Middelbare scholen

Het infectierisico versus psychologische problemen: kunnen middelbare scholen weer open?

Een medewerker van het Haags Montessori Lyceum richt de fietsenstalling zo in dat je er maar op één manier doorheen kan en er eenrichtingsverkeer ontstaat.Beeld ANP

Epidemiologen en kinderpsychiaters zijn het erover eens dat tieners terug de schoolbanken in moeten: hun welzijn staat op het spel.

De anderhalvemeterregel legt het voortgezet onderwijs lam. Slechts een kwart van de klas mag naar school komen. Kinderen krijgen vaak maar een paar uur per week les. Maandag bespreekt het OMT, het deskundigenteam dat het kabinet adviseert, of die regel op middelbare scholen medisch noodzakelijk blijft. Het kabinet weegt het infectierisico af tegen de psychische gevolgen voor tieners. Woensdag moet meer duidelijk worden. Vier vragen over dit dilemma.

Waarom geldt op middelbare scholen wél de anderhalvemeterregel, en op basisscholen niet?

Niet voor hun eigen gezondheid: scholieren worden zelf vrijwel nooit ernstig ziek. Wel raken oudere kinderen vaker besmet dan jongere kinderen. Besmette tieners verspreiden het virus waarschijnlijk minder snel dan volwassenen, zegt Patricia Bruijning, kinderarts-epidemioloog bij UMC Utrecht. “Een recent onderzoek schat dat maar 20 procent van de besmette tieners symptomen ontwikkelt, terwijl dat bij 60-plussers zo’n 70 procent is.” Zonder hoesten is de kans kleiner dat iemand een ander besmet.

Maar is een tiener wel besmettelijk, dan kan het virus zich snel verspreiden. Op een middelbare school zitten meer kinderen, afkomstig uit een groter achterland. Meer dan basisscholen vormen ze een potentieel virus-knooppunt. Dat is was voor het OMT tot dusver reden voor voorzichtigheid.

Waarom is het zo belangrijk dat kinderen weer naar school gaan?

Hoogleraar kinderpsychiatrie Arne Popma (Amsterdam UMC): “School is de grote gelijkmaker. Niet alleen de plek waar je leert rekenen en schrijven, maar ook waar je sociale netwerk ligt, je je motivatie vindt en de plek om je veilig te voelen. We zijn nu aan het leren wat isolatie doet met kinderen. Vaak is het zo dat je pas maanden, en soms zelfs jaren nadat psychische problemen zijn ontstaan, er als therapeut door een kind bij betrokken wordt. Er heerst schaamte over. Dus het verbaast me niet dat de zorgvraag van kinderen op dit moment nog niet meetbaar is toegenomen. Wat we wel weten van de afgelopen crisis is dat economische zorgen kinderen veel stress en onzekerheid opleveren. Tieners zijn bevattelijk voor psychische klachten. Ze sterven vaker aan suïcide dan aan kanker of een verkeersongeluk. De impact van psychische problemen in je jeugd is groot: het kan de kwaliteit van de rest van je leven sterk beïnvloeden. Onder kinderpsychiaters en jeugdhulpprofessionals is er consensus dat het superurgent is dat kinderen elkaar en vertrouwde volwassenen weer live kunnen zien op school.”

Is na drie maanden met (half-)dichte scholen al sprake van beginnende psychische problemen?

Kinderpsychiater Peter Deschamps (UMC Utrecht): “Drie maanden is nog te overzien, maar bedenk dat kinderen op z’n vroegst pas in september weer normaal naar school gaan. Als de maatregelen niet veranderen, dan zitten ze straks een jaar grotendeels thuis. Dat is voor een vmbo’er of havist een kwart of een vijfde van de middelbareschooltijd. Dat heeft gevolgen, zeker voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. 

Contact met je leraar draait niet alleen om zijn of haar vak. De leraar heeft voor pubers ook een voorbeeldrol. Jongeren leren zich tot hun leerkrachten verhouden, en dat is voor sommige kinderen een hele leerzame worsteling. Bovendien kan een leraar zien hoe het met een kind gaat, vragen stellen over de thuissituatie, opmerken als iemand ergens moeite mee heeft en laten zien hoe je met elkaar omgaat.” 

Kunnen de regels veilig versoepeld worden?

Ja, vindt Frits Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie aan de Universiteit Leiden. “Anderhalve meter is maar een maat”, stelt hij. Eén meter is volgens hem ook voldoende. Dat zou het scholen een stuk makkelijker maken het onderwijs in te richten. Rosendaal wijst erop dat nog maar een kleine groep Nederlanders het virus heeft, waardoor het risico op besmetting veel lager is. “Op het ogenblik zou ik redelijk veel durven.” Volgens hem zijn het vooral leraren die een gezondheidsrisico lopen. Zij kunnen wél anderhalve meter afstand blijven houden.

“Als het nu niet kan, wanneer dan wel”, zegt ook Patricia Bruijning van UMC Utrecht. Ook zij vindt één meter op scholen inmiddels acceptabel, mits het effect gemonitord wordt.  “Uit onderzoek blijkt dat de grootste winst zit in die eerste meter. Met één meter afstand neem je het grootste deel van het risico weg. En een beetje risico weegt mogelijk op tegen het belang van goed onderwijs.”

“Tieners zijn hongerig naar menselijk contact", zegt Rosendaal. “Eén meter afstand, dat is nog aan ze te verkopen.”

Lees ook:

Ouders in opstand tegen gebrek aan perspectief op middelbare school: Onze kinderen vervlakken

Ouders komen in opstand tegen het gebrek aan perspectief dat hun kinderen in het voortgezet onderwijs geboden wordt. ‘Ze lijken wel een vergeten groep.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden