Het idee was zo aardig

interview | Vijfentwintig jaar later nog eens kritisch terugkijken op je ontwerp. Dat zouden meer architecten moeten doen, vindt Marlies Rohmer. Ze leert veel van de fouten die ze maakte in vinexwijken.

Wat een deceptie. Architect Marlies Rohmer kon haar ogen niet geloven toen ze na jaren terugkeerde in de Landstrekenwijk in Lelystad. Help, wordt er hier zoveel ingebroken? Dat was het eerste wat in haar opkwam. Zo stevig hadden de bewoners van het door haar in 1999 ontworpen vinexwijkje met goedkope koopwoningen de boel gebarricadeerd. Pal voor de mooie grote serres aan de voorkant waren schuttingen neergezet. Bij andere woningen waren rolluiken op de gevel gemaakt.

De bewoners hadden daar allerlei praktische redenen voor, vertelden ze Rohmer. De een zette zijn auto achter de schutting. Een ander had rolluiken aangebracht, omdat hij dan geen gordijnen hoefde te kopen. Rohmer: "Als architect kun je van tevoren niet verzinnen dat mensen zoiets doen." Maar ze heeft er wel van geleerd. "Als je vrij experimentele woningen ontwerpt voor mensen met een kleine portemonnee, moet je dat zo solide doen dat ze er visueel niks aan kunnen verpesten. Bijvoorbeeld door te zorgen voor luiken of andere buffers. En meteen hagen planten zodat er niet van die lelijke schuttingen komen."

Twee jaar lang toerde Marlies Rohmer met een busje door Nederland om haar oudere gebouwen weer op te zoeken. Ze kwam in vinexwijken, in oude binnensteden en plattelandsgemeenten. De afgelopen 25 jaar heeft ze door het hele land heen gebouwd. Ze sprak ook met de bewoners over hun ervaringen. Een hele checklist werkte ze af. Zijn de gebouwen mooi verouderd? Zijn ze tijdloos of te modieus? Is het prettig en praktisch voor de gebruikers? Hoe is het binnenklimaat? Zijn ze al verbouwd en zo ja, is het daar mooier van geworden of is er niets overgebleven van het oorspronkelijke concept? Wordt het goed onderhouden? Hoe functioneren ze in hun omgeving?

Rohmer kwam op het idee om terug te gaan, toen de duurzaamheidsdiscussie losbarstte. Hoe duurzaam zijn mijn projecten, vroeg ze zich af. Dat is ongebruikelijk voor architecten. "Ik ben de enige die dat op grote schaal doet. Het liefst laten we onze projecten fotograferen als ze af zijn en de gebruikers er nog niet in getrokken zijn. Alles is dan nog spic en span. Kritisch kijken naar je oude werk en constateren dat het niet goed heeft uitgepakt of beter had gekund, vraagt dat je stevig in je schoenen staat. Je moet het wel durven, natuurlijk, de draak steken met je eigen werk. Het scheelt dat ik veel prijzen heb gewonnen en mijn sporen wel verdiend heb als architect."

Toch zou elke architect dit moeten doen. "Het is belangrijk om te zien hoe het je 'kinderen' is vergaan. Door terug te gaan leer ik waar mijn focus de komende 25 jaar moet liggen."

Gore gevels

Heel veel architecten hebben in de jaren negentig, toen de grootschalige vinexwijken uit de grond werden gestampt, bewoners opgezadeld met allerlei experimenten. Rohmer: "The sky was the limit. Iedereen wilde experimentele woningbouw. Elke wethouder wilde een icoon. Daardoor waren er heel veel kansen voor architecten. Er kwamen huizen met bizarre vormen en met daken en gevels van experimentele materialen." Daarin zijn ze volgens Rohmer 'doorgeschoten' ten koste van de gebruikers. Die wisten zich geen raad met al die schuine wanden. Architecten hebben daar ook de slechte reputatie aan overgehouden dat zij willen bepalen hoe mensen moeten wonen. Rohmer: "Nu is er de neiging om alles te bespreken met de toekomstige bewoners en gebruikers. Dat slaat ook weer door, omdat bewonersgroepen ook over stedebouw willen meepraten, wat de openbare ruimte vaak niet ten goede komt. Ik merk vaak dat bewoners ook niet goed weten wat ze precies willen."

Zelf is ze hier en daar ook uit de bocht gevlogen, vertelt Rohmer. Neem bijvoorbeeld de huizen die ze eind jaren negentig ontwierp voor de vinexwijk Vijfhuizen. Ze laat er foto's van zien. "Ik had een soort gemuteerde stolpboerderijen ontworpen, omdat die karakteristiek zijn voor de Haarlemmermeer. De kappen moesten een aluminium rand krijgen, had ik bedacht, maar dat vond de opdrachtgever te duur. Dat is kunststof geworden. Ik had dat nooit moeten doen, want het is helemaal verkleurd."

Maar het kan erger, blijkt in nieuwbouwwijk IJburg in Amsterdam. Daar staan haar veel geprezen 'waterwoningen'. De architectuur staat nog steeds als een huis, zegt ze. "Maar kijk eens hoe vies het is geworden". Ze wijst naar de gore gevels. "Ze staan er nu een jaar of acht en sommige zijn nog nooit schoon gemaakt."

Dat roept de vraag op of je woningen die in het water drijven, wel wit moet maken. Dat slaat toch al gauw groen uit. Het idee was zo aardig, legt Rohmer uit. "Bij het ontwerpen had ik een vrolijke vloot van witte tupperware-bootjes voor ogen. Als je langs een jachthaven komt, staan er altijd mensen hun plastic scheepje schoon te spuiten. Ik had werkelijk niet voorzien dat mensen hun huis zo slecht zouden onderhouden."

Maar er is meer aan de hand. Alles aan de buitenkant van deze woningen is van kunststof. "Ik heb in de loop der jaren veel kennis van materialen verworven. Ik dacht dat deze witte kunststof onderhoudsvrij zou blijven, maar het is toch vergeeld." Daar baalt ze van. "Maar ik ga er wel wat van zeggen. De bewoners zouden de buitenkant eens regelmatig moeten schoonmaken. 's Kijken hoe het er dan uitziet."

Hoog tuinkaboutergehalte

Een soortgelijk verhaal valt er te vertellen over het Amerbos, een complex van aanleunwoningen in Amsterdam-Noord. Het is zestien jaar oud, maar dat het beton ooit lichtgeel was, is niet meer te zien. Zo smerig is het. "Ik had moeten bedenken dat je naast een snelweg niet zo'n lichte kleur beton moet kiezen. Ik heb de corporatie laten weten dat ze het moeten schoon spuiten." Dat is inmiddels gebeurd.

Bij meer van haar oude projecten valt het haar op dat het onderhoud vaak belabberd is. Niet alleen woningcorporaties maken er een potje van. "Ook bewoners maken hun eigen straatje niet meer schoon." Daar staat tegenover dat de bewoners van Amerbos 'oases' hebben gemaakt van de binnenhoven, 'met een hoog tuinkaboutergehalte'. "Daar word ik zo vrolijk van. Er is ook veel contact onderling, hebben de bewoners me verteld. Dat is mooi, want ik heb bij het ontwerpen bewust voor deze vorm gekozen, zodat mensen elkaar vaak tegenkomen."

Wat haar minder bevalt, is dat er bij gebrek aan parkeerplaatsen overal Canta's voor de deur staan. "Tegenwoordig rijdt iedereen in zo'n autootje, maar toen we dit ontwierpen, was dat nog niet zo, vandaar dat we er ook geen parkeerplekken voor hebben gemaakt."

Dat is het nuttige van terugkijken, zegt ze. "Als architect ben je er altijd mee bezig hoe een gebouw reageert op de omgeving. Maar de omgeving en samenleving veranderen natuurlijk ook. Dat doet ook wat met een gebouw."

Haar eerste school bouwde ze in de vinexwijk Wateringsveld bij Den Haag. "We weten nu allemaal dat het probleem van die wijken is dat ze te grootschalig zijn, te eenvormig, met allemaal dezelfde types huizen met een standaardindeling. Iedereen wilde toen een huis met tuin en voor gezinnen met jonge kinderen zijn die wijken ook nog wel aardig. Maar als ze opgroeien is daar weinig te beleven, wat problemen geeft. Daarom willen mensen nu weer vaker naar de stad."

Toen ze de school bouwde, trof ze daar een soort 'oorlogssituatie' aan. "De mensen waren allemaal nieuw, niemand kende elkaar nog. En daar kwam ik met mijn idealen. Ik maakte van die school een klimtoren, dat leek me leuk voor de kinderen. Voor de ouders had ik een lange dubbele zitbank gemaakt, zodat ze met elkaar konden praten als ze hun kinderen in de gaten hielden. Ik had zelf gemerkt hoe fijn het is om de mensen in je straat te kennen, omdat je dan ook op elkaars kinderen let. Het was de bedoeling dat de kinderen daar ook na schooltijd konden spelen en klimmen. Maar binnen de kortste keren stond er een hek voor en was er camerabewaking. Door dat hek verloor ook die bank zijn functie."

Scholen met ongeprogrammeerde brede gangen ontwerpt ze niet meer, eveneens wijs geworden door haar ervaringen. Onderwijzers hebben de neiging om het hele gebouw dicht te laten slibben met kastjes en spullen. Ze heeft ervan geleerd om meer bergingen te maken. En als ze nog eens een moskee ontwerpt, komen er meteen hurktoiletten in. De toiletten in de moskee die ze bouwde in Amsterdam, waren er binnen de kortste keren uitgesloopt.

Bij elk project zitten ook 'notoire klagers', is haar ervaring. Vaak hebben ze gelijk: het geluk schuilt in details. Woninginterieurs met plaatstalen kozijnen en muren van bordkarton, de standaard van de Nederlandse woningbouw, zijn voor verbetering vatbaar. "Daar kan een architect niet veel aan doen."

Maar soms pakt alles goed uit, zoals in Almere, waar ze veertien jaar geleden in het kader van het Wilde Wonen een wijk met wat duurdere koopwoningen ontwierp. "Die huizen verouderen zo mooi. Daar heb ik precies de goede materialen gebruikt, waardoor je de vervuiling eigenlijk niet ziet. En de bewoners zijn ook helemaal tevreden."

What happened to...

Volgend jaar verschijnt bij Nai010 Uitgevers het boek 'What happened to...'. Daarin beschrijft Marlies Rohmer haar reis langs woonwijken en gebouwen die ze de afgelopen 25 jaar heeft ontworpen. Hoe staan ze erbij? Wat zijn de ervaringen van de bewoners/gebruikers? Elke architect zou dat moeten doen, vindt Rohmer, om te zien wat er van de projecten geworden is en omdat het zo leuk is.

Marlies Rohmer

Marlies Rohmer (Rotterdam, 1957) studeerde architectuur en stedebouw aan de TU Delft. Sinds 1986 heeft ze een architectenbureau in Amsterdam, dat momenteel tien medewerkers telt. De opdrachtenportefeuille varieert van woningen, scholen en kantoren tot een moskeeverzamelgebouw, zwembad en woonzorgcomplexen. Het bureau heeft veel prijzen gewonnen, waaronder de Nationale Scholenbouwprijs 2002 en 2008, de Gouden Piramide 2009 en de Dutch Design Award in 2012. In 2008 kreeg Marlies Rohmer de Amsterdamprijs voor de Kunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden