Het is brood

Het was schrijver Wil Schackmann al eerder opgevallen dat het uitschenkpunt voor koffie op Hoofdstation Groningen was getroffen door restyling. Maar er was meer aan de hand. „Toen ik om koffie vroeg, vroeg de mevrouw achter de balie: ’Een kleintje of een gewone?’."

Ik ben verslingerd aan het archief van de Maatschappij van Weldadigheid. Dat zit vol met bijzondere verhalen over de mensen die vanaf 1818 de landbouwkoloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord bewoonden. Ik dacht er vanaf te zijn toen ik een aantal van die verhalen in ’De proefkolonie’ bijeengebracht had, maar inmiddels ben ik er alweer twee keer per maand aan het snuffelen.

Het archief is in Assen, zelf woon ik in Groningen. De treinreis van achttien minuten heeft de ideale lengte voor een kop koffie.

Het was mij al eerder opgevallen dat het uitschenkpunt voor koffie op Hoofdstation Groningen was getroffen door restyling. Frisse kleurtjes en nieuwe logo’s die overal terugkeren, tot op de servetjes en de kleding van het personeel, een nieuw assortiment broodjes in een modernere uitstalling, zulk soort dingen. Op dergelijke ingrepen probeer ik altijd zo min mogelijk te letten. Ze zijn meestal alleen bedoeld om te camoufleren dat alles duurder is geworden.

Maar toen ik om koffie vroeg, kwam de mevrouw achter de balie met een tegenvraag. „Een kleintje of een gewone?” Daarbij hield ze twee kartonnen bekertjes op. De kleinste had het formaat dat ik gewend ben bij de spoorwegen. Het andere bekertje was eigenlijk een beker. Enkele slagen groter dan de andere. Een behoorlijke joekel van een beker eigenlijk.

Ik weet niet meer welke ik die eerste keer heb genomen, maar ik weet zeker dat ik die keus maakte door alleen maar te wijzen. Ik was overrompeld.

De daaropvolgende keren nam ik waar dat het een vast ritueel was. Zodra iemand om koffie vroeg, stelde de bediening de vraag: „Een kleintje of een gewone?” Als ik stond te wachten op mijn beurt hoorde ik die vraag een stuk of vier, vijf keer. Af en toe bracht de bediening een kleine variatie aan, dan werd ’gewone’ vervangen door ’normale’.

Eind 1822 had de stichter van de landbouwkoloniën, Johannes van den Bosch, de oplossing voor de overvloed aan aardappels. „Derzelve staan zeer tierig”, meldde hij, maar het zijn er te veel en hij gaat er brood van bakken. Aardappelbrood bevatte tweederde aardappelen en eenderde rogge. Volgens Van den Bosch vonden de bewoners het heerlijk. „Alle kolonisten op Van Puffelen na hebben het aardappelbrood verkozen.” Voortaan was aardappelbrood ’het gewone brood’, in tegenstelling tot brood van louter rogge of witbrood.

Achttien minuten in de trein is ook een mooie tijd om één onderwerp eens van alle kanten te bekijken. En dat werd steeds vaker de koffiekwestie. Want het wrikte. ’Gewoon’ is wat ik gewend ben. Van oudsher. Een kopje koffie is een kopje koffie. Het formaat dat vroeger werd geserveerd in de restauratiewagon, ook wel aangeduid als Rijdende Gastvrijheid, waar ik bij voorkeur mijn reis doorbracht. Dat is alweer een tijd geleden, maar het zijn heel veel jaren geweest dat ik daar een gewoon kopje koffie dronk. Ik kreeg het gevoel dat mij iets werd afgenomen.

Er zit een gezondheidsaspect aan – ik herinner mij een dossier in deze krant over hoe het stelselmatig groter worden van porties de volksgezondheid schaadt. Maar daar ga ik niet over, van mij heeft iedereen het recht heeft om zo ongezond te leven als hij wil. Als ze maar niet de taal misbruiken om aan mijn normenstelsel te morrelen.

Het grote voordeel van een gemeenschappelijke taal met zo’n zestien miljoen mensen is dat je van elkaar weet wat je bedoelt. Het was mij opgevallen dat geroutineerde treinreizigers regelmatig anticipeerden op de vraag van de bediening en meteen zeiden dat ze een ’kleine’ of een ’gewone’ koffie wilden. Die namen dus blijkbaar zonder slag of stoot de nieuwe betekenissen over. Ze gingen langzaamaan spreken in die andere taal, die de mijne niet is.

Waar gaat dit heen? In gedachten zag ik mezelf langs de trein lopen op zoek naar een vrije plaats, terwijl ik achter mij een trolley koffie voorttrek. En de man die naast mij plaatsneemt, met een emmer cappuccino op schoot, legt mij verontschuldigend uit dat hij het op doktersadvies bij een kleintje houdt.

Al met al voelde ik mij geroepen dit niet zomaar te laten passeren.

Ik weerde mij manmoedig. „Doet u mij maar zo’n bekertje dat door u foutief als ’kleintje’ aangeduid wordt.” Of: „Ik wil vandaag zo’n hele grote, maar die mag u niet ’gewoon’ noemen, want dat is ie niet.” Soms neem ik namelijk het ene formaat, soms het andere, dat is net waar ik zin in heb. Daar gaat het ook niet om, ze moeten alleen correct worden aangeduid.

Er kwam steevast geen enkele reactie. De bediening zette het door mij uitverkozen bekertje onder het apparaat, noemde de prijs en wachtte op het geld. Inhoudelijk kwam er geen woord uit.

Om in ieder geval enige respons te krijgen, bleek het nodig om wél mijn opmerking te maken, maar de feitelijke bestelling nog even achterwege te laten. „Nee, mevrouw, dat is geen kleintje, dat is een gewone. Gewoon betekent gebruikelijk.” Ze was dan in ieder geval verplicht om nog te informeren welk van de twee ik wilde hebben. Maar daar bleef het ook bij.

Soms probeerde ik te helpen. „U zou”, suggereerde ik, „kunnen zeggen ’een ouderwets formaat’.” Of: „Als u ze relatief ten opzichte van elkaar benoemt, dus een grotere en een kleinere, dan is er taalkundig niets aan de hand.” Ook de suggesties werden genegeerd.

Inmiddels had ik de tijd genomen om de restyling beter te bekijken. De overheersende kleuren waren groen en geel geworden, behalve broodjes serveerden ze ook croissants, en qua uitstraling zou je het geen koffieuitschenkpunt meer durven noemen. Het overal terugkerende logo vermeldde in groen de tegenwoordige bedrijfsnaam ’C’est du pain’.

Dat is Frans en dat betekent ’Het is brood’.

Elke medewerkster heeft op de werkplunje ook staan dat het brood is, maar ik weerhield mij ervan daarover grappen te maken. Ik weet dat je alleen iets bereikt als je beleefd blijft. Ook een boze uitbarsting als ’Mens, praat toch normaal!’, zou slechts averechts werken. Wel moet ik toegeven dat ik door de inertie van het personeel op een gegeven moment een knorriger en ongeduldiger toon kreeg. „Néé! Dat is niet normaal, dat is gróót!” De bediening hield het kleinere bekertje omhoog, zei „Deze maar doen dan?”, en zette het onder het apparaat. Met het aanslaan van de prijs sloot ze de discussie.

De belangrijkste reden om aardappelbrood te gaan bakken was dat de kolonie er niet in slaagde de late aardappeloogst de winter door te helpen. De aardappelen gingen verloren. Daarnaast bestond er een gemaalbelasting op rogge. Minder rogge in een brood maakte het goedkoper. „Ik zie kans om met aanmerkelijke besparingen deze winter in het onderhoud der kolonisten te voorzien”, schreef Johannes van den Bosch na de uitvinding van het nieuwe product. Het waren, kortom, puur economische redenen waardoor het aardappelbrood het gewone brood werd.

Ik passeer Hoofdstation Groningen op verschillende weekdagen maar ik heb gemerkt dat sommige bedienden bijna elke ochtend aanwezig zijn. Bij enkelen meende ik een licht zenuwtrekje te ontwaren als ik de zaak binnenkwam. Ze leken te vrezen dat er gedoe zou komen. Maar het was ook niet iets om wakker van te liggen. Je moest het gewoon negeren.

Soms trof ik een ander gezicht, misschien een parttimer, misschien een invalkracht.

En op een ochtend reageerde zo’n ander gezicht. Daarmee was ze de eerste, en de enige. Ze kreeg bij mijn opmerking iets verontschuldigends over zich. „Sorry meneer”, zei ze, „maar zo moeten wij dat zeggen.”

Aha! Duidelijk.

Ik zie het voor me. De directeur sales van ’Het is brood’ heeft een brainstormsessie belegd met de afdelingshoofden en het marketingsbureau, ongetwijfeld een vervolg op de succesvolle brainstormsessie waar de bedrijfsnaam ’Het is brood’ uitgerold was. De koffiedirecteur zit wat te schutteren. In de ontwikkeling ’minder koffie, meer water’ is de rek al jaren uit en de actie ’twee kopjes voor de prijs van anderhalf’ is een fiasco geworden omdat niemand met twee kopjes koffie in z’n handen naar de trein wilde lopen. Het werd laat die avond, heel laat, maar toen ze eruit waren zal tevredenheid overheerst hebben.

Het enige wat daarna nog moest gebeuren was het bedienend personeel verbieden om een andere dan de nieuwe terminologie te gebruiken.

Ik heb het na een tijdje opgegeven.

Schuin links voor Hoofdstation Groningen, onderin een tegen het station aangebouwd kantorencomplex, zit een sigarenwinkeltje dat ook een koffieautomaat heeft geïnstalleerd. Het levert kartonnen bekertjes van het oude vertrouwde formaat, al zijn ze met hun tijd meegegaan en hebben ze ook de grotere versie. Ze vragen daarbij: „Wilt u een kleine of een grote?” Daar kan ik mee leven. Bovendien is de koffie hier de helft van de prijs die de groen-gele taalverloederaars en normvervagers op het perron vragen.

Kolonisten die ’vreemd brood’ binnensmokkelden en aan medekolonisten verkochten, werden voor de Raad van Politie en Tucht gedaagd en bestraft. Gelukkig hebben de beslissers tegenwoordig niet meer zoveel macht. Dacht ik.

Toen ik na de vakantie weer op het station kwam, zag ik dat er een nieuwe brainstormsessie had plaatsgevonden. ’Het is brood’ bestaat niet meer, de hele tent is gerestyled. Het groen is verdwenen, koele zwarte en witte tinten overheersen, met een klein vleugje geel. Het heet nu ’De broodzaak’.

Ik had al een kopje koffie van de sigarenwinkel bij me toen ik het zag, maar dat heb ik snel weggedaan om te kijken of de restyling ook het normbesef bij de onderneming heeft veranderd. Zijn de tradities hersteld? Is het abnormaal kleine koffiekopje weer terug op de status van normaal die het hoort te hebben?

Helaas. Ik heb lang aangedrongen, ik heb met alle mij ten dienste staande middelen (behalve geweld) geprobeerd een traditionele, normale kop koffie te krijgen. Maar die bekertjes bestaan niet meer. Alleen nog grote.

De norm is verzet.

De vooruitgang laat zich niet stoppen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden