'Het is allemaal puur hedonisme wat je ziet'

Natuurlijk, de waarheid en niets dan de waarheid, ook over die vermaledijde politici. Maar klopt het beeld wel dat de media van hen oproepen? Wat vindt het 'slachtoffer' er zelf van? Waar ergens loopt de grens tussen mythe en werkelijkheid? Vandaag Joop van der Reijden (69), die als staatssecretaris vier tropenjaren op de bres heeft gestaan voor de gezondheidszorg, zich daarna als voorzitter van de NOS het vuur uit de sloffen heeft gelopen voor de publieke omroep, maar tenslotte als voorzitter van Veronica alsnog bakzeil lijkt te hebben gehaald. Veronica lijkt immers in alles datgene te belichamen waar hij van huis uit juist tegen zou moeten zijn.

Het verhaal vermeldt niet dat het vermoedelijk een noodgreep was. De dominee was vergeten z'n preek bij zich te steken en zou daarom besloten hebben gehoor te geven aan deze inval. Joop van der Reijden heeft deze dienst nimmer bijgewoond. Hij kent het verhaal zelfs niet. Neemt niet weg dat juist deze preek in 1990 bijzondere betekenis krijgt voor de toenmalige voorzitter van de NOS. Voor hem is het ook geen noodgreep (tenminste dat denkt hij), maar bloedige ernst. Bij Rostov leest hij over de lifecycle van bedrijven, hun onvermijdelijk opgaan, blinken en verzinken, en in een flits doorziet hij dat deze wetenschap treffend van toepassing is op de publieke omroep. Die zou onherroepelijk zijn laatste fase zijn ingegaan. Reden voor de NOS-voorzitter om geïnspireerd een doorwrochte nota te schrijven met het doel dat verzinken tegen te gaan. Dat kan alleen maar, denkt hij, door hetzij een nieuwe cyclus te starten, dan wel door de fase van het blinken nog een poosje vol te houden.

Het blijkt boter aan de galg te zijn. De omroepvoorzitters zien zijn rapport niet zitten. Het verdwijnt in een bureaulade en geconfronteerd met die, ook vanuit Den Haag ondersteunde onwil - hij is dan 63 jaar - ziet Van der Reijden de fase van het zinken ineens ook in zijn persoonlijke levenscyclus dwingend op zich af komen. Hij besluit daarom zijn zelf geschreven rapport op hemzelf van toepassing te verklaren en een nieuwe cyclus te starten: “Het dondert niet wat. Al zou ik koekjesfabrikant moeten worden. Ik zou het gedaan hebben. Op dat moment meldde Rob Out van Veronica zich. Of ik voorzitter van zijn organisatie wilde worden. Nou, dat heb ik met twee handen aangegrepen. Wie krijgt zo'n kans op die leeftijd?”

Waarom in godsnaam? Die vraag mag gerust zo geformuleerd worden, want Van der Reijden is een overtuigd christen-democraat van christelijk-historische huize, CHU, iemand die allerminst de neiging heeft weg te lopen voor zijn hervormde opvoeding, hoewel hij met zijn katholieke vrouw vaker in 'paapse kerken' komt en hij zich daar als calvinist bijna kinderlijk verbaast over de zoveel grotere rijkdom aan 'beeldend vermogen' van die kerk.

Hervormd dus. Het is, zegt Maarten 't Hart, het geloof op grote wielen. Het geloof ook van de vroegere CHU, een politieke unie (geen partij) die volgens de theoloog en ch-ideoloog Van Niftrik vele overtuigingen herbergde, variërend van het zwartste zwart tot licht roze. Wat voor CHU'er en later CDA'er was Van der Reijden? In een kleurrijk betoog, waarin hij zijn dynamische carrière de revue laat passeren (employé bij het ziekenfonds, groothandelaar in vee, directeur bij de grootste werkgeversorganisatie, het VNO, en in zijn vrije tijd voorzitter van een veelomvattende sportstichting, een soort 'onderkoning' van Leiden), vat hij zijn levensovertuiging in enkele kernpunten samen.

Zo heeft de oorlog hem geleerd dat de grens tussen heldenmoed en angsthazerig gedrag flinterdun is. “Wat heet dapperheid? Mijn vader, die een wasserij beheerde, stemde er mee in dat zijn bedrijf als distributiepunt gebruikt werd voor het illegale blad 'Het laatste nieuws'. We werkten ook mee aan de verspreiding van die krant en dat leverde vaak benarde situaties op. Maar ben je daarmee ook automatisch een held? Ik weet het niet. Hij deed het omdat het op zijn weg kwam. Maar ik betwijfel of hij het aangedurfd zou hebben een onderduiker te herbergen. Als staatssecretaris had ik daarom zo mijn aarzelingen toen we voor de allerlaatste keer mensen uit het verzet een medaille toekenden. Waar zouden ze dat eigenlijk aan verdiend hebben, dacht ik dan.”

Maar bovenal leerde Van der Reijden van die oorlog wat schaarste is. “Na de oorlog studeerde ik economie in Rotterdam. Keynes was de grote held. De man van de conjunctuurpolitiek, volgens wie de overheid de kraan open moest zetten in tijden van depressie. Toch bleef ik diep in mijn hart een zuinige calvinist, een beetje conservatief, anti-papistisch en anti-socialistisch, omdat ik hen ervan verdacht het geld over de balk te smijten.”

Deze Van der Reijden raakt pas laat geïnteresseerd in de politiek, namelijk aan het eind van de jaren zestig toen 'zijn' CHU van de aardbodem dreigde te verdwijnen en hij zich realiseerde: 'Dat mag niet gebeuren'. Hij meldde zich aan als lid, werd weer jaren later actief in een werkgroepje sociaal-economische vraagstukken en bleek terwille van het christen-democratische gedachtengoed en in het verlengde daarvan de totstandkoming van het CDA, bereid over zijn anti-papistische gevoelens heen te stappen: “Wel bleef Van Agt voor mij een vleesgeworden paap, maar op zijn paapse manier was hij standvastig en hoe gek 'ie ook deed, het was een innemende persoonlijkheid. Hem kon je vertrouwen. Dat gevoel heb ik bij Ruud Lubbers nooit gehad. Knappe vent wel. Fantastisch slim, maar verre van innemend.”

Nochtans wordt Van der Reijden 'onder' deze Ruud staatssecretaris van volksgezondheid in het eerste kabinet-Lubbers en daarmee begint zijn kruistocht tegen twee mythen die in de politiek en de media onuitroeibaar zijn. De eerste mythe geldt het hardnekkige geloof dat de gezondheidszorg gedragen wordt door een onverkorte en onverwoestbare solidariteit. De tweede mythe kruist zijn weg als hij, staatssecretaris af, in 1989 door zijn vroegere 'baas', WVC-minister Elco Brinkman (wiens voetstappen nog in het beton van de hal van het nieuwe Veronica-gebouw gedrukt staan), gebombardeerd wordt tot voorzitter van de NOS. De mythe waar hij toen mee te maken kreeg, heet: er zij publieke omroep, desnoods tot de dood er op volgt.

Van der Reijden is bereid voor deze mythes te knokken, maar de gestolde vorm waarin ze gegoten zijn verfoeit hij. En daarmee begint een luidruchtig oorlogje waarmee hij vrijwel ononderbroken de aandacht van de media op zich gevestigd heeft weten te houden. Wat ging er gedurende al die jaren in werkelijkheid achter het mediageweld schuil? Wat stak hem om te beginnen in de gezondheidszorg? Terugkijkend zegt hij: “De voortdurende voor-de-gekhouderij. We weten dat de gezondheidszorg duurder wordt. Dat was toen al zo en dat is nu nog zo. Het kan ook niet anders met een vergrijzende bevolking en een medisch kunnen dat steeds geperfectioneerder wordt. De groei afremmen is het enige dat mogelijk is. Ombuigen heette dat in mijn tijd. Na mij heeft staatssecretaris Dees met het rapport van de commissie-Dekker in de hand geprobeerd te remmen door een vergroting van de marktwerking. Maar dat is onzin. De gezondheidszorg is geen markt. Voor zover het al een markt is, is het een markt waar iedereen belang heeft bij groei. Uit een oogpunt van sociale politiek nog terecht ook.”

“Het slot van het liedje is zodoende wel dat er maar twee mogelijkheden overblijven om te remmen. Of je gaat met wachtlijsten werken, of je steekt er meer geld in. Het verbaast mij daarom niets dat minister Borst ondanks haar voorbeeldige beleid extra geld nodig heeft. Dan kan Wallage wel roepen dat de ziekenfondspremies niet omhoog mogen. Maar dat is een slag in de lucht. Er zal domweg meer poen op tafel moeten komen. Tenzij we eindelijk bereid zijn de mythe van de solidariteit prijs te geven. Zo blijkt een concern als Akzo bereid voor zijn mensen op zaterdag spreekuur te houden, zodat zij bij voorrang behandeld kunnen worden. Akzo wil daar ook extra voor betalen.”

“Prima. Die kant moet het op. Sta de rijken toe extra geld in hun gezondheidszorg te steken. Gooi de mythe overboord dat iedereen, rijk en arm, jong en oud, evenveel recht heeft op precies hetzelfde. Wie toch onverkort aan die solidariteit wil vasthouden, zal onder ogen moeten zien dat daarvoor betaald moet worden en ook dat de samenleving dat niet wil. Daarom zeg ik: gun de rijken dat stukje extra bestedingsruimte. Dat is in het belang van de armen. Een Wallage die èn de premies denkt te kunnen bevriezen èn de solidariteit overeind denkt te kunnen houden houdt de boel voor de gek.”

Het steekt Van der Reijden zo mogelijk nog meer dat politici al evenzeer de boel voor de gek houden met de publieke omroep. “Ik heb ze voorgehouden dat ze voor pakweg zeven tientjes verhoging van het kijk- en luistergeld alle reclame uit de publieke omroep kunnen mikken. Dat klinkt nu hypocriet uit mijn mond als voorzitter van een commerciële omroep, maar ik heb het ook al gezegd toen ik nog NOS-voorzitter was. Maar, nee, er is niemand die daar aan wil, ook al weet iedereen dat die reclame de pest is voor de publieke omroep. Het is de bijl aan de wortel van het bestel. Daarmee heerst de terreur van de kijkcijfers en de omroepvoorzitters die het doen voorkomen alsof dat voor hen niet doorslaggevend is, liegen dat het gedrukt staat. Maar ja, men durft niet.”

“Zelfs met een acceptatie van de commercie binnen het bestel durft men geen orde op zaken te stellen. In hun wijsheid menen de omroepbazen en politici er maar liefst 27 omroepen op na te moeten blijven houden. De pluriformiteit en de bijbehorende identiteiten zijn heilig. Maar ik zeg je dat iedere poging tot handhaving van de identiteit binnen de gegeven financieringsstromen zelfvernietigend is. In mijn nota heb ik oplossingen aangedragen: het verdiennet, het ATV-net, een relinet en weet ik niet wat, maar het verdween onder in een bureaulade. Van een amateur zoals ik werd het niet gepikt. Later kwamen er peperdure organisatiebureaus aan te pas die precies hetzelfde beweerden, maar weer niks. De omroepbazen en de politiek hebben zes kostbare jaren domweg verloren laten gaan.”

Toen besloot u maar naar Veronica over te stappen?

“Ja, ik was het zat. Ik wilde weg. Wat er ook langsgekomen zou zijn, ik zou het geaccepteerd hebben, al was het een baan als directeur van een koekjesfabriek. Het werd Veronica.”

Waarmee u al gauw helemaal het bestel uitstapte. Christelijk-historisch gezegd, u zo ongeveer alles ging doen wat God verboden heeft.

“Ho even. Buiten de EO zitten alle omroepen op de hedonistische toer. Vroeg of laat komt er altijd wel geweld of iets bloots aan te pas. Neem nou die KRO van Braks. Bij zijn komst kondigde hij aan, dat er niet meer gevloekt zou worden. Nou, die missive werd binnen zijn organisatie al gauw verfijnd tot de formule: er wordt alleen gevloekt als het functioneel is. Voor zo'n identiteit koop ik niks. Ik weet niet met welke bril Ruud Verdonck van Trouw naar de tv kijkt, maar het is echt onzin het te doen voorkomen of alleen wij wel eens een blote borst laten zien. Het is echt allemaal puur hedonisme wat je ziet.”

Maar dat is toch geen reden om zelf het hedonisme te bevorderen? Als anderen de sloot inspringen doet u dat toch ook niet?

“Er is ook geen excuus voor mijn voorzitterschap van Veronica. Maar besef wel dat het in de hele samenleving zit ingebakken. Ook in een krant als Trouw staan dingen over onaneren en neuken, die daar tien, vijftien jaar geleden nog niet in stonden. Dat geloof met grote wielen wat u zei, nou die zijn wel erg groot geworden vandaag de dag. Wat er nog aan geloof resteert, is iets wat men strikt voor zichzelf houdt, in de beslotenheid van de binnenkamer. Nee, van het oude geloof is niet veel meer over. We doen er niets meer mee. Het enige wat we nog kunnen is naar elkaar te wijzen. Zoals jullie Verdonck naar Veronica. Maar het is pure onmacht.”

Filosofisch: “Ik zou ook zo gauw niet weten wat we er aan moeten doen. Je ziet het overal, die onmacht, en de daaruit voortvloeiende destructie. Meer cellen bouwen is het enige wat we nog kunnen uitroepen in een poging de criminaliteit een halt toe te roepen. Over jeugdopvang en jeugdvoorzieningen praat niemand, want daar hangt een te duur prijskaartje aan. In ieder geval te duur om zowel voor cellen als voor een goede opvang van de jeugd te zorgen. Ik denk wel eens dat er een grote 'boem' nodig is om ons weer tot bezinning te brengen. Hoewel... die komt niet echt. We nemen niet eens meer de moeite om oorlog te voeren. Drie keer op wintersport willen gaan, dat is het enige wat ons nog bezighoudt.”

Spreekt hier de nieuwe voorzitter van de EO?

“Gekkigheid. Maar ik ben wel tientjes-lid van die club. Het is de enige omroep met een duidelijke boodschap: Gods Woord. En ze doen het verdomde professioneel. Er is geen club die zoveel jongeren op de been weet te krijgen voor Gods Woord. En ze zijn ook niet kinderachtig. Zij kotsten ons niet uit, toen we het bestel uitstapten. In plaats daarvan kregen alle Veronica-medewerkers een overlevingspakket. Een ransel met noodrantsoen en een zakbijbel. Om iets terug te doen heb ik de EO in het programma van Andries Knevel een antieke statenbijbel cadeau gedaan. Op de titelpagina de profeet Elia, die ten tijde van de hongersnood door twee raven van voedsel werd voorzien.”

“Ik bedoel maar, wij zullen het wel redden, maar de EO ook. En ik voorspel je: over een paar jaar gaan zij ook op de commerciële toer. Want denk maar niet dat zo'n professionele club ingeklemd wil zitten op het een of andere rare net.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden