Het irritante ongeduld

De kiezer liet op 15 mei weten dat het in Den Haag anders moest, en beter. De LPF heeft aan het eerste deel van die boodschap gevolg gegeven; de partij heeft een unieke stijl van politiek bedrijven. Maar beter? Volgens Willem Breedveld zijn de LPF-strapatsen afgrijselijk.

Met de laatste verkiezing is het politieke landschap zo grondig overhoop gehaald dat het aantreden van een compleet nieuwe regeringsploeg met een dito program niet meer dan logisch was. De aardverschuiving was immers het resultaat van gevoelens van onbehagen onder veel kiezers. Die pikten het niet meer zoals het nu ging.

Het moest anders en beter. En omdat de LPF op de golven van dit onbehagen een spectaculaire entree had gemaakt en het CDA de grootste partij was geworden lag een combinatie van die twee voor de hand, samen met de VVD. Die partij had weliswaar fors verloren, maar kon zich het best vinden in het gedachtegoed van de andere twee.

Tot zo ver alles goed. Maar de geest die zich sindsdien van de LPF heeft meester gemaakt, althans van het deel dat zegt deze beweging te vertegenwoordigen, tart elke beschrijving. Hier is sprake van een ongeduld, een vlerkerigheid, een stijl van politiek bedrijven die we nog niet eerder hebben meegemaakt.

Terwijl half Nederland met vakantie is, ontrolt zich in het thuisland een spektakel dat onder geen noemer te vangen lijkt. Vooralsnog zijn de meeste toeschouwers geneigd deze strapatsen te vergoelijken met een verwijzing naar de onervarenheid van de LPF. Maar wie goed kijkt kan een gevoel van afgrijzen nauwelijks onderdrukken.

Het eerste signaal dat er iets mis was, zond de vice-premier van de LPF uit, de minister van volksgezondheid Eduard Bomhoff. De presentatie van het nieuwe kabinet werd overschaduwd door berichten dat de kersverse staatssecretaris van emancipatiezaken, Philomena Bijlhout, de partij, de formateur en de kiezer maar wat op de mouw gespeld had. Zij was nog lid van de Volksmilitie ruim na de bloedige coup van Bouterse, zo bleek.

Een politieke doodzonde, dat liegen, maar niet voor Bomhoff. Want, zo vertelde hij, haar misstap staat in geen enkele verhouding tot wat we hier in de Tachtigjarige Oorlog hebben meegemaakt. Waar maken we ons druk over?

Bij zulke uitspraken sta je even te knipperen met de ogen. Het is echter kruimelwerk in vergelijking met wat deze minister in de uren daarvoor al bleek te hebben gepresteerd. Nog voor zijn beëdiging had Bomhoff een topambtenaar op zijn departement de wacht aangezegd. Waarom weet niemand. Van een verstoorde verhouding kon geen sprake zijn, om de simpele reden dat die twee nog niet eens met elkaar gesproken hadden. Bomhoff meende gewoon recht te hebben op het Amerikaanse systeem, waarin ministers naar believen over hun ambtenaren kunnen beschikken. En Bomhoff was niet de enige LPF'er die er zo over dacht. Mat Herben liet weten dat er op andere, door de LPF bemande departementen ook topambtenaren het veld moeten ruimen.

Het kostte premier Balkenende de nodige zweetdruppels om dit gedrag van de vice-premier goed te praten. Nederland kent geen Amerikaans systeem, sprak hij. Nederland is ook niet van plan zo'n spoilsystem te introduceren. Maar Balkenende kon het zich vanwege de goede verhoudingen in het kabinet niet veroorloven Bomhoff een schrobbering te geven. En zo moest hij tandenknarsend het verwijt van de oppositie incasseren dat het de minister toch maar gelukt was een op zijn departement op handen gedragen topambtenaar bij het grofvuil te zetten. Bovendien was er geen enkele garantie dat deze praktijk zich in de toekomst niet zou herhalen.

Vervolgens was het de beurt aan minister Heinsbroek van economische zaken. In een interview met de Volkskrant haalde hij het nog maar net afgesloten strategisch akkoord onderuit. Aardig bedacht, om een paar jaar te wachten met het teruggeven van het kwartje van Kok en het afschaffen van de onroerendezaakbelasting. Maar, sprak Heinsbroek, de economie heeft nu een oppepper nodig. Het terugdringen van het overheidstekort moet daarom maar even op zich laten wachten. Trouwens, als het een beetje meezit, verdienen we het geld met deze lastenverlichting gewoon weer terug. In de goede oude tijd van het kabinet-Den Uyl noemden we dat een inverdieneffect.

Heinsbroek moest smakelijk lachen toen de Volkskrant hem erop wees dat hij dit plannetje van tevoren had doorgesproken met Ferry Hoogendijk, de vice-fractievoorzitter van de LPF. In de oude politiek heette dat monisme, achterkamertjespolitiek. Jammer dan, meende Heinsbroek.

Nu we het toch over Hoogendijk hebben. Die las vrijdag 2 augustus in De Telegraaf dat er in zijn partij commotie was ontstaan over het feit dat een oud-adviseur van VluchtelingenWerk Nederland en bestuurslid van de PvdA, afdeling gemeente Opmeer, zal optreden als rechter in de zaak Volkert van der G., de vermoedelijke moordenaar van Pim Fortuyn. In datzelfde artikel las hij ook dat zijn fractiegenoot, de jurist Jim Janssen van Raay 'geschokt' was en de familie Fortuyn het advies aan de hand deed deze rechter te wraken. Van Raay verklaarde later juist tegen wraking te zijn. Maar die boodschap was Ho0gendijk kennelijk niet tijdig ter ore gekomen, want diezelfde vrijdagavond eiste hij op hoge toon het terugtreden van deze 'links-activistische' rechter.

Zo'n inmenging van de politiek in de onafhankelijke rechtspraak hebben we in Nederland nog niet eerder meegemaakt, zelfs niet in de roerige jaren zestig toen linkse mensen de rechterlijke macht verweten klassenjustitie te bedrijven. Zo'n inmenging is ook ongewenst. Zij lokt een proces uit dat onherroepelijk uitmondt in het aanwijzen van volksrechters.

En toen werd tot ieders verbazing Mat Herben aan de dijk gezet. Niet dat de fractie enig benul had wie hem zou moeten opvolgen. Men had er zelfs niet bij stilgestaan dat er niemand in de fractie zit met enige ervaring op dit vlak. Punt was gewoon dat zowel de fractie als de partij vond dat Herben onvoldoende gescoord had. Iemand anders moest de kar daarom maar trekken, liefst iemand die in zijn presentatie nog enige herinnering zou oproepen aan het optreden van Pim Fortuyn.

Het is waar, Herben was en is niet de begenadigde opvolger van Fortuyn. Toch loont het de moeite wat langer stil te staan bij het argument dat hij onvoldoende gescoord zou hebben. Hij zou zich hebben laten inpakken door Zalm, nota bene de grote verliezer bij de verkiezingen, en bij de verdeling van de ministersposten zou hij zich hebben laten afschepen met de mindere baantjes. Voor de LPF geen minister van justitie of binnenlandse zaken en ook geen minister van financiën.

Het klinkt allemaal even lamentabel, maar is het ook waar? In het strategisch akkoord heeft de LPF nagenoeg over de hele linie haar zin gekregen. Een harder asielbeleid is niet denkbaar, het land wordt volgestort met beton om de automobilist te gerieven, het kwartje van Kok wordt teruggegeven en het mes wordt gezet in de door Fortuyn gewraakte bureaucratie. Oké, het JSF-project gaat door, maar mag de LPF ook één concessie doen?

Dezer dagen hoorden we op de radio de regionale coördinator van de LPF in het noorden des lands, ene Van Aartsen. Dezelfde die vorige week maandagavond in 'Netwerk' het vuurtje tegen Herben had opgestookt. Hij verklaarde voor 'Stand.nl' glashard dat het asielbeleid nog veel harder had gemoeten. Hóe liet hij in het midden, maar als je vervolgens leest dat minister Nawijn kampen wil inrichten om alle illegalen op te sluiten, dan vraag je je af waar deze man op uit is. Deportatie?

Hetzelfde irritante ongeduld gaat schuil achter zo ongeveer alles waarmee de LPF zich nu manifesteert. Ieder normaal mens zou eerst de resultaten afwachten van het regeerakkoord en de nieuwe ministersploeg. De LPF wil echter hier en nu scoren.

Deze week was het weer raak, met de staatssecretaris van financiën, Van Eijk. In één klap wil hij het opgepotte geld van het spaarloon ontpotten en zo maar liefst zes miljard euro in de markt zetten. De economie heeft het nu nodig, zo redeneert Van Eijk, het zou daarom onredelijk zijn de werknemer een seconde langer op zijn geld te laten wachten, laat staan het te gebruiken om iets constructiefs te bedenken, bijvoorbeeld door het in te bouwen in de nieuwe levensloopverzekering.

En zo dringt de conclusie zich op: de LPF wil instant bevrediging. Deze LPF speelt in op het moderne consumentisme van de burger, die zijn behoeften ogenblikkelijk bevredigd wenst te zien. Liefst in een veilige, van vreemde smetten gezuiverde omgeving.

Ter wille van die veiligheid valt er met deze LPF'er ook best te praten over herstel van normen en waarden. Maar dan praten we wel over normen en waarden die voor anderen gelden. Want zelf heeft de LPF'er daar een broertje aan dood. Zo verklaarde het kamerlid Wijnschenk onlangs in het weekblad Adformatie ,,elke dag al twintig jaar ten minste één keer boven de tweehonderd kilometer per uur'' te rijden.

Deze LPF stuurt aan op een totale uitverkoop van materiële en immateriële zaken. Vooralsnog met de zegen van het CDA en de VVD. Maar met ieder nieuw spektakelstuk dat zich aandient, rijst de vraag: hoe lang nog?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden