Het instrument van Nienke Wind, haar voeten

Terwijl het publiek in pluchen stoelen zit, putten dansers hun lichaam uit. Danseres Nienke Wind (23) van Introdans vertelt wat haar voeten komend seizoen zullen meemaken.

Wil de fotograaf zo direct ook mijn voeten in beeld? Dat wil ik graag weten, want dan doe ik een leuk nagellakje op. Ik heb geen mooie voeten; in de bus zíe ik de mensen kijken als ik in de zomer sandaaltjes aan heb. Dus doe ik van alles om mijn voeten te vertroetelen: voetenbadjes, mooie teennagellak. Zo kan ik er nog íets van maken.

Ik ga mijn vierde seizoen in bij Introdans, daarvoor liep ik er een jaar stage, direct vanaf de Nationale Balletacademie. Ik repeteer nu voor 'Cantus' van Nils Christe en 'Orbo Novo' van choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui. Dat laatste ballet is een Nederlandse première en in een heel andere stijl dan we bij Introdans gewend zijn, acrobatisch bijna. We moeten veel op ons hoofd staan, en op de schouders steunen. Ik heb erge spierpijn in mijn nek gehad, en de choreografie is ook zwaar voor de benen. Soms moeten we binnen één tel vanaf een lig-stand weer terug op onze voeten staan. Dat is echt aanpoten, en oppassen dat je je enkels niet bezeert.

Ik heb niet het ideale danslichaam. Want ik ben van nature niet 'uitgedraaid', op zo'n manier dat de voeten naar buiten wijzen; dé klassieke balletpose. Ik moet het maximale doen -- mijn benen zo hoog mogelijk, zo ver mogelijk - anders ziet het er niet goed uit. Sommige meiden gaan op de grond liggen en klappen hun benen zó open, hopla. Als zij hun benen ietsje lager doen, ziet het publiek dat niet zo snel, omdat ze lenig en uitgedraaid zijn. Maar bij mij zul je dat altijd merken."

"Op dit moment heb ik last van de achillespees in mijn linkervoet. Er zit een zwelling op en na verloop van tijd wordt mijn voet stijf. Ik strek nu even wat minder ver mijn voeten door tijdens de repetities. En 'ijzen' 's avonds, dat doe ik ook. Dan zit ik thuis op de bank met een ijspacking onder mijn voeten om de zwelling tegen te gaan. Ondertussen zap ik een beetje langs tv-kanalen, of ik lees een boek.

Blaren, ja, die heeft ook iedere danser. Omdat dansen nou eenmaal veel wrijving geeft aan de vloer. Vooral met 'sliden' over de grond, een beweging die veel voorkomt in de dans, moet je uitkijken. Daarom is de beoefening van een goede techniek ook zo belangrijk. Als je die niet goed uitvoert, ligt je vel eraf. Dansers hebben allerlei manieren ontwikkeld om de voeten daartegen in te tapen, en daarin geven we elkaar ook adviezen. Er ligt in de studio altijd wel ergens een rol tape, mocht je die nodig hebben. Mijn blaren week ik in een sodabadje. Dat voelt fijn, dan reinig je ze goed. Een collega had een keer een heel grote blaar, toen heb ik haar een zakje soda meegegeven. Het is natuurlijk een lapmiddel, want de volgende dag moet je toch weer gewoon de studio in, en de blaar is dan niet weg. Goed beschermen is dan het enige wat je kunt doen, met grote pleisters, en daar dan weer tape omheen gewikkeld.

Blaren zijn onschuldig. Blessures, dáár zijn dansers bang voor. Een scheurtje in je pees, of in je bot, en dat het dan chronisch wordt. Vervelende ongelukjes, valpartijen en zo, die vrezen we ook. Ik heb geluk gehad, maar er is eens een collega tijdens een voorstelling door haar enkel gegaan. Ik was haar 'dubbel' en heb haar rol tijdens de volgende voorstellingen overgenomen.

Bij Introdans werken twee fysiotherapeuten, en hun deur staat open. Er zijn dansers die wel-eens blessures verzwijgen omdat ze bang zijn dat ze te horen krijgen: dans maar even een poosje niet. En dat is zó ondenkbaar. Meestal gaan we wel gewoon naar de fysiotherapeut, omdat we weten dat de blessure anders een groter probleem kan worden dan ze op dat moment is. Maar we zullen niet snel een voorstelling overslaan. Dansers wíllen op toneel staan, wíllen dansen. Zo zijn we gevormd, want als je al als kind weet 'dans is wat ik wil doen' dan ga je dóór, met pijn en al.

Op mijn vijfde, tijdens mijn eerste lessen op de lokale amateurballetschool, oefende ik de spagaat. Dat deed pijn. Maar ik wilde die spagaat wél kunnen maken. En zo groei je in de pijnervaring. De pijngrens van dansers ligt daardoor hoog. Je kunt zelf redelijk goed inschatten, denk ik, hoe erg het is. We zijn zo één met ons lichaam, kennen het zo door en door, maar vaak overheerst de emotie. Het is moeilijk om te zeggen: nu is de grens bereikt, nu moet ik stoppen. Er is een grijs gebied tussen weten en doen.

Adrenaline

Een danser heeft altijd pijn, dat hoort er gewoon bij. Als het te erg wordt, kun je een keer een belastende beweging overslaan. Tijdens een repetitie althans, bij een voorstelling kan dat niet, dan gá je gewoon. Dat gebeurt vanzelf, door de adrenaline. De pijn is er, en kan geen kwaad, vind ik. Sommigen slikken wel een pilletje als de pijn ze te erg wordt. Tijdens voorstellingen staat in de coulissen een EHBO-doos met pijnstillers klaar; paracetamol, ibuprofen. Maar ik slik ze niet, ik wil voelen, júist omdat ik niet de perfecte ballerinafysiek heb. De pijn is voor mij een indicatie van een eventueel aanstaande blessure.

Natuurlijk verzucht ik weleens dat ik eens een dagje géén pijn zou willen hebben. Die pijn zeurt namelijk ook gewoon door buiten de studio, buiten het theater, buiten Introdans. Ik heb vaak dat mijn voeten, mijn benen, overbelast 'voelen'; te vergelijken met groeipijn. Dan slaap ik met een kussentje onder mijn voeten, om de vermoeidheid te verlichten. Ik laat me door die moeë voeten overigens niet hinderen, hoor. Uitgaan doen ik best wel, maar als ik last heb, blijf ik wel het grootste deel van de avond op de barkruk zitten."

"Mijn voeten zijn mijn instrument, en zo ervaar ik dat ook echt. Ze maken het mij mogelijk om te kunnen doen wat ik graag wil doen. En daarvoor doorsta ik dingen die mensen buiten de danswereld misschien absurd vinden. Ik heb eens een tijdje mijn voeten expres níet gestrekt tijdens het repeteren, ik had last, en ik wilde de belasting minimaal houden. Maar daarna lukte het niet meer automatisch, dat strekken en het flexen. Ik kreeg van die flabbervoetjes, ze wisten niet meer hoe het moest. Dat was heel beangstigend.

Het verschil tussen de verschillende balletten in belasting voor je voeten is groot. Het begint al met het soort schoeisel dat je ervoor nodig hebt: dans je op slappe schoentjes, blote voeten of spitzen? Spitzenballet is het zwaarst, dan dans je op je tenen, op schoentjes met een vlakke, vierkante neus. De tenen zijn er als het ware 'ingepropt' en kunnen geen kant op. In de tweede helft van het Introdansseizoen staat er een spitzenballet op het programma. Je wéét als danser dat blaren en pijn en blessures van het dansen op spitzen je last kunnen bezorgen. Daarom moet je dan nu al eigenlijk beginnen met trainen. Maar door die achillespeesblessure kan ik daar beter nog maar even niet aan beginnen.

Traumanagels

Mijn voeten zijn vervormd door de jarenlange spitzentraining op de academie. De foto's van de voeten van balletdanser Rudolf Nurejev ken je misschien wel: fotografen als Richard Avedon en René Burri zoomden in op Nurejevs bult bij de grote teen, zijn kalknagels, eeltkloven. Door het dansen gaan je tenen naar binnen staan, op de knokkels ontwikkel je eelt. Verder kun je last krijgen van traumanagels, en soms vallen ze eraf. Zelf heb ik ooit een kalknagel gehad die steeds dikker werd. Dat deed zo'n pijn! Alles heb ik geprobeerd om er vanaf te komen, een antibioticakuur van drie maanden heeft uiteindelijk geholpen.

Tussen trainingen door dragen dansers sloffen om hun voeten warm te houden. Van die grote wollen, met een leren zooltje, moonboots zijn het meer. Wanneer het pauze is hoor je 'slof-slof-slof' door het gebouw, want echt iedereen loopt op die dingen. Grappig is dat die sloffen een vast onderdeel zijn geworden van de balletuitrusting, die ook aan trends onderhevig is. Nu is een bepaald merk 'in' - de Chanel onder de balletsloffen zeg maar - met printjes en verschillende kleurtjes. Daar word je echt vrolijk van."

Nienke Wind danst in het programma van Introdans: 'Something Old, Something New' dat vanaf 19 september door Nederland toert. www.introdans.nl

Rosemarijn Wenneker fysiotherapeut bij Introdans

"Het is voor een danser van belang zich te realiseren dat wat hij of zij nastreeft, anatomisch vaak niet kan. Dat betekent dat het lichaam veel zorg en onderhoud nodig heeft om te kunnen herstellen. Nienke is een danseres die goed voor haar lichaam zorgt, maar niet alle dansers doen dat. Vooral vroeger werd vaak gedacht in de dans: als je geen pijn voelt, dan ga je niet ver genoeg. Gelukkig ziet men tegenwoordig steeds meer dat maximaal belasten vaak niet het gewenste resultaat geeft, en dat je beter kunt streven naar optimaal belasten. Daar zoek ik met de dansers voortdurend naar.

De laatste jaren groeit het inzicht dat je dans ook als topsport kunt benaderen. Op het gebied van voeding, hersteltijden, mentale begeleiding en trainingsopbouw gebruikt de danswereld kennis uit de topsport. Maar ook tegenwoordig scoort een danser nog hoog op overbelasting van de gewrichten. Vooral de onderrug en de voeten zijn blessuregevoelig. Naast het forceren van de uitdraai van het heupgewricht en de daarbij ontstane techniekfouten belasten dansers hun voeten zwaar door sprongbelasting, herhaling van dezelfde bewegingen, wisselingen in trainingsintensiteit en van de ondergrond waarop ze dansen. Klassieke dans is daarnaast gericht op 'rélevé', op je tenen staan. Dat resulteert na een paar jaar bijna altijd in een spreidvoet, de bandstructuren zakken uit. Op plaatsen waar veel druk op de voet komt te staan, kan botvorming (exostosen) ontstaan. Dat is meestal op het hielbeen, door druk van de balletschoen, en op alle tenen. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, mits je als danser technisch goed blijft dansen.

Als er sprake is van een blessure kun je makkelijker tegen een topsporter zeggen dat-ie een tijdje moet stoppen, dan tegen een danser. Dansers uiten zich via de dans, de dans definieert hun identiteit. Ze kunnen daarom heel heftig reageren als je zegt dat ze rust moeten nemen. Daarom reik ik alternatieven aan die het herstel niet belemmeren, maar waarmee ze wel zo veel mogelijk door kunnen dansen. Bijvoorbeeld door delen van de dagelijkse balletles niet aan de barre, maar op de grond te doen, of door pilateslessen te volgen. Waar bij reguliere patiënten gedoseerde rust al voldoende is voor herstel, kies ik bij dansers alsnog voor een ondersteunende tape of bandage, zodat ze in een vroeger stadium al meer kunnen belasten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden