? In de woorden van Pim Fortuyn: „Ik heb er zin an!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden