Het IJ is één grote baarmoeder voor exotische kwallensoort

amsterdam – Honderden kleine slijmachtige druppels schitteren in de felle zon boven het Amsterdamse IJ: kwalletjes. Ze zitten gevangen in de 8 meter lange fuik die palingvisser Piet Ruyter binnenhaalt in de Beringhaven. Er zitten maar een paar palingen in de netten. „De fuik is haast niet te tillen door al die kwallen. Dat is heel vervelend, want je denkt: ’wat een vangst’, maar er zitten dan nauwelijks vissen in.”

Ruyter vist al meer dan dertig jaar in het westelijke havengebied van Amsterdam, maar de laatste jaren vindt hij in de zomer steeds meer van deze kleine kwallen in zijn fuiken terug. Het zijn Amerikaanse ribkwallen afkomstig van de Amerikaanse westkust. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk meegereisd met het ballastwater van schepen.

„Er zitten miljoenen, misschien wel miljarden van in het water”, vertelt stadsecoloog Martin Melchers. Hij vergezelt Ruyter vandaag op zijn vissersboot de ’Debbie 2’. Melchers brengt de natuurlijke oevers in het havengebied in kaart, terwijl Ruyter zijn fuiken ophaalt.

Met een schep vangt Melchers kwalletjes in het water van de Moezelhaven. Ze zijn niet groter dan vijf centimeter en hebben een blauwe waas. Hij houdt de schep, die gevormd is als een grote doorzichtige tabakspijp, in het zonlicht. Voorzichtig pakt hij een kwalletje. „Het is snot, het hoort eigenlijk in een zakdoek”, lacht hij als hij met zijn vinger het slijmachtige dier aait. Het barst meteen uit elkaar tot een slijmerige vloeistof.

Voor de mens zijn de kwallen ongevaarlijk, maar voor de dieren in het water zijn ze wel een gevaar.

In de jaren tachtig en negentig zorgden de kwallen in de Zwarte Zee en de Kaspische Zee voor een dramatische verlaging van de visstand. Ze eten namelijk het zoöplankton dat de voedselbron is voor veel van de dieren in het water. Daarnaast eten de kwallen visseneitjes, jonge vissen en krabben. En gevangen in de fuiken verstikken ze de vissen en krabben, doordat ze zuurstof opnemen.

„Kijk maar”, Ruyter houdt een vers gevangen Chinese wolhandkrab omhoog. Die blaast belletjes schuim uit zijn bek, maar beweegt zich niet. „Normaal probeert ie je te grijpen.”

Melchers: „Al deze kwallen moeten eten en dat moet effect hebben op de dieren in het water.” Dat de kwallen in zulke grote getallen in het havengebied voorkomen is volgens hem het gevolg van de goede omstandigheden in het water: „En omdat ze zichzelf bevruchten, doen ze het hier uitstekend. Eigenlijk is het hier één grote baarmoeder voor ze.”

De stadsecoloog denkt niet dat er sprake is van een plaag. Hij heeft in de loop van de tijd veel nieuwe soorten hun intrede zien doen in het havengebied, zoals de trompetkalkkokerworm uit Australië.

„Dit is een interessant havengebied met een opeenhoping van biodiversiteit”, zegt Melchers. „Schepen nemen voortdurend nieuwe soorten dieren mee. Maar al die kwallen beginnen wel een arbotechnisch probleem te worden voor vissers.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden