'Het is als een bloem in de woestijn'

Achter het succes van het tennis in Servië zat geen plan en zit

geen logica. Maar de sporters hebben meer gedaan om het

imago van het land te verbeteren dan welke politicus dan ook.

Arme Andy Murray. Daags na zijn roemloze nederlaag in de finale van de Australian Open, begin dit jaar, kreeg hij er van de Britse pers ongenadig van langs. Was hij soms vergeten dat niet zozeer zijn eigen naam, maar de hoop van heel Groot-Brittannië op het spel had gestaan? Weer geen Britse Grandslam, 75 jaar na Fred Perry!

Nee, dan Novak Djokovic, zijn Servische tegenstander, die de titel opdroeg aan zijn land dat hij, naar eigen zeggen, iedere dag zo goed mogelijk probeert te vertegenwoordigen. Hier stond een volwassen tennisser, oordeelde The Independent, die een maand eerder ook al "boven zichzelf was uitgestegen" toen hij zijn team naar de eerste Davis Cuptitel ooit had geleid.

Een Serviër die geprezen wordt om zijn nationalisme: sportjournalist Nebojsa Viskovic kan de ironie wel waarderen. Al formuleert hij het liever anders. Een handvol tennissers, zegt hij, heeft de afgelopen jaren meer gedaan om het imago van Servië te verbeteren dan welke politicus ook. Djokovic natuurlijk, maar ook Ana Ivanovic, Jelena Jankovic en nog wat anderen; mooi, jong, grappig en succesvol hebben ze, zegt Viskovic, veel van de scherpe randjes van het keiharde beeld van Servië afgehaald.

Hun succes, bekent hij, straalt ook om hem af. Twintig jaar al volgt hij het internationale tennis op de voet, op dit moment voor tv-zender Sportklub. "In de jaren negentig werd ik vaak met argusogen bekeken. Ik moest me voortdurend verantwoorden voor wat er op de Balkan gebeurde. Natuurlijk zijn wij ook schuldig geweest, maar niet alles wat er over ons gezegd werd was waar. Maar als ik nu zeg dat ik uit Servië kom, steken mensen hun duim op. En willen ze weten, hoe het kan, waar al dat talent toch vandaan komt."

Een helder antwoord moet hij ze schuldig blijven. "Het is als een bloem in de woestijn. We hebben gewoon geluk gehad." Er was geen plan, er is geen logica. "Natuurlijk; we zijn een sportnatie en we kunnen veel met een bal. We zijn goed in voetbal, waterpolo, volleybal en basketbal. Allemaal teamsporten, dat werd in het oude communistische Joegoslavië ook gestimuleerd. Tennis was nooit een grote sport. De successen van iemand als Monica Seles waren een uitzondering."

Daar komt nog bij dat de talenten van nu, kinderen waren in de tijd dat Servië in het verdomhoekje zat wegens het beleid van de in 1999 wegens oorlogsmisdaden in Kroatië, Bosnië en Kosovo door het Joegoslavietribunaal aangeklaagde president Slobodan Milosevic. Sancties, strikte visaregels; ze drukten zwaar op het leven van de doorsnee burger.

Legendarisch is het verhaal van het Belgradose zwembad waar Ivanovic als 12-jarige haar trainingsuren maakte, in de tijd dat Servië door de Navo werd gebombardeerd, Omdat de kosten voor verwarming niet waren op te brengen liet de beheerder het water weglopen en werd er een tennisbaan geimproviseerd. "Het is een beetje een mythe geworden", aldus Viskovic, "hoe zwaar ze het toen hebben gehad. Maar ik denk dat het vooral hun ouders zijn geweest die hebben afgezien om hun kinderen, ondanks alle problemen, te laten doen wat die zo graag wilden."

Hoe het ook zij, Servië laat zich de nieuwe status van tennisland graag aanleunen. Al knaagt tegelijk de onzekerheid. Bezoekers van de Serbia Open, het internationale tennistoernooi dat deze week in Belgrado wordt gehouden, krijgen bij binnenkomst een folder uitgereikt. We hebben bewezen dat we een tennisnatie zijn, laten we ons nu ook gedragen als goede fans, is de boodschap; dus niet applaudisseren tussen de eerste en tweede service, en geen aanmoedigingen als een punt nog wordt gespeeld.

Die onzekerheid blijkt ook uit de gretigheid waarmee alles wordt gevolgd wat er in het buitenland over de Servische spelers wordt gezegd en geschreven. Dat een bekend tennisblog Ana en Jelena heeft opgenomen in een lijstje grootste drama queens op het veld, dat The Wall Street Journal zich afvraagt of Djokovic de volgende koning van de tennisbaan wordt; het wordt door vrijwel alle Servische media - van boulevardblad tot kwaliteitskrant - gevolgd en genoteerd.

Maar soms biedt die nieuwe status kans op het trekken van een lange neus, zo bleek dit weekeind. Bij een voetbalwedstrijd tussen een team van tennissers en een elftal bekende Serviërs is ook CNN-verslaggever Pedro Pinto van de partij, in het land om een portret van Djokovic te maken. De Amerikaanse zender is in Servië niet geliefd ook al is het ruim vijftien geleden dat Christiane Amanpour haar, in veler ogen partijdige, reportages in Bosnië maakte. De man die de wedstrijd van commentaar voorziet laat zich de kans op een klein beetje zoete wraak niet ontnemen. "Kijk", schreeuwt hij, als Pinto al in de eerste minuut de bal afgeeft aan Djokovic, "hij speelt naar Novak, hij moet wel, hij wil een interview."

Maar natuurlijk wil diezelfde commentator na afloop toch even weten wat de CNN-man van Djokovic vindt. Met een joviaal 'he is a great guy' doet Pinto zonder morren zijn plicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden