Het is de lokale PvdA'ers wat in de bol geslagen

Juist in de zo versnipperde lokale politiek is samenwerking tussen landelijke partijen zeer gewenst, stelt Joop van den Berg

Ooit heeft prof. Ruud Koole, expert op het gebied van politieke partijvorming, de empirisch geheel verantwoorde maar wel wat deprimerende 'Wet van Koole' geformuleerd: samenwerking en fusie van partijen komt alleen dan tot stand als alle betrokken partijen electoraal achteruit gaan.

Dat is geen erg bemoedigende conclusie voor wie denkt dat bijvoorbeeld progressieve samenwerking, vooral in het gemeentebestuur, meerwaarde tot stand zou brengen. De lokale democratie wordt immers veel minder door ideologische tegenstellingen beheerst dan de landelijke politiek. Samenwerking en zelfs samengaan moet dan veel gemakkelijker verlopen dan landelijk het geval is. Mits goed georganiseerd levert die samenwerking meer invloed en zelfs meer wethouders op dan gescheiden optrekken. De meeste partijen zullen het bovendien aan hun lokale bestuurders overlaten zelf te bepalen wat wijsheid is en of die samenwerking verantwoord is. Dat laat dan meteen de keuze vrij met welke partijen wel of niet samen wordt opgetrokken. Want het hoeft niet per se alleen te gaan om samenwerking van linkse partijen; er zijn allerlei politieke allianties denkbaar.

Helaas, zoals het artikel 'Linkse lijst heeft haar langste tijd gehad' (de Verdieping, 18 juni) liet zien: de Wet van Koole gaat ook in het lokale op, al kan je je afvragen, welke partij zichzelf daarmee een dienst bewijst. Vooral de PvdA, kennelijk in een winning mood na de verkiezingsuitslag van najaar 2012, zegt op allerlei plekken de lokale samenwerking op met vooral GroenLinks en soms ook met andere partijen, zoals D66. Dat volgt inderdaad de wet dat alliantievorming niet is gediend met het succes van de één (PvdA) en de achteruitgang van de ander (GroenLinks).

Wie nader toekijkt, ziet dat de PvdA-afdelingen hier rijkelijk kortzichtig te werk gaan. Wat in 2012 landelijk goed is verlopen, hoeft dat volgend jaar lokaal nog niet te doen: het humeur van de Nederlandse kiezer is zo langzamerhand berucht geworden. Voorts gaat het in de voorbeelden, in de Verdieping genoemd, om plaatsen waar de PvdA doorgaans niet erg diepe indruk maakt en alleen daarom al structureel is gebaat bij nauwe samenwerking met andere, verwante partijen. Hetzelfde geldt trouwens voor GroenLinks. In zekere zin zou de Wet van Koole hier niet van toepassing moeten zijn, al was het maar omdat lokale verhoudingen fundamenteel kunnen verschillen van landelijke. Maar, blijkens de reportage is het een aantal afdelingen van de PvdA een tikkeltje in de bol geslagen.

Er is een nog belangrijker reden waarom alliantievorming juist nu, en niet alleen onder progressieve partijen, ruim baan zou moeten nemen. Sinds 1990 worden de gemeenten in heel Nederland geconfronteerd met de geleidelijke afbraak van de grote oude volkspartijen, CDA en PvdA. De daardoor ontstane ruimte is niet overgenomen door andere nationale partijen, zoals GroenLinks, D66 en VVD. De lacunes zijn geheel opgevuld door lokale partijen, die nu ruim een vijfde tot een kwart van de zetels in de gemeenteraad behalen.

Tegen zulke 'lokalisering' van de politiek is op zichzelf geen redelijk bezwaar te maken. Probleem is alleen, dat de ambities zich per gemeente niet beperken tot één plaatselijke partij, maar meestal een aantal daarvan doen ontstaan met allemaal een beetje succes. Gevolg is de totale versnippering van de lokale democratie, zoals die in ons land nu al jaren om zich heen grijpt. Het landschap van nationale partijen versnippert, omdat PvdA en CDA - vaak ook de VVD - steeds kleinere partijen zijn geworden naast de aldoor kleine groepen van D66, GroenLinks en SP. Daarnaast is er per gemeente een aantal lokale groepen gekomen. In een aantal middelgrote gemeenten leidt dat op een totaal van 39 zetels nu al tot 11 à 13 fracties, waarbij het gemiddelde per fractie dus zo'n drie zetels bedraagt.

Deze versnippering zou niet alleen lokale maar vooral nationale partijen moeten stimuleren om op het gemeentelijke erf ijverig aan alliantievorming te doen en aan de kiezers aldus een wat meer overzichtelijke keuze te bieden bij de eerstvolgende raadsverkiezingen. Een keuze tevens die heldere machtsvorming mogelijk maakt op het niveau van b. en w. Partijen zullen zich er toch hopelijk bewust van zijn dat het gefragmenteerde toneel van tegenstellingen van vandaag kiezers niet erg vermag te overtuigen?

Misschien dat alliantievorming van partijen moeilijk is, als niet iedere betrokken partij achteruit kachelt. Maar, wie weet, zou het helpen als partijen zich realiseren dat bij deze fragmentatie en het ontbreken van elke alliantievorming de democratie als zodanig achteruit kachelt. Het bestuur wordt onzeker en weinig stabiel; de gemeenteraad is niet meer in staat heldere en vruchtbare debatten te voeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden