Review

HET IMMENSE EN ONVERTAALBARE OEUVRE VAN HUGO BRANDT CORSTIUS Zondagmiddag in Sparta. Net zondagmiddag in Etten-Leur

Piet Grijs, 'Schuld en boete', Amsterdam, Querido, 1993, 134 blz. - f 25,-. Battus, 'Letterkunst' idem, 167 blz. - f 25,-. Maaike Helder, 'Onbewolkt', idem, 105 blz. - f 25,-. 'Talismania', idem. 91 blz. - f 25,-.

“Ik ga er later een maken waar alles in staat. Dus je zoekt Kees de Jongen op en dan lees je de hele Kees de Jongen en je eigen naam en je leest alles over jezelf en de laatste zin van het stukje is: zocht zijn eigen naam in encyclopedie op. Bij mijn naam: zocht zijn eigen naam in encyclopedie op die hij zelf geschreven had, dus hij wist al dat dit er stond. Foto's en tekeningen mogen niet, dan kan je wel bij alles een plaatje zetten of sterrekers planten op de bladzij waar sterrekers staat, het moet helemaal in woorden.”

Hij werkt dit idee van een encyclopedie waar alles in staat nog veel verder uit, zonder zich erg te bekommeren om logische tegenstrijdigheden in de opzet, en komt tot de volgende montere conclusie: “Het boek is zo dik dat je dood bent voor het uit is. Maar wie nu dood gaat weet ook niet alles, dus dat geeft niet.”

Deze negenjarige is al helemaal de latere Brandt Corstius. Hij is geinteresseerd in inventarisaties, hij vraagt van zijn fantasie geen half werk maar het uiterste, hij houdt van redeneren en wil graag de logica tarten, hij weet dat het allemaal draait om taal. Een van de eerste boeken die hij zal schrijven, heet 'Ik sta op mijn hoofd' en dat is zo ongeveer de kortste samenvatting van zijn standpunt: Brandt Corstius wil per se zijn hersens gebruiken en hij zet de dingen graag op hun kop.

Er zijn nu van hem tegelijkertijd vier boeken verschenen, waarvan de omslagen, als ze op de juiste manier tegen elkaar aan worden gelegd, een reusachtig spinneweb laten zien. Dat zal wel betekenen dat de verschillende auteurs van de vier boeken - Maaike Helder, Battus, Piet Grijs en Talisman - allemaal onderdeel zijn van het hersenspinsel van Brandt Corstius. En zo is het ook. Onder welke namen hij ook schrijft, en er zijn er in het verleden nog andere geweest, zoals Stoker, Victor Baarn, Jan Eter, Dolf Cohen, Peter Malenkov, ze blijven onveranderlijk herkenbaar als spreekbuis van Brandt Corstius.

Er is natuurlijk wel een zekere taakverdeling. Piet Grijs reageert over het algemeen op de actualiteit, hij brengt reputaties in discrediet, spreekt zich uit over politiek en moraal. Vandaar dat zijn boek 'Schuld en boete' heet. Battus is de uitvinder van de Opperlandse taal- en letterkunde, waarin woordbetekenis van minder belang is dan woordvorm. Hij brengt dat Opperlands in de praktijk, maar ook, zoals deze keer, kan hij taalverschijnselen of boeken door een Opperlandse bril bekijken. Vandaar dat zijn boek heet 'Letterkunst'.

Maaike Helder is een columniste die in eenvoudige taal dingen van alledag bespreekt, opgewekt, geen zeurpiet, vandaar dat haar boek 'Onbewolkt' heet. Talisman, ten slotte, is zoals zijn naam al zegt een man van de taal en als zodanig komt hij dicht in de buurt van Battus. Hij maakt taalpuzzels, waar de lezers van zijn rubriek, en ook hijzelf, oplossingen van geven. Welk woord vertaal je in het Frans door het om te draaien? Wat rijmt er op leemte? Door dat soort formele taalkwesties is Talisman gefascineerd. Vandaar dat zijn boek heet: 'Talismania',inderdaad een taalmaniakaal boek.

Al lijken al deze afsplitsingen van Brandt Corstius dus wel uit elkaar te houden, er moet meteen bij worden gezegd dat er ook veel overeenkomsten zijn. De belangrijkste overeenkomst, dunkt me, is de nadruk die bij alle vier komt te liggen op de taal en dan meer in het bijzonder op hoe er van de taal gebruik wordt gemaakt. Battus en Talisman gaan daar het verst in. Een van de opgaven van Talisman betreft het gebruik van rare verleden tijden, 'Verloden Tiet', en zijn voorbeeldtekst luidt als volgt:

“Wil Dreus vree met Ben Blijk.

Ben miek komkommersla, maar hij wist niet hoe dat moette.

Wil ist 't en kloeg: 'Da's kwamkwammersloeg, dan vroot ik nog liever lievercakejes.'

Ben dorst geen eed te zweren, want als je een leugen zwoer, dan zwoei er wat.

Ben orf van zijn opa twee kleden. Wil zwam de zomen, mies de gaten en bree de randen. Toen schee ze uit.

Het vroor dat het kriek en Ben noor zo luide dat het plafond losriek. Het leek of de aarde boof. Ben loech zich een kriek.

Wil wrak zich en zwoei Ben ten afscheed.

Was Bleek zee: 'k Hieuw van Wou Dreus!'

Hebt u het gesnopen? Kin u meer rare verleje teden van werkwoorden? Kin u er geen herinneren, dan moet u ze verzinneren.'

Dit is een fantastische tekst, die uit puur woordspel bestaat. Talisman haalt met zinnen, woorden en letters dingen uit die alleen maar verzonnen kunnen worden door iemand die in volkomen vrijheid met de taal omgaat.

Ook Battus, de praktische Opperlander, weet wat spelen is. Hij heeft al een reeks boekjes gewijd aan letters. Hij heeft een becommentarieerde verzameling van, zoals hij ze noemt, 'symmys' gemaakt: dat zijn teksten waarvan de letters van achter naar voor dezelfde rij vormen als van voor naar achter. Vijfentwintighonderd, waaronder naar alle waarschijnlijkheid heel wat van eigen maaksel, heeft hij er bijeengebracht uit talen als het Russisch, Grieks, Latijn, Fins, Engels, Fries, Nederlands, Spaans en Duits. Battus' hoofdwerk is de 'Opperlandse taal- en letterkunde', waarin het Opperlands staat gedefinieerd als “Nederlands met vakantie”. Als een taal met vakantie is gelden er andere regels dan wanneer een taal aan het werk is.

Naast de prakticus Battus is er ook de essayist, die op een eigenzinnige manier literatuur leest, woordenboeken fileert, vertalingen onder de loep neemt, kortom zich over de taal buigt die hij als lezer onder ogen krijgt. Niet zelden nemen zijn waarnemingen Opperlandse proporties aan, zoals in de bespreking van Vestdijks verhalenbundel 'De dood betrapt', waarbij hij de klinkerfrequentie nagaat. In een aantal vertalingen uit het Russisch let hij vooral op het gebruik van de lidwoorden de, het en een. “Het Russisch kent geen lidwoorden. In een Nederlandse roman van 70 000 woorden horen 6000 lidwoorden te zitten. Maar in de drie Nederlandse vertalingen waar ik het over heb staan maar 4000 lidwoorden. Waar zijn die tweeduizend de, het en een heen? Voornamelijk vervangen door bezittelijke (zijn, hun) en aanwijzende (deze, dat) voornaamwoorden.” Van dit soort tellerijtjes wemelt het bij Battus.

Lui kan hij niet genoemd worden. Het is zelfs niet goed te begrijpen hoe een mens de tijd vindt om al die, vaak zeer tijdrovende, onderzoekingen te verrichten. Neem de zeven stukken over de nieuwste druk van 'Van Dale'. Battus richt zich speciaal op de citaten, maar om die te achterhalen moet hij de 3600 bladzijden van het woordenboek doorlezen om de 16 000 citaten te vinden. Hij kan wat de literaire citaten betreft dan tot de slotsom komen: “Volgens mij heeft Van Zomeren 58 citaten, waarmee hij met een banddikte verliest van J.J. Voskuil, en de tweede, derde en vierde plaats deelt met Brakman en Maarten 't Hart. Na deze eerste vier komt de eenzame fietser Kuik binnen, gevolgd door het peloton met vooraan Biesheuvel, Hermans, Claus en Campert met de armen om elkaar heen, en Nooteboom.” De 'Van Dale' wordt overigens niet misselijk becritiseerd, en naar mijn indruk houtsnijdend.

Soms zou iets van Battus ook wel van Piet Grijs kunnen zijn, of andersom. In 'Schuld en boete', van Grijs dus, staat een gedeelte dat 'Taal' heet en uit het stukje 'Heus leuk' kan iedereen direct opmaken dat er in Grijs een Battus schuilt: “Er was eens een keurige man die in de heuvels achter Leusden woonde. Zijn naam was Teun Meulemans. Al jaren was hij procureur bij de Beurs. Tikje sikkeneurig soms, en, zoals we zullen zien: behoorlijk preuts.” Maar ook als taal niet zo duidelijk het onderwerp is, schrijft Grijs bijzonder taalbewust. De taal zelf, waarmee hij het zeggen wil, is nooit uit zijn gedachten en daardoor ligt bij hem de nadruk op hoe hij het zegt, ook al is de inhoud bij Grijs niet secundair. Een mooi voorbeeld van van taalbewustheid is het begin van 'Sparta':

“Zondagmiddag in Sparta. Net zondagmiddag in Etten-Leur. Ik ben nog nooit in Etten-Leur geweest. Ik ben net aangekomen in Sparta en ken alleen het autobusstation. Ik weet dat dit Sparta niets met het oude Sparta te maken heeft. Ik was in het geheim supporter van Sparta omdat iedereen altijd Athene zo ophemelde. Ik weet dat dit al de vijfde zin is die met ik begint.”

De stukken over de Golfoorlog, waar Grijs overigens als een van de weinigen zeer tegen gekant was, gaan ook over taal en denken. Grijs leeft zich in de geest in die voor de oorlog is: “Wij zijn rijk en dat is goed. Wij zijn goed en dat is machtig. Wij winnen. Zij verliezen. De wereld is perfect. En als ergens nog een klein oneffenheidje is, dan sturen we er een kruisraket op af om het glad te strijken. Wrijf in uw handen. Gefeliciteerd: u bent het rijkste en het beste in de wereld.” En Saddam laat hij als volgt allittereren: “Ik ben slecht en ik ben sluw. Ik ben gek en ik ben gevaarlijk. Allemaal waar. Hoe zou ik het trouwens, als erkende gevaarlijke gek en sluwe slechterik, kunnen ontkennen? De wereld zit vol slechte mensen, sluwe mensen, gekke mensen, gevaarlijke mensen. Hoe komt het dat ik van al die mensen de bekendste, de gevreesdste, de meest besprokene ben?”

Grijs is de meest polemische van het viertal (hij lijkt daarin op de vroegere Stoker). Het moet niet leuk zijn om, zoals het Carel Peeters, Aad Kosto, Bart Tromp en Andreas Burnier in dit boek overkomt, het slachtoffer te zijn van Grijs' furie. Tot zijn vaste vormgevingsprincipes behoren overdrijving, uitvergroting, omkering en dergelijke, allemaal manieren om het gesignaleerde kwaad overtuigend en onontkoombaar naar voren te brengen. Er zitten rabiate kantjes aan sommige bestrijdingsmethoden, niet onvergelijkbaar met de taalmaniakale experimenten van Battus en Talisman.

Maaike Helder, de minst bekende denk ik van Brandt Corstius' pseudoniemen, heeft het over allerlei dagelijksheden, zoals de omgang met mannen, het ophouden met roken, het huishouden. Haar vriendin heet Agnes en ze komt geregeld uit Peter van Straatens column de column van Maaike binnenlopen. Hoe oud is Maaike? Een jaar of veertig? Ze woont alleen, en heeft soms een vriend. Aan de onderwerpen die ze bespreekt, en hoe ze dat doet, is wel af te lezen dat zij een vrouw is, maar over het geheel genomen redeneert en schrijft ze toch als een echte Brandt Corstius. Ook in haar column, die van de verhalende of beschouwende columns van HBC de kortste is, speelt taal en het plezier in taalspel een voorname rol. De overwegingen aangaande de 'Opscheplepel' kunnen dat bewijzen:

“De opscheplepel is groter dan de gewone lepel. Waarom is de gewone lepel niet even groot als de opscheplepel? Omdat de opscheplepel dan niet meer in je mond zou passen.

De opscheplepel is een buitengewoon onaangepaste lepel. Het is de lepel van de Grote Bek. Het is de lepel van de moeder-overste, van de bedeling, van het kwakken met voedsel.

De soeplepel heeft nog iets aandoenlijks met zijn diepe onderkin als van een koe. De aardappelopscheplepel heeft nog iets boers met zijn brede grijper. Maar de opscheplepel, die niets anders is dan een uit zijn krachten gegroeide monstrueuze eetlepel, is een hollebolle lepel die uit hebzucht en luiheid zo groot is geworden dat hij in geen mond meer past en in de keukenla ook in de weg ligt. De opscheplepel staat protserig en zelfingenomen in de brijpot.'

De proteische, maar bij alle gedaanteveranderingen toch zozeer zichzelf blijvende Brandt Corstius moet een unicum zijn. Hij heeft natuurlijk wel aanrakingspunten met schrijvers als Chlebnikov, Charms, Krol, Queneau, Carroll, Nabokov, Perec, om er maar enkelen te noemen. Maar in een dergelijk rijtje neemt hij toch een heel eigen plaats in. Het is jammer dat ze in het buitenland geen kennis kunnen nemen van zijn immense oeuvre (waarvan maar een fractie gebundeld is), aangezien het voor het overgrote deel onvertaalbaar is. Het is in het Nederlands geschreven, dat wel, maar het gaat ook over het Nederlands, en dan nog vaak over het Nederlands wanneer het met vakantie is. Vandaar dat het buitenland, hoe graag ze het ook mogen willen, niet beschikt over Battus, Talisman, Grijs en Helder. Wij alleen kunnen ze lezen en daar mogen we ons gelukkig om prijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden