Het is al voor de zesde keer hetzelfde lied met Indurain

Voor de vierde keer in de geschiedenis gaat de Tour de France van start in Nederland. 's-Hertogenbosch is morgen en zondag het decor van Le Grand Départ. Vandaag een speciale pagina met een beschouwing, de Tour-exposities en de routekaart met de etappes. Morgen volgt een overzicht van de ploegen, de renners en hun rugnummers, kaarten van de proloog en de eerste etappe en een interview met ploegleider Jan Raas.

Voorzover de golven van euforie al niet over het land stroomden, stond het toen eigenlijk helemaal vast: de winnaar van de 83e Tour de France die morgen in Den Bosch start, heet Laurent Jalabert. De organiserende krant deed er nog een schepje bovenop. Hij was in de kolommen van de Dauphiné Libéré zonder enige discussie L'homme du jour, de man van de dag. 'Jaja' deed overigens niet alleen in de 'kleine Tour' van zich spreken. Kort daarvoor had hij met overmacht de Midi-Libre en de Classique des Alpes gewonnen. En Indurain? Niet alleen was zijn race tegen de klok verre van achttien karaats, de dag ervoor had hij op de beklimming van de Mont Ventoux pijnlijk moeten lossen. Geen wonder dat de sympathieke brokkenpiloot uit de Tarn, een mens van vlees en bloed, die bovendien het talent bezit na elke ernstige valpartij sterker dan ooit uit de strijd te komen, tot favoriet nummer één werd gekroond. In de ogen van de Fransen natuurlijk, maar niet alleen zij.

De Dauphiné Libéré moest in haar zondageditie al een andere toon aanslaan, en op maandag de tiende was ook L'Equipe het lachen behoorlijk vergaan. Miguel Indurain Larraya had weer eens op zijn manier toegeslagen. Terwijl de concurrentie meende eindelijk de achilleshiel van de onaantastbare Spanjaard te hebben getroffen, mepte hij zijn tegenstanders op hun terrein knock-out. Jalabert finishte niet eens in de laatste etappe; de achterstand op Indurain was zo groot geworden dat hij zijn krachten liever voor andere koersen spaarde.

Indurain kan op zondag 21 juli geschiedenis schrijven door als eerste wielrenner zesmaal de Tour de France te winnen. Bij bookmakers staat hij inmiddels het hoogst genoteerd. Wanneer de namen Jalabert, Rominger, Riis, Tonkov, Berzin en Gotti vallen, wordt niet direct de associatie met toekomstig rondewinnaar gelegd, maar die van concurrent van de almachtige uit Villava. Alle polemieken gaan dan ook niet meer over bloedstollende gevechten op het scherp van de snede, maar over de manier waarop Indurain de overwinningen op zijn gouden palmares turft.

Dat verhaal is niet nieuw. Het wielerleven van de boerenzoon uit de buurt van Pamplona bestaat maar uit één wedstrijd. Zijn ploegleider José Miguel Echavarri beaamt het ten volle: “Miguel leeft 342 dagen van het jaar voor de 23 dagen van de Tour de France.” Om die reden heet de enige wielrenner die deze eeuw La grande boucle zes keer kan winnen, ook Miguel Indurain. Jacques Anquetil had het fysiologisch gekund in zijn glorietijd, maar psychisch niet. Hij stelde zich van het (wieler)leven veel meer voor dan alleen maar gefixeerd te zijn op de jaarlijkse wielerprocessie door Frankrijk. Vijf keer vond 'Monsieur Chrono' mooi. Het enige dat hem dwars zat was dat die alsmaar stijgende prestatiecurve geen bijdrage leverde aan een grotere populariteit onder het Franse volk. De eeuwige tweede Raymond Poulidor was le coureur sympa. Toen Anquetil merkte dat hij zijn laatste Tour niet meer kon winnen, stelde hij - met succes - alles in het werk om te voorkomen dat Poupou het vaandel zou overnemen.

Eddy Merckx, eigenlijk de grootste wielrenner van de twintigste eeuw, stelde zich weer te veel doelen om het record van Anquetil te verbeteren. Bernard Hinault had in 1986 het zesde streepje achter zijn naam kunnen zetten, maar moest, gemangeld door de kwalijke sponsorbelangen van zijn broodheer Bernard Tapie, de eer aan ploeggenoot Greg LeMond laten.

Het leven van Miguel Indurain is wat dat aangaat bijzonder overzichtelijk. In de persoonlijke sfeer kent hij geen vijanden. De wielerliefhebbers die zijn val wensen, hebben genoeg van de kleurloosheid van het dagelijks bestaan dat de Spanjaard onveranderd uitstraalt. Die hebben er alleen maar genoeg van dat hij altijd in tijdritten orde op zaken stelt, nooit een keer die beroemde jour sans heeft, blaakt van gezondheid en verder niks wint of rijdt.

Dat laatste valt heel erg mee. De proloog door het centrum van 's-Hertogenbosch is morgen de 56e koersdag van Indurain dit jaar. Jalabert heeft er nog maar 48 opzitten wanneer hij in de Brabanthallen de presentielijst tekent. Ter zijner verdediging moet worden aangevoerd dat hij door een polsbreuk in de winter en een knieblessure in maart een aantal wedstrijden links moest laten liggen. Net als vorig jaar nam hij na de voorjaarsklassiekers een maand vrijaf om te kunnen trainen. Dat Indurain, een van de meest vrijgevige renners uit het peloton, weinig wint, wordt evenmin door de feiten gestaafd. Sinds hij in 1984 een profcontract tekende bij Reynolds (de voorloper van Banesto), heeft hij al 129 bosjes overwinningsbloemen zien verwelken. Vorig jaar triomfeerde hij achttien maal - het waren er negentien geweest als hij Olano in Colombia niet de wereldtitel had gegund - dit seizoen staat de teller al op tien. Ongeveer een derde van de 129 overwinningen (41 om precies te zijn) zijn tijdritzeges. Daarnaast won hij 28 keer het eindklassement in een etappewedstrijd.

Procentueel scoort Jalabert hoger. In 1989 als professional begonnen is hij anno 1996 hard op weg naar de honderd overwinningen. Hij heeft er nu negentig op zijn conto, met inbegrip van de dertien van dit seizoen. Ofschoon de Fransman nog op zijn eerste tijdritzege wacht, won hij in zijn loopbaan al wel twaalf etappekoersen. De sprinter van weleer maakte in dat opzicht vooral de laatste jaren progressie. Maar of dat voldoende is om de Tour de France naar zijn hand te zetten, is op papier nauwelijks de vraag.

Tot dusver is het voor de zesde keer hetzelfde liedje bij Indurain. 'Moddervet' ontwaakte hij uit zijn winterslaap. In april was hij nog tien kilo te zwaar, terwijl het streefgewicht van tachtig zeker voor een wielrenner toch al aan de hoge kant schijnt te zijn. Hij won die maand wel een onbeduidend koersje in Portugal (de ronde van Alentejo) en trok zich vervolgens in het diepste geheim terug op de wielerbaan van San Sebastian. Daar testte hij een meer aerodynamische houding op de tijdritfiets. Sommigen herkennen daarin tekenen van zwakte of onzekerheid. Indurain geloofde altijd wel in de heilzame werking van geavanceerd materiaal (zie zijn Espada), maar bekommerde zich nooit om de zit. Echavarri wimpelde al die vooroordelen weg: “We hebben hooguit wat details aangepast. Voor het overige volgen we hetzelfde programma als andere jaren.”

Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc heeft ook wat details aangepast. Een klim- en een gewone tijdrit inplaats van twee soloraces op het vlakke. En de strafschoppenserie van het wielrennen - de ploegentijdrit - is voor dit jaar afgeschaft. Die laatste maatregel kan moeilijk een streep door de rekening van Indurain worden genoemd. Zijn ploeg Banesto is niet een groep vedetten en subtoppers, maar Indurain en acht min of meer anonieme helpers. Op de UCI-ranking kelderde de Spaanse formatie van de vijfde plaats, die ze begin dit jaar innam, naar de dertiende halverwege het seizoen. Misschien is de non-kwaliteit van de ploeg zijn grootste tegenstander. Maar misschien zijn Once (met twee eerzuchtige kopmannen) en Mapei (Rominger, maar ook Olano en voor de dagprijzen Museeuw) wel weer te sterk. Dus moet Indurain veel alleen doen en neemt hij, als altijd, kansloos geworden (Spaanse) ploegen in de slag.

Wie overigens het gevoelsleven van Indurain doorgrondt, komt er achter dat de individuele tijdrit in zijn optiek meer een vorm van door de rechter opgelegde dienstverlening is dan een shot adrenaline in het bloed. In Sport International zegt hij daarover: “Een tijdrit betekent een periode van zwaar lijden. Niemand vindt het leuk om gedurende langere tijd een maximale inspanning te moeten leveren. Een tijdrit is eigenlijk een hele nare belevenis.”

Voor Indurain is dat een opmerkelijke uitspraak. Niet de mening op zich komt als een schok over, het feit dat hij naar buitenuit zijn diepere gedachten de vrije loop laat, mag verbazingwekkend worden genoemd. Gemakshalve nam hij nooit de moeite een andere taal dan Spaans te leren. Dat scheelde een hoop interviews. In dat opzicht heeft hij van zichzelf een tragische figuur gemaakt. Een fantastische renner, een superatleet, maar de uitstraling van een plastic koffiebekertje. Die het publiek overigens niet negeert - hij deelt handtekeningen uit als ieder ander, hij vertelt over zijn vrouw en kind als ieder ander - maar die, wanneer hij over drie weken daadwerkelijk historie schrijft, dat wapenfeit ogenschijnlijk voor kennisgeving aanneemt. Het is 'gewoon' een overwinning. Nummer 131 of 132.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden